Afval

Ik ben net begonnen aan mijn zuringsoepje als de Vlaamse Leeuw door mijn New Yorkse huiskamer schalt. Is me dat verschieten. Daar op het tv-scherm staat een groepje Vlaams Blokkers hun lijflied te zingen met voor hun buiken een bord met de boodschap: “Turkije is niet Europees”. Wat kijken ze weer stuurs. Gisteren was ik rond deze tijd op een dakterras in Chelsea voor het verjaardagsfeest van een Westvlaming. Dat werd gevierd met een menu dat de goedkeuring van het Blok zou hebben weggedragen: pannekoeken, chocomelk en trappist. De gastenlijst zou een ander paar mouwen geweest zijn. Zo was er een meisje uit Sint-Niklaas met een knap moslimlief uit Singapore en een Limburgse schone met een donkere Chileense partner. De Antwerpenaar die met een Italiaanse is getrouwd zou voor de Blokkers wellicht nog net door de beugel kunnen. Maar de romance die leek te ontluiken tussen onze jarige Westvlaamse bonk en dat vrolijke Turks meisje zou de leeuw wellicht doen klauwen hebben. Een mens vraagt zich af hoe dat gaat als je als kind van Vlaams Blokkers verliefd wordt op een “niet-Europees” persoon. Krijg je gloeiende ruzie met je ouders? Word je verstoten en onterfd? Moet je met je lief ver van Vlaanderen een nieuw leven beginnen?

Een greep uit de e-mail van vandaag. In antwoord op een mail waarin ik vertelde dat we nog steeds in de verbouwingen zitten, vraagt een vriend uit Belgie: “Vallen die Amerikaanse bouwvakkers mee?” Eigenlijk zou hij beter vragen: “Vallen die New Yorkse bouwvakkers mee?” De verbouwing van ons huis lijkt op een VN-project. We hebben al Chinezen, Grieken, Puertoricanen, Jamaicanen, Colombianen en Albanezen over de vloer gehad. Ze werken elk in hun eigen ploegje en hebben elk hun eigen specialiteit. Ze spelen elk hun eigen muziek, soms tegelijk, en laten al eens resten van hun eigen eten en leesvoer achter. Het ballet in mijn toren van Babel wordt gechoreografeerd door Iris, een kalme en diplomatische jonge Limburgse. Zij loopt ook achter architecten en stadsinspecteurs aan voor de nodige papieren en afspraken. Ik weet niet hoe ze het volhoudt maar dit is wat ze doet: bouw- en verbouwprojecten organiseren, altijd verschillende tegelijk, met en voor mensen uit heel de wereld. Drie weken geleden wierp een nieuwe ploeg zich op de versleten buitenkant van ons huis. Voor de allereerste keer zijn het blanke Amerikanen. Bill, zijn broer Jimmy en Larry zijn geboren in New York. Nog geen enkele keer heb ik de ketting-rokende dertigers shit of fuck horen roepen. Af en toe brengen ze enkele Peruaanse jongens mee om te helpen bij het grof werk. “Ik betaal hen 400 dollar per week en hun middageten”, zegt hun baas Bill. Ik vraag daar altijd naar. Ik wil niet dat er mensen in mijn huis werken voor het minimumloon van 5,15 dollar want dat is niet meer dan een hongerloon. Een Blokker zou misschien een hartaanval krijgen als er zoveel “niet-Europese” handen aan zijn huis zouden werken. “Our chiefest unhappyness here is too great a mixture of nations, and English ye least part”, schreef een Britse officier die in 1692 in Manhattan was gestationeerd, 28 jaar nadat Nieuw Amsterdam New York was geworden. Zelfs Peter Stuyvesant –de laatste directeur van Nieuw Nederland- kloeg dat zijn stad bestond uit “de afval” van andere landen. Dat was meer dan drie eeuwen geleden. Hoe New York, hoe heel Amerika, zou draaien zonder de energie van die “afval” is mij een mysterie. Een quisvraag: wat zie je het meest in Amerika, Chinese restaurants of McDonald’s? Ondanks de alomtegenwoordigheid van McDonald’s winnen de Chinese restaurants met ruime voorsprong. Amerika heeft er ruim 36.000, meer dan McDonald’s, Wendy’s en Burger King, de drie grootste hamburgerketens, samen. Zonder al die goedkope, aan huis en kantoor bestellende Chinezen zou Amerika’s productiviteit aanzienlijk dalen. Als u in New York bent en u wil eens wat anders zien dan de gebruikelijke toeristische trekpleisters, ga dan eens op een maandagochtend naar het kruispunt van Forsyth, Division en Eldrige Streets in de mierennest die Chinatown heet. Boven je hoofd denderen de metrotreinen over de Manhattan-brug en op straat zie je honderden Chinezen –van bejaarden tot tieners- de kale eenkamer-kantoortjes in en uitlopen. Ga er zelf ook eens een binnen. Elk kantoortje heeft een bord waar Chinese restaurantjobs uit heel Amerika worden geadverteerd: koks, kelners, bestellers. Wie een baan krijgt, stapt vaak nog dezelfde dag de bus op, soms voor een tocht naar de verste uithoeken van het land. In een typisch Chinees restaurant wordt 6 dagen per week, 12 uren per dag gewerkt. De lonen zijn laag en sociale voorzieningen zoals ziekteverzekering onbestaand. Van dat geld moeten vaak smokkelaars afbetaald worden. Een groot deel van het Chinees restaurantpersoneel is hier illegaal. Iedereen weet dat maar de kans dat ze opgepakt worden is miniem. De arbeid van deze ‘afval” is immers te nuttig . Amerika eet en knijpt een oogje dicht. En zo zijn er honderden voorbeelden. Hypocrieten zijn het, de schreeuwlelijkaards in Vlaanderen en Amerika die de mensen bang maken met hun waarschuwingen dat de barbaren voor de poorten staan. De echte barbaren zijn zij die voor elk probleem een donkerhuidige zondebok vinden.



10 mei 2005