“You’re Fired!” (“Jij bent ontslagen”). Als je dat tegen de barman in de World Bar in de Trump World Tower in Manhattan zegt, geeft hij je een glimlach, een cocktail (twee scheuten bourbon, een scheut cointreau) en een rekening van 15 dollar. Het drankje is genoemd naar het zinnetje dat de climax vormt van elke aflevering van ‘The Apprentice’, een razend populaire tv-serie waarin jonge ambitieuze Amerikanen elkaar bekampen voor een baantje. De winnaar mag een jaar lang directeur worden van een van de bedrijven van Donald Trump, de flamboyante NewYorkse bouwheer en casino-uitbater. Trump geeft de deelnemers in elke aflevering een nieuwe opdracht. Wie het slechtst presteert, wordt afgedankt. Elke donderdagavond komen fans van de serie samen in de World Bar. Ze drinken you’re fired-cocktails en wedden wie er dit keer uit de boot zal vallen. De wedstrijd zelf komt steeds korter in beeld. Wat de kijkers vooral willen zien is hoe de deelnemers met dichtgeknepen billen wachten op het oordeel van God-de -vader-Trump, als lammeren voor hun slachter. “You’re fired”, zegt Trump en hij maakt daarbij een handgebaar als een postbode die de gasrekening in je gleuf mikt. De ontslagene kijkt sip. Al wat hij of zij nog kan doen is de biezen pakken. De kijkers in de World Bar juichen, niet zonder leedvermaak. Zolang het hen zelf maar niet overkomt. Als ze op dat ogenblik naar een ander kanaal zouden zappen, zouden ze een andere afvallingskoers zien, bestemd voor een jonger publiek. “American Idol” is gebaseerd op hetzelfde stramien. De winnaar krijgt een platencontract maar ook hier is het vooral de vraag wie er deze week moet afhaken die de kijkcijfers zo hoog drijft.
Die afvallingskoersen fascineren omdat Amerikanen hun eigen leven steeds meer als een afvallingskoers ervaren. De concurrentie op de arbeidsmarkt is intenser dan ooit. Ontslagen worden is nergens prettig maar door de zwakke sociale wetgeving is het in Amerika nog meer ontwrichtend dan bij ons. Minder dan 10 procent van de Amerikanen die afgedankt worden krijgt een maand vooropzeg. Vaak krijgen ze de onheilstijding op de dag zelf. Ze moeten dan meteen hun bureau leegmaken en opkrassen. En slechts een kwart van de werklozen in dit land trekt steun. Omdat de meeste werknemers door hun werkgevers verzekerd worden tegen ziekte, betekent een ontslag ook dat je geen ziekteverzekering meer hebt. Vele ontslagenen kunnen ook hun hypotheek of huur niet meer betalen en moeten verhuizen of worden dakloos. Het kan heel snel gaan in dit land. De ene dag zit je nog comfortabel in de middenklasse, de volgende beland je in de goot.
Sedert George W. Bush president werd, telt Amerika bijna drie miljoen werklozen meer. Geen wonder dus dat ontslagen een belangrijk thema zijn in de presidentsverkiezingen. De Democraten geven Bush de schuld voor elke afdanking maar het valt te betwijfelen of een Democratische president de trend had kunnen tegenhouden. De snel stijgende productiviteit maakt nu eenmaal veel banen overbodig. Economisten van Alliance Capital Management hebben berekend dat er tussen 1995 en 2002 22 miljoen fabrieksbanen verdwenen in de 20 grootste economieen, terwijl hun industriele productie met 30 procent steeg. De VS verloren 11 procent van hun industriele jobs maar andere landen deden het nog slechter: Japan verloor 16 procent, Brazilie 20 procent en zelfs in China werd 15 procent van de fabrieksarbeiders afgedankt. Dat laatste cijfer verrast omdat China hier vaak de blaam krijgt voor de dalende industriele tewerkstelling. Niet helemaal ten onrechte overigens: nergens investeren Amerikaanse bedrijven zoveel als in China, waar het modale loon slechts 110 dollar per maand bedraagt. Voor het versluizen van banen naar lageloon-landen gebruikt men in de VS de eufemistische term ‘outsourcing’ (‘uitbesteden’). Hoe neutraal dat woord ook klinkt, het doet de politieke gemoederen hier fel oplaaien. Ook al omdat het nu niet meer enkel industriele banen zijn die worden ‘uitbesteed’. Nu de communicatiekosten zo dramatisch gedaald zijn, worden ook in de dienstensector steeds meer jobs overgeheveld naar goedkope landen.
Frank is een kennis van me die computers programmeert. Hij loopt er nerveus bij dezer dagen want ook het bedrijf waar hij werkt gaat enkele honderden banen ‘uitbesteden’ naar India. Frank weet nog niet of zijn naam op de zwarte lijst staat en het wachten verbetert zijn humeur niet. Maar hij wil constructief blijven en de raad van beheer een alternatief voorstel voorleggen. Volgens Frank kan het bedrijf miljoenen uitsparen door in plaats van programmeerders de CEO uit te besteden. Hij heeft het uitgerekend. Het modale inkomen van een CEO van een groot Amerikaans bedrijf bedroeg vorig jaar 10,83 miljoen dollar. Zijn collega in Europa moest met 2,7 miljoen rondkomen en de Japanse CEO kreeg nog geen half miljoen. “Waarom niet de hele directie uitbesteden?” droomt Frank hardop. “In hun plaats nemen we directeurs in Europa en in Japan. Die zitten elk aan een andere kant van de aardbol zodat ze 24 op 24 uur kunnen werken, voor een fractie van de kost van onze huidige directie…”
Jacqueline Goossens
April 2004