“Wellness at work” is een concept waarover in dit land talloze boeken, artikels en brochures zijn geschreven en waarover eindeloos gepalaverd wordt op seminaries en groepsdiscussies. Wat er in praktijk van terecht komt, is een ander paar mouwen. Hoeveel inspanningen een werkgever bereid is om te doen om het werken aangenaam te maken voor zijn werknemers hangt in de eerste plaats af van de vraag hoe moeilijk of gemakkelijk zij te vervangen zijn. De kassiersters van ‘Western Beef’,de supermarkt in mijn buurt, zien er steevast vermoeid en gestresseerd uit. Het werkritme ligt er hoog en het loon laag: ze verdienen geen cent meer dan het wettelijke minimumloon. Geen van hen heeft een vast contract, geen van hen heeft ziekteverzekering of betaald verlof. Toen ik aan de manager vroeg of er ‘wellness at work’-programma’s in het bedrijf zijn, lachtte hij alleen maar. Geen wonder dat ik vaak nieuwe gezichten zie achter de kassa’s. Wie iets beter vindt, blijft hier geen dag langer. Western Beef ligt daar niet wakker van. Een nieuwe kassierster is snel getraind en aan kandidaten is er geen gebrek. De werkloosheid onder de ongeschoolden is hoog in New York, veel hoger dan de officiele statistieken aangeven.
Mijn vriend Andy is een gerenommeerde fotograaf-filmmaker die twee jaar achter de rug heeft bij de promotie-afdeling van Nike. Hij ging er weg omdat hij zich op zijn kunstcarriere wou toespitsen en omdat hij in het verre Portland, waar Nike’s hoofdkwartier gevestigd is, New York te veel miste. Maar klachten over de werkomstandigheden bij Nike had hij niet. Integendeel, hij werd er in de watte gelegd. Andy kreeg er een mooi salaris en een uitstekende ziekteverzekering. Hij had flexibele werkuren en mocht vaak op reis, altijd in eerste klas. Het bedrijf organiseert ook een jaarlijkse ‘retraite’ voor het personeel in vacantieparadijzen zoals Hawaii. Er zijn verschillende goed-uitgeruste fitness-centra met sauna’s en diverse uitstekende restaurants in het bedrijf en er is een winkel waar personeelsleden Nike-producten kunnen kopen aan de helft van de prijs. Voor werknemers met kinderen zijn er gratis kindercreches. Werknemers die een huis of wagen willen kopen krijgen daartoe goedkope leningen van het bedrijf. Er zijn yoga-klassen en er worden regelmatig ‘wellness’-seminaries gehouden tijdens de werkuren, waar het personeel tips krijgt voor een gezondere levensstijl. Werknemers die op dat vlak aanwijsbare vooruitgang maken (lagere bloeddruk, lagere cholesterol) worden bedacht met een premie.
De meeste Amerikaanse bedrijven doen minder dan Nike en meer dan Western Beef voor het ‘wellness’-klimaat op het werk. Dat er wel degelijk wat schort, blijkt uit de elk jaar toenemende klachten over stress. In 1983 noemde Time Magazine stress “de ziekte van de jaren tachtig”. Volgens een enquete van het blad ervaarde 55 procent van de Amerikaanse werknemers toen grote stress op het werk. Volgens een recente Gallup-peiling is dat aantal intussen geklommen tot 80 procent. Een kwart van de werknemers heeft soms zin om te schreeuwen; 14 procent om een medewerker te slaan. Volgens een onderzoek van het NIOSH (National Institute of Occupational Safety and Health) vindt drie kwart van de werknemers dat er nu meer stress op het werk is dan vroeger. Het NIOSH zegt dat personeelsleden die aan stress lijden 50 procent meer kosten aan gezondheidszorg dan hun stressvrije collega’s. Stress leidt tot hart- en bloedvatenproblemen, maagzweren, depressie en andere psychische klachten, een verzwakt immuunsysteem en meer ongevallen op het werk. Stress heeft ook ‘rugpijn’ voorbij gestoken als voornaamste oorzaak van absenteisme. Het American Institute on Stress heeft berekend dat stress de Amerikaanse bedrijfswereld zo’n 300 miljard dollar per jaar kost aan verloren productiviteit, personeelsverloop, absenteisme en andere kosten.
Amerika is natuurlijk niet het enige land waar stress op het werk een groeiend probleem is. Maar voor Amerikaanse bedrijven is er een bijkomende kopzorg omdat zij vaak instaan voor de medische verzorging van hun personeel. De meeste Amerikanen zijn tegen ziekte verzekerd via hun werk. Sommige grote bedrijven doen dat rechtstreeks maar de meeste firma’s sluiten een contract af met een (of meerdere) privé-verzekeringsfirma’s, die op hun beurt contracten hebben met netwerken van dokters en hospitalen. De gezondheidszorg is in de VS duurder dan waar ook ter wereld. Voor de bedrijfswereld steeg die kost van 1980 tot 2000 met 140 procent. Sindsdien is de stijging langzamer maar nog steeds groter dan die van het BNP. Tegen 2013 zouden de VS 3400 miljard dollar per jaar aan gezondheidszorg besteden, meer dan 18 procent van het BNP. Geen wonder dat bedrijven klagen dat die last hun competitiviteit afremt en een groter deel ervan willen afwentelen op hun werknemers. Geen wonder dat gezondheidszorg na Irak het meest besproken thema is in de verkiezingscampagnes. Geen wonder ook dat de meeste stakingen van de laatste jaren over gezondheidszorg gingen.
Volgens de Well-Being Index , een jaarlijkse enquete uitgevoerd door Harris Interactive voor de Principal Financial Group, is ziekteverzekering voor de meerderheid van de Amerikaanse werknemers de belangrijkste ‘work place benefit’ en tevens hetgene dat het meest zou kunnen verbeteren in hun bedrijf. Bedrijfsleiders staan, eens te meer, tussen twee vuren. Ze staan onder zware druk van hun raad van beheer om de kosten van de ziekteverzekering in te tomen. Dat kunnen ze doen door werknemers er een groter deel van zelf te doen betalen –waar uiteraard groot verzet tegen rijst- of door een goedkoper contract af te sluiten met de verzekeringsfirma’s. Maar een goedkoper contract betekent dat de verzekering minder gezondheidsuitgaven dekt, de gezondheidsproblemen van werknemers niet opvolgt en minder betaalde ziektedagen toestaat. Dat leidt tot een ander probleem: presenteisme. Volgens een studie van het Institute for Health and Productivity Studies van Cornell University wordt 60 procent van de kosten van ziekte van het personeel veroorzaakt door ‘presenteisten’ –mensen die ziek naar het werk komen. Niet alleen werken die aan een lagere productiviteit voor een volledig loon, ze veroorzaken ook meer ongelukken en besmetten collega’s. Snoeien op gezondheidszorg is volgens de studie een schijnbesparing waardoor de bedrijfskosten uiteindelijk toenemen.
Dit dilemma bleek een vruchtbare voedingsbodem voor de groei van de wellness-industrie. Er zijn nu al honderden firma’s in het land, gespecialiseerd in het creeren van wellness op het werk. Hun mantra is dat voor elke dollar die een bedrijf daaraan uitgeeft, het er drie uitspaart door gewonnen productiviteit en lagere gezondheidskosten. Wellness leidt tot minder ziekte en als zijn personeel minder ziek is kan een bedrijf een goedkoper verzekeringscontract afsluiten. In theorie toch. In praktijk klagen vele bedrijfsleiders dat de verzekeringsfirma’s traag zijn in het belonen van vooruitgang. Aan bedrijven die hun werknemers niet tegen ziekte verzekeren raadt Beth Moses, de CEO van Oh Well! Inc, een ‘workplace wellness’-firma in Indiana, aan om als goedkoop alternatief een wellness-programma op het werk te beginnen.
Wat houdt zo’n programma in? In een eerste fase worden problemen voor de wellness op het werk geidentificeerd door gesprekken en screenings. Personeelsleden worden getest voor diabetes en andere kwalen, hun bloeddruk en cholesterolgehalte wordt gemeten. Op basis daarvan krijgen ze advies om gezonder te leven. Er worden fitness-programma’s ingevoerd, het eten in de cafetaria’s wordt gezonder, werknemers krijgen hulp om te stoppen met roken en psychologische begeleiding met burn-out en stress. De werkomgeving wordt aangepast (beter licht, ergonomische meubels) en de bedrijfsleiders krijgen voor de hand liggende maar daarom nog niet nutteloze goede raad zoals het simpel feit dat een werknemer die zich gerespecteerd voelt productiever is dan een die wordt afgeblaft. Sommige wellness-firma’s gaan op de holistische toer en propageren massage, meditatie en yoga. Het spreekt vanzelf dat er grote verschillen zijn in de omvang en kosten van wellness-programma’s. Dat ze een impact hebben, lijken de vele sukses-stories die de sector in haar brochures in de verf zet, te bewijzen.
Maar wellness-programma’s hebben ook hun limieten. De oorzaken van stress liggen vaak te diep. Werknemers zijn meer onzeker dan vroeger –onzeker over veranderingen op het werk, onzeker over hun toekomst. Ze ergeren zich aan de computers en camera’s die hen in de gaten houden. Ze hebben vaak meer zorgen die ze van buiten meebrengen –moeilijkheden in het gezin, zieke ouders- en ze moeten vaak harder werken dan vroeger. Want al hun bezorgdheid over de wellness op het werk ten spijt, bedrijfsleiders staan onder voortdurende druk om meer te produceren met minder mensen. Dat zijn zorgen die zich niet zomaar met yoga en vers fruit laten wegmasseren.
Juli 2007