Oost West

Ik woon sinds 1980 in New York. Eerlijk gezegd twijfel ik er aan of ik het hier zo lang zou hebben uitgehouden, had ik elke dag moeten pendelen in plaats van thuis te werken. Het lot van de New Yorkse pendelaar is niet mals. ‘sWinters kan het windtunneleffect tussen de wolkenkrabbers het kwik tot min dertig graden doen dalen, ‘s zomers maakt de moerasachtige vochtigheid de hitte nog ondraaglijker. Verder is er de luchtvervuiling die je verplicht dagelijks je haar te wassen en je kleren te verversen als je verzorgd op het werk wil verschijnen, de onaflatende kakafonie van auto's, bussen, vrachtwagens, helicopters, sirenes en machines allerlei, de verkeersopstoppingen, de subway-treinen die tijdens het spitsuur uit hun voegen barsten en ga zo maar door. Nee, van al mijn kennissen die thuis werken is er niet een die jaloers is op de buitenhuis-werkers. Wat vinden ze zo leuk aan thuis werken? "Dat er geen baas is die over je schouder gluurt en je opjaagt", zegt Karlus, een prive-leraar muziek. "Dat er geen collega's die je pesten, sexueel lastig vallen of ruige taal gebruiken", zegt mijn vriendin Cynthia, een kunstenares en ex-secretaresse. "Dat ik mijn eigen ritme kan volgen", zegt Bob die vanachter zijn computer thuis een eenmans-makelaarkantoortje rooit. Begrijp me niet verkeerd. Nu en dan stort ik me uit vrije wil, puur voor het avontuur, in het New Yorkse spitsuur.

Deze ochtend laat ik me meestromen in de naar shampoo, aftershave, koffie en vers gedrukte kranten ruikende haastige massa. Ik geniet ervan om naar de mensen te kijken, te raden waar ze naartoe gaan. Mijn beloning op het einde van mijn 80 minuten durende pendel: een lekker ontbijt in het Jewish Museum gevolgd door de persvoorstelling van een boeiende nieuwe tentoonstelling. Het is 11 uur als ik terug op Fifth Avenue sta. Gisteren sneeuwde het maar vandaag schijnt de zon. Central Park ligt uitnodigend aan de overkant van de straat te lonken. Ik wandel door het park, van de Upper East Side (de rijkste buurt van heel de stad) naar de Upper West Side. De Upper West Side is minder rijk maar toch ook heel welvarend. Ik ga er vaak winkelen. Vandaag stap ik binnen bij Zabar's op Broadway waar ik in de loop der jaren al een fortuin aan Belgische kazen en chocolade heb weggesleept. Het is maandagochtend, halftwaalf. Er is veel leven in deze buurt. De coffeeshops zitten vol mensen die op computers tikken of diep in gesprek zijn verwikkeld. Door open ramen hoor ik mensen die zingen of piano spelen. In de 'dog run', de hondenspeelplaats in Riverside Park, zijn mannen en vrouwen aan het kletsen terwijl hun honden ravotten. Vaders zijn op stap met baby's. Wonen er hier dan zo veel werklozen? Nee maar wel veel thuiswerkers. Volgens de volkstelling van 2000 werkt 10,4 procent van de bewoners van de Upper West Side thuis, het meest van heel New York. De meesten verdienen hun boterham met kunst, design, entertainment en in de media. Het aantal New Yorkers dat thuis werkt is gestadig gestegen sinds 1980. Volgens de Volkstelling werkten 92.000 of 3 procent van de New Yorkse werknemers thuis in 2000. Als we diegenen die een deel van hun werk thuis opknappen meerekenen, wordt het percentage veel hoger.

Nationaal werkt 19,8 miljoen of 15 procent van de Amerikanen geheel of gedeeltelijk thuis volgens het Bureau van Arbeidsstatistiek. Maar de helft van de thuiswerkers zijn mensen die werk mee naar huis nemen zonder ervoor betaald te worden. Zo’n 20 procent wordt wel vergoed voor de overuren die ze thuis kloppen. De resterende thuiswerkers -30 procent- zijn zelfstandigen of free-lancers zoals ik. Het valt op dat de grote meerderheid van de thuiswerkers hoog geschoolden zijn. Vier vijfden zijn managers, verkopers of beoefenaars van vrije beroepen. Ongeveer even veel mannen als vrouwen werken thuis. Blanke Amerikanen werken meer dan twee keer zoveel thuis als zwarten en Latino’s, wat wellicht komt omdat blanken in dit land meer studiekansen hebben en dus beter vertegenwoordigd zijn in vrije beroepen en kaderfuncties. Niet geheel onverwacht werken meer ouders met kinderen thuis dan mensen zonder kinderen. Voor acht op tien thuiswerkers is de computer het voornaamste werkinstrument. Als ze zoals mijn vriend zijn, verkwisten ze heel wat tijd door op het internet te surfen. Ze hebben het voordeel dat niemand hen op de vingers tikt. Hun collega’s die op kantoren werken moeten uitkijken want vele werkgevers ergeren zich blauw aan al de werktijd die verspild wordt aan computerspelletjes en -porno. Maar volgens een onderzoek van het Center for e-Service van de Universiteit van Maryland mogen ze niet klagen. Weliswaar gebruikt de modale Amerikaanse werknemer zijn computer op het werk 3,7 uren per week voor zichzelf maar daar staat tegenover dat hij zijn computer thuis 5,9 uren per week gebruikt voor zijn werk. Niet mopperen dus, heren werkgevers. Dank zij de computer en de groeiende inburgering van thuiswerk haalt u de geleden schade dubbel en dik in.

Jacqueline Goossens

Maart 2003