Onlangs had ik een seks-fantasie die volslagen onerotisch was. Twee blote mannen zitten voor een grote spiegel te masturberen. Ze letten niet op elkaar. Ze hebben enkel oog voor hun spiegelbeeld dat hen intens lijkt op te winden. "Yes! Yes! Mister President!' moedigt de grootste zichzelf aan. “Oui, monsieur le president!”, kreunt de kleine. Nadat ze samen zijn klaargekomen, komt een donker gekleurde kuisvrouw de boel opruimen. “Les sales boulots sont toujours pour les étrangers”, moppert ze.
De aanleiding van die bespiegeling was de repliek van Nicolas Sarkozy tijdens een tv-interview op de vraag: "Denkt u tijdens het scheren soms aan het presidentschap?" "Niet alleen tijdens het scheren...", antwoordde hij met een arrogant geil trekje rond de mondhoeken. Ik wed dat vele kijkers toen net als ik zijn zin afmaakten: “…maar ook tijdens het masturberen!". De man vroeg er om. Intussen is hij tot president verkozen. De lange kerel naast hem in de ingebeelde spiegel heeft nog anderhalf jaar voor de boeg voor hij met die prijs kan gaan lopen. Zijn naam is Rudy Giuliani, de oud- burgemeester van New York. Hij zou het als president wellicht goed kunnen vinden met Sarkozy. Maureen Dowd, de cassante columniste van de New York Times, beschreef de laatste als "een bruut, een Rudy Giuliani zonder de zelfbeheersing".
Ze projecteren allebei een imago van onverschrokkenheid. Koene ridders die weten dat je geen omelet kunt maken zonder eieren te breken. Giuliani dankt zijn faam vooral aan zijn rol na 9/11, toen hij temidden van de chaos een rots van Gibraltar was. Maar eerder had hij met zijn grote mond veel kwaad bloed gezet in de stad. Zo veel dat hij zijn campagne om senator te worden wegens te lage pollcijfers opgaf. Hillary Clinton won die verkiezing. Zij zou opnieuw zijn tegenstander kunnen worden in de strijd om het Witte Huis. Zij is geen Ségolène, die Hillary. Maar dat terzijde.
Ik ben nooit een fan van Giuliani geweest maar soms dwong zijn onverschrokkenheid ook mijn respect af. Zo waardeerde ik het dat hij op de bres sprong voor de immigranten, illegalen inbegrepen. Hij waakte er over dat ze terecht konden in de stadsscholen en –ziekenhuizen; hij zorgde ervoor dat zijn stadspersoneel niet optrad als immigratie-politie. Hij leek geen schrik te hebben om zo tegen het nationale Republikeinse tij in te zwemmen. Maar dat was toen. Nu probeert hij de presidentskandidaat te worden van de Republikeinen. Die beseffen dat ze, als ze het Witte Huis willen houden, een kandidaat nodig hebben die onbezoedeld is door deelname aan het beleid van de steeds meer verguisde regering. Een man als Giuliani bevoorbeeld, die door Time Magazine na 9/11 werd uitgeroepen tot “Amerika’s burgemeester”. Zo werd Giuliani de koploper onder de Republikeinse kandidaten. Maar hij moet wel eerst de voorverkiezingen winnen en de meeste Republikeinse kiezers zijn nog steeds oer-konservatief. Als Giuliani nu over immigranten spreekt -op veilige afstand van New York- dan heeft hij het over beboeten, bestraffen en streng controleren. Over wapenbezit zegt hij nu dat de staten dat zelf moeten regelen, terwijl hij als burgemeester een strikte nationale wetgeving eiste. Over abortus heeft hij laten uitschijnen dat hij “strikt constructionistische" rechters in het Opperste Gerechtshof zou benoemen, een codewoord in rechtse kringen voor rechters die de legalisering van abortus door dat Hof willen terugschroeven. Rudy is niet de enige Republikeinse kandidaat die zijn kar gekeerd heeft. Zijn rivaal Mitt Romney, de oud-gouverneur van Massachussets deed dat ook. Giuliani en Romney staan voor het typische dilemma van Republikeinen uit het noordoosten van Amerika. Om daar verkozen te worden, waren ze verplicht om progressieve standpunten te verdedigen over abortus, wapencontrole en immigrantenrechten. Maar om nationaal naar de top van hun partij te rijzen, moeten ze diezelfde standpunten laten varen. Natuurlijk valt dat op. Vooral op de plaats waar ze hun carriere begonnen. Zelfs een krant als de The New York Post die Giuliani altijd gesteund heeft, noemt hem nu een ‘pretzel’, de in vele bochten gedraaide koek die de lievelingsversnapering is van veel NewYorkers. Giuliani lijkt het zich niet aan te trekken. Hij heeft New York niet meer nodig om verkozen te worden.
Kan hij winnen? Dat hangt af van de vraag hoe hoog de tolerantie van de kiezers voor hypocrisie is. De verwachtingen zijn, wat dat betreft, al behoorlijk afgesleten. Maar anderhalf jaar is een lange tijd in de politiek. Reken maar dat Giuliani’s tegenstanders nog heel wat juweeltjes zullen opvissen uit zijn rijk verleden. Gisteren nog bracht een website aan het licht dat de vrome man nog geld heeft geschonken aan Planned Parenthood, een pro-abortusorganisatie. “Is dat de leider die we willen”, zullen zijn rivalen de Republikeinse kiezers voorhouden, “een man die drie keren is getrouwd en wiens eigen zoon hem niet heeft vergeven dat zijn moeder via de pers moest vernemen dat zijn pa van haar wou scheiden?” Ik herinner me die zoon nog goed als het klein ventje dat achter zijn vader stond toen Giuliani in 1994 zijn inhuldigingsspeech gaf in het stadhuis. Tot groot jolijt van het publiek aapte zoonlief hem achter zijn rug na, mimiek en brede armgebaren en al. Gelukkig kon de burgemeester er ook mee lachen. Hij legde achteraf uit dat zijn zoontje hem zo goed imiteerde omdat het kind hem herhaaldelijk had bespioneerd terwijl hij zijn speech aan het repeteren was. In de badkamer, voor de spiegel.
9 mei 2007