Ik zit samen met mijn Turkse vriendin Ceren op de tram. We doorkruisen Fatih, een van Istamboels grootste arbeiderswijken. Het valt op dat hier veel meer vrouwen gekleed zijn in een zwarte chador dan elders . Veel houden zelfs hun lippen bedekt. Soms worden ze smalend ‘kakkerlakken’ genoemd. Dat staat althans in het boek dat ik aan het lezen ben,‘Tales from the Expat Harem’, een collectie verhalen over de belevenissen van buitenlandse vrouwen in Turkije. “Is dat waar?” vraag ik aan Ceren. “Zelf heb ik dat nog nooit gehoord”, antwoordt ze. We zijn het eens dat het een gemeen scheldwoord is. Ceren is het kind van ruimdenkende ouders en kent zelf niemand die de chador draagt. “Op de unief kun je vaak aan de kleren zien wie wat studeert”, vertelt ze. “In mijn faculteit, sociologie, zie je bijna nooit meisjes met hoofddoeken en enkel-lange jassen. In pedagogie wel, want onderwijs is een van de weinige richtingen die voor religieuze meisjes acceptabel is”. Hoofddoeken dragen is in de meeste Turkse universiteiten nog verboden maar in die van Ceren mag het sinds kort. “Het zijn nu de pruikenmakers die morren”, vertelt ze. Hoezo? “Studentes die hun hoofddoek vroeger niet wilden afdoen, zetten er een pruik boven op en gingen zo naar de les. Het was een heel grappig zicht maar iedereen was dat gewoon. Zelfs de dochter van de president doet het.” Een pruik op de hoofddoek? “Dat ze daar in Europa nog niet op zijn gekomen”, zeg ik, “het zou nog goed zijn voor de werkverschaffing ook”. We lachen. Wat anders valt er te doen met die absurditeiten? Diezelfde avond lees ik een column in de Turkish Daily News van Mehmet Ali Birand, getiteld “The gradual Islamization of our daily lives”. “Het dragen van de zwarte chador is aan het verminderen’, schrijft hij, “aan de andere kant is het aantal vrouwen dat hoofddoeken en jassen tot op hun hielen dragen aan het vermeerderen. ... ze doen er vrouwen uitzien alsof ze gekleed zijn in gordijnen. Het aantal modehuizen neemt toe maar ze ontwerpen bijna allemaal dezelfde eentonige kleren. In de mannemode is er geen merkbare verandering. Heren houden het bij klassieke kledij, met uitzondering van dezen die rondparaderen in sectaire symbolen.”
De volgende dag dwaal ik door de drukke doolhof van middeleeuws aandoende winkelstraatjes van Cagaloglu. Wie niet tegen anders-gekleden kan moet hier niet komen. De straatjes zijn zo smal en vele winkeltjes zijn zo klein dat men onvermijdelijk regelmatig schouder aan schouder staat met een onbekende. Hier en daar knipoogt een absurde tegenstelling. Zedig in het lang geklede vrouwen met verstopte kapsels die met uitgestreken gezichten de beha’s en slipjes keuren aan een straatstandje van een mannelijke verkoper, bruidshuizen met etalagepoppen wiens donkere tepels piepen door witte kanten lingerie en nachtkledij, een reclameaffiche met een bijna naakte meisje boven een winkel van strenge moslim-dameskledij, een meisje in strakke jeans dat de arm van haar in het lang geklede vriendin loslaat om zich te bukken en haar schoenveter dicht te knopen, waardoor haar getatoeeerde onderrug en rode string zichtbaar worden... Ik denk opnieuw aan een scene uit ‘Tales from the Expat Harem’: Een Amerikaanse Peace Corps-vrijwilligster vertelt dat ze in Oost-Turkije een vrouw bezocht die een imam had uitgenodigd om met haar en haar vriendinnen te bidden. “Het werd stil toen de geestelijke binnenkwam. De vrouwen namen een hoek op van hun chador en bedekten hun gezicht, maar diegenen die hun baby’s de borst aan het geven waren deden daar gewoon mee verder”. Later, toen ze terug was in Amerika ontdekte ze dat ze riskeerde aangehouden te worden wegens openbare zedenschennis als ze haar kind op een openbare plaats de borst gaf (dergelijke wetten zijn intussen in de meeste staten afgeschaft). Met dezelfde Turkse vrouwen waarmee ze naar de imam had geluisterd ging ze diezelfde dag naar de hamam (publiek stoombad).“Ik was geschokt en geamuseerd door hun ongeremdheid en hun zin voor humor over hun lichamen”, schrijft ze, “De meeste liepen compleet bloot rond. Ze plaagden elkaar voortdurend vrolijk terwijl ze hun lichamen vergeleken...” Het bezoek aan hamams is een weerkerend thema in ‘Expat Harem’. De vrolijke, ontspannen sfeer van vrouwen onder elkaar, de stevige schrobbeurten en massages door halfnaakte, glibberige, potige oudere dames , het feit dat je er westerse vrouwen kunt herkennen aan hun ongeschoren schaamhaar... Ik beken dat dit laatste nieuw was voor mij. Ik weet het ook enkel van horen zeggen dat er tegenwoordig meer en meer westers schaamhaar sneuvelt onder invloed van de porno-films. In landen als Turkije wordt er al heel lang komaf mee gemaakt –ik veronderstel oorspronkelijk om hygienische en later ook om esthetische redenen. De enige keer dat ik zelf een hamam bezocht was twee jaar geleden in een hotel in Istamboel. De masseuse was Russisch en de enige andere blote persoon was mijn Tom. Echt authentiek kon je die ervaring dus niet noemen. Dit jaar had ik het graag eens in het gezelschap van Turkse vrouwen gedaan. “Ga je wel eens naar een hamam?’” vroeg ik gisteren op de tram hoopvol aan Ceren. Ze keek me verwonderd aan. “Nee”, zei ze, “dat heb ik nog nooit gedaan.” De follow up-vraag die ik wou stellen over het vrouwelijk Turks schaamhaar heb ik maar laten vallen.
26 april 2008