(een enigszins gewijzigde versie van dit interview verscheen in De Morgen van zaterdag 27 augustus 2011)
Na 18 jaar wordt een punt gezet achter de column van Jacqueline Goossens uit New York. Week na week nam ze de lezers bij de hand op haar omzwervingen in de Stad der Steden. Tijd voor een terugblik met een meisje uit Kleit bij Maldegem dat in the Big Apple leerde flossen als een geboren yank.
Dit is geen begrafenis, wel het afscheid van een dierbare verschijning in onze krant. Na 18 jaar wordt een streep getrokken onder de column van Jacqueline Goossens (57) uit New York. Lezers konden er hun klok op gelijk zetten: zaterdag bracht De Morgen Magazine post uit de Big Apple. Doorgaans waren het geen wereldschokkende gebeurtenissen waarover ze berichtte, en al evenmin staarde ze zich blind op de glamour en glitter waar haar omgeving nochtans geen tekort aan heeft. Veel liever nam Jacqueline Goossens ons bij de hand tijdens haar omzwervingen door de Stad der Steden. Zelf omschrijft ze zich als een kroniekschrijfster die al flanerend fait divers en verrassende ontmoetingen verzamelt. Want hoe groot ook de wolkenkrabbers van Manhattan, het waren meestal kleine mensen die haar columns bevolkten. Voor menige lezers werden ze op de duur haast familie: de bewoners van Clinton Street op Staten Island, het stadsdeel waar ze al 25 jaar woont met haar levensgezel, journalist en beeldend kunstenaar Tom Ronse. Liefde maakt blind, maar Jacqueline Goossens sloot nooit de ogen voor kommer en kwel in haar beminde stad. Toch mogen ook touroperators bij dit afscheid een bloemetje sturen. We zouden ze geen eten willen geven, de lezers die door haar wekelijkse brief een retourtje New York hebben geboekt.
Hoeveel columns ze in al die jaren heeft geschreven? Aan de telefoon klinkt een zucht, de opmaat voor een transcontinentaal gesprek van meer dan twee uur. “Ik ben de tel kwijtgeraakt”, zegt ze tenslotte. “Maar het moeten er meer dan 1.000 zijn. In feite was dat nooit de bedoeling. Op een dag kreeg ik telefoon van Agnes Goyvaerts. Of ik wilde helpen de zomer te overbruggen? Iedere week een stukje, was de afspraak. Ik was er eerst niet gerust op: waar zou ik de inspiratie vandaan halen om acht stukken over New York te schrijven? Maar dat bleek geen probleem. De zomerse column werd een permanente column, en na een poosje begon ik er ook voor Weekend Knack en verschillende maandbladen te schrijven. Het ging niet altijd over New York. Als ik naar België terugkeerde of met Tom op reis ging, dan mocht ik ook daar over schrijven. Die vrijheid heb ik altijd erg gewaardeerd”.
-Geen wonder dat de inspiratie als een klaterende beek vloeide. Bestaat er een rijkere bron dan New York, een wereldstad die als geen andere tot de collectieve verbeelding spreekt?
Goossens: “Het is inderdaad een dankbare plek. Deze stad is zo divers, ze is constant in beweging. In New York moet je geen onderwerpen zoeken, ze komen op je af. Een gebeurtenis, een flard van een gesprek, een bericht in de krant, meer had ik niet nodig. (lachend) Ik ben nooit naar de columnistenschool geweest, maar na een poosje zit het genre in de vingers. Het moeilijkste is de openingszin. Als die goed zit, schrijft het stukje zichzelf. Ooit vroeg een collega me waarom ik als inwoner van New York de kans niet greep om de vele beroemdheden te ontmoeten die hier wonen. Daar moet je over schrijven, betoogde hij. Maar dat interesseert me niet, ik ben gefascineerd door de gewone dingen. In een stad als New York, waar alle nationaliteiten van de wereld naast elkaar leven, zijn de gewone dingen al speciaal genoeg”.
- Had je het in een andere stad zo lang kunnen volhouden?
Goossens: “Misschien wel, ik denk dan aan plekken zoals Istanboel, Mumbai en Caïro, eveneens kolkende megasteden waar het leven op je afkomt. De stad als laboratorium voor de toekomst, dat is wat me echt boeit. Ik vind het mateloos interessant hoe mensen zich in grootsteden organiseren. Door die bril kijk ik iedere dag naar New York: als een permanent experiment met 8 miljoen deelnemers. Met alle verschillen en tegenstellingen lijkt een fatale explosie onvermijdelijk. Maar nee, op de keper beschouwt is het experiment behoorlijk succesvol”.
- In 1980 trok je met Tom naar de States om er voor De Morgen de presidentsverkiezingen te verslaan. Jullie zijn niet meer teruggekeerd. Was dat gepland?
Goossens: “Nee, oorspronkelijk dachten we zes maanden te blijven, zolang zouden we het met ons beetje spaargeld uitzingen. De eerste twee maanden konden we bij een vriend van Tom in Montclair even buiten de stad logeren, daarna hebben we een kelderappartementje van 200 dollar in Woodside Queens gehuurd. We schreven allebei voor De Morgen, even later konden we ook voor het Vrije Volk werken, een Nederlandse krant die intussen al lang is opgedoekt. Waarom dan naar België terugkeren? We hadden geen van beiden zin in een nine to five bestaan. Tom en ik zijn geboren freelancers, net zoals de meeste van onze vrienden. Leven met onzekerheid, kansen grijpen, van het ene project in het volglende stappen, dat hoort bij de vibe van deze stad. Veel planning kwam er allemaal niet bij kijken. Wat gaan we doen als we later groot zijn, vroegen we ons in die beginjaren vaak af. Die vraag stellen we ons nog altijd, en het antwoord blijft hetzelfde: ‘we zullen wel zien’”.
- Dertig jaar is lang. Herken je de stad nog als je achterom kijkt?
Goossens: “Nauwelijks. Time Square was een rosse buurt waar kinderprostitutie welig tierde, het is vandaag onvoorstelbaar. In 1980 was New York een zieke stad op de rand van het faillissement. Werkloosheid, criminaliteit, leegstand, alle statistieken piekten in het rood. Toen we een appartement zochten, toonden vrienden op het stadsplan de buurten waar we vooral niet mochten gaan wonen. Uiteindelijk zijn we toch in zo’n buurt beland, in Fort Greene in Brooklyn waar het aantal blanken zich op de vingers van één hand liet tellen. We hebben er goede vrienden aan overgehouden, maar het was armoe troef en soms was het er ronduit gevaarlijk. Dieper kon New York niet zakken, dachten we toen, maar tien jaar later was het allemaal nog veel erger. Crack was intussen als een epidemie over de stad gerold. In sommige buurten van de South Bronx en Harlem had je verlaten straten met uitgebrande huizen, alsof er een oorlog had gewoed. Maar kijk, intussen zijn woningen in Harlem en Fort Greene onbetaalbaar geworden, zelfs in de South Bronx worden aan de lopende band huizen opgeknapt. De misdaadcijfers spreken voor zichzelf. In 1990 werden er 2.265 moorden gepleegd, vorig jaar 470. En dan moet je bedenken dat de stad intussen met meer dan een miljoen inwoners is gegroeid. Volgens de FBI is New York momenteel de veiligste grootstad van Amerika”.
- In 2007 publiceerde je een boek onder veelzeggende titel ‘New York: De Vette Jaren’. Intussen is Lehman Brothers failliet en houdt de hele wereld de adem in voor een wereldwijde recessie. Zijn de vette jaren voorbij?
Goossens: “Daar ben ik niet zo zeker van. Toevallig was ik vandaag op een persconferentie van de diamantsector. Het eerste kwartaal van 2011 was het beste ooit. Wallstreet deint op en neer. Begin dit jaar werden er volop mensen aangeworven, nu zijn de banken weer aan het afdanken. Maar aan geld is er geen gebrek, organisatoren van decadente verjaardagsfeestjes doen nog altijd gouden zaken. Wat je ook steeds meer ziet: chique buurten waar ’s avonds alle ramen donker blijven. Dat zijn buitenlanders, Russen, Chinezen, Indiërs of Brazilianen die van de zwakke dollar profiteren om hier in vastgoed beleggen. Het oogt wat griezelig, het doet me denken aan Knokke op een winteravond. Maar niet iedereen ontsnapt aan de crisis. Scholen moeten het met veel minder leerkrachten stellen, terwijl het aantal kinderen explodeert. Ook het aantal daklozen breekt alle records, maar dat ligt deels aan het imago van de stad. Als je ergens in de States dakloos moet zijn, doe het dan in New York, de stad met de meeste genereuze welfare programs en de gulste mecenassen van Amerika”.
- Je schreef vaak en met veel mededogen over daklozen, bedelaars en andere verschoppelingen. Vanwaar die empathie?
Goossens: “Mijn afkomst zeker? Ik kom uit een arbeidersmilieu. Mijn vader was vrachtwagenchauffeur, mijn moeder is helaas heel vroeg in de psychiatrie beland. Ook daarom ben ik zo gevoelig voor dat thema. De helft van de daklozen zijn mensen met psychische problemen, terwijl Amerikaanse gevangenissen in feite psychiatrische instellingen met tralies zijn. Martin Heylen is hier ooit op bezoek geweest, hij was net klaar met zijn reeks over Amerika. Blijkbaar is ook hij kind van een vrachtwagenchauffeur. Misschien, zo opperde hij, verklaart dat waarom we allebei nieuwsgierig en rusteloos van aard zijn. Daar zit iets in, al denk ik dat het in mijn geval ook met mijn kindertijd te maken heeft. Ik zat in het derde kleuterklasje toen ik werd geplaatst. Dat is hard, maar volgens een mijn opvoeders heb ik nooit gehuild. Ik denk dat ik weet waarom: ik had het te druk met om me heen te kijken en mijn wereld te verkennen. Mijn nieuwsgierigheid heeft me in die moeilijke tijden gered”.
- De tiende verjaardag van 9/11 komt eraan. Leeft de herinnering in New York?
Goossens: “De voorbije verjaardagen verliepen nogal low key, maar deze tiende herdenking wordt een groot evenement. De aanslagen zijn nog niet vergeten, wat had je anders gedacht? Een van onze beste vrienden heeft zijn broer verloren. Zo kent iedere New Yorker wel iemand, rechtstreeks of onrechtstreeks. Maar om nu te zeggen dat 9/11 de stad heeft getekend? Downtown, in de onmiddellijke omgeving van Ground Zero, bloeit het als nooit tevoren. Het aantal inwoners is de voorbije tien jaar meer dan verdubbeld, het ene na het andere hotel opent zijn deuren. Hoe schokkend ook, we mogen de impact van 9/11 niet overschatten. New York is immens uitgestrekt. Zelfs op de dag van de aanslagen ging het leven in het grootste stuk van de stad zijn gewone gangetje. Buitenlanders verwonderen zich over het gemak waarmee 9/11 werd verwerkt. Maar ze vergeten dat de aanslagen tijdens de vette jaren werden gepleegd. Het is hier Haïti niet, er waren hopen geld om de heropbouw onmiddellijk aan te vatten. Alleen al het toerisme vormt een enorme bron van inkomsten. Vorig jaar 49 miljoen bezoekers, een absoluut record”.
Klopt het dat 9/11 een zegen was voor de city marketing?
Goossens: “Daar wordt veel over gespeculeerd. De rush van buitenlandse toeristen heeft wellicht meer met de goedkope dollar te maken, maar het is een feit dat 9/11 een positieve invloed op de binnenlandse populariteit heeft. Heel veel Amerikanen liepen vroeger in een boog rond de stad. Gevaarlijk, een poel van zedenbederf, dat was het imago. Nu komen conservatieve Amerikanen louter uit patriottisme naar New York afgezakt. Die toeloop zal alleen maar groter worden als het monument van Ground Zero eindelijk wordt ingehuldigd”.
- Stel je bent jong en je wil wat. Is New York dan nog altijd the place to be?
Goossens: “Ik vind van wel. In welke andere stad krijg je zoveel energie? Waar vind je zo’n verscheidenheid? De hele wereld woont in New York. Tom en ik maken er een sport van: ’s avonds gaan we na hoeveel verschillende accenten we die dag hebben gehoord. Stel je voor, 43 procent van de werkende bevolking is van buitenlandse origine, en dat geldt zowel voor topmanagers en professoren als illegale schoonmaaksters of tuinmannen. Kijk, New York is een paradijs voor verzamelaars van verloren voorwerpen. Ons huis staat er vol van, zelfs de stoel waarop ik nu zit, hebben we op straat gevonden. Dat heeft te maken met doorgeslagen consumentisme, zeker. Maar het komt vooral omdat iedereen hier constant in beweging is. Verhuizen is een nationale sport, iedereen is permanent op zoek naar een betere buurt of een groter huis. Ruimte is krap, overtollige huisraad wordt gewoon op straat achtergelaten. Die dynamiek houdt New York levend, het is een stad die zichzelf voortdurend hernieuwt. Al gehoord vande jongste demografische trend? Het aantal zwarten gaat licht achteruit, voor het eerst sinds de Amerikaanse Burgeroorlog. Reverse migration heet dat, want velen keren terug naar het Diepe Zuiden waar hun grootouders tijdens de Grote Depressie zijn weggelopen. Hier, op Staten Island, zie je hoe steeds meer Puertoricanen naar betere buurten uitwijken. Hun plaats wordt meteen ingenomen, vooral door Mexicanen en Zuid-Amerikanen, legaal zowel illegaal. Zo werkt New york, als een immense integratiemachine waar telkens weer nieuwe groepen op de onderste trede van de ladder staan. Blanken hebben hun dominantie verloren, dit is een stad van minderheden die ondanks alle verscheidenheid door één en dezelfde kleur worden verbonden. Groen, want de dollar is de echte gemene deler van New York. Al met al vind ik dat die multiculturele samenleving goed functioneert. Een hoofddoekendebat zoals in België of Frankrijk is hier ondenkbaar. Zelfs na 9/11 bleef de islamofobie binnen de perken. Ja, er was de heisa over de plannen om op Ground Zero een moskee te bouwen. Dat was een kwakkel van formaat, in feite het ging het om een bestaande gebedsplaats in de buurt van Ground Zero. Niettemin: zowel joodse als christelijke leiders zijn onmiddellijk in de bres gesprongen. Moslims, zo poneerden ze, hebben het recht om te ijveren voor een moskee op die plek. Die tolerantie, ook dat is New York”.
- Je woont niet meer op Clinton Street, het decor voor de reality show waarvan je ons jarenlang liet snoepen. Waarom ben je verhuisd?
Goossens: “We hebben er 17 jaar gewoond. Clinton Street is een bruisende straat met kleurrijke bewoners. Boeiend, maar ook vermoeiend. Het ging er vaak ruig aan toe, vooral in de periode van de crackepidemie. Behalve ruig was de straat vooral lawaaierig. In de zomer kent deze stad een subtropisch klimaat. Wij houden niet van airco, we gooien onze ramen en deuren open. Dan kan het straatlawaai aardig tegensteken. Uiteindelijk zijn we naar een rustige straat verhuisd, drie minuten gaans van Clinton Street. Ze zijn me daar nog niet vergeten, ik kom er nog vaak”.
Hoe gaat het nog met je Bulgaarse buurvrouw?
Goossens: “Ook toeval dat je er uitgerekend mijn Bulgaarse buurvrouw uitpikt. Drie weken geleden kwamen ze me roepen. De Bulgaarse oma was gevallen, uitgegleden toen ze de bloemen water aan het geven was. Ik ben er naartoe gesneld. Praten konden we niet, ze sprak geen woord Engels. Ze pakte mijn hand en legde ze op haar boezem. Ik kon niet beseffen dat het ons definitief afscheid zou worden. Ze is enkele dagen later gestorven. Negentig jaar geleefd, waarvan de laatste twintig in New York waar ze in het spoor van haar dochter was beland”.
- Over oma’s worden gesproken. Is New York de stad waar je oud wil worden?
Goossens: “Foute vraag. Tom en ik denken helemaal niet aan stoppen of pensioen. Om te beginnen hebben we geen pensioen dat het natellen waard is, bovendien doen we allebei doodgraag wat we doen. Ik wil ervoor tekenen: 100 jaar worden en op de laatste dag nog gauw een stukje schrijven. Natuurlijk, er zijn voorwaarden. Je moet gezond en mobiel blijven, en voldoende inkomsten generen. Zolang dat allemaal lukt, zie ik geen reden om te vertrekken”.
Plannen?
Goossens: “Plannen zat. De volgende twaalf maanden zijn zo goed als vol gepland. In 2012 lopen er twee boeken van stapel, met een reeks lezingen in België er bovenop. Binnenkort vertrek ik alvast voor een paar interviews naar Detroit, een stad waar ik verliefd op ben. Detroit doet me denken aan het New York van de jaren tachtig. Op het eerste gezicht zie je alleen het verval, de lege fabrieken, theaters en woonblokken. Maar als beter toekijkt, zie je dat het glas niet half leeg maar half vol is. Meer en meer kunstenaars trekken van New York naar Detroit, omdat er ruimte is en kansen om in alle vrijheid hun ding te doen. Zo is ook hier de kentering begonnen, in buurten die door iedereen waren opgegeven. Die evolutie wil ik van op de eerste rij meebeleven. Ik zou het geweldig vinden als ik mijn passie voor Detroit met mijn Belgische lezers kon delen”.
Om met een clichévraag te eindigen. Voel je je nu Belgisch of Amerikaans?
Goossens: “Amerikaans, of liever nog: New Yorks. Soms vraag ik me af wanneer ik de bocht heb genomen. Wanneer precies heb ik bepaalde gewoontes overgenomen? Elke dag een vers washandje en een propere schotelvod? Vroeger stak het zo nauw niet, maar nu deel ik de Amerikaanse obsessie voor dat soort hygiëne. En sinds wanneer trek ik een kwartier tijd uit om mijn tanden te poetsen? Ik zat op de normaalschool in Tielt. Ik herinner me nog hoe de hele klas gniffelde toen een klasgenoot een spreekbeurt gaf over zijn vakantie in Amerika. Hoe lang de kinderen erover deden om hun tanden te poetsen! Flossen, mondwater, de hele procedure nam gemiddeld 13 minuten in beslag. Wij vonden dat hilarisch. Maar intussen ben ik zelf gaan flossen alsof mijn leven ervan afhangt”.
27 augustus 2011