Het N-woord

De winter heeft nog een venijnige staart in New York maar heel binnenkort gaan we de vensters weer open kunnen gooien. Eens de lente hier op gang komt gaat het snel: bomen veranderen in een mum van tijd van kaal naar welig groen, de winterstilte maakt plaats voor straatlawaai. De verwarming is afgezet en de airco staat nog niet aan: uit open ramen van huizen en auto’s in mijn buurt zal de rapmuziek me rond de oren slaan. Joelende kinderen zullen weer in mijn straatje spelen. Ik weet nu al dat ik in de muziek en het gebabbel weer honderden keren het woord ‘nigger’ zal horen. Het “symbolische moratorium” op het gebruik van het gehate ‘N-woord’ dat de New Yorkse gemeenteraad eind februari afkondigde, zal daar niets aan veranderen. Andere Amerikaanse gemeenten hebben sindsdien het voorbeeld van New York gevolgd terwijl er ook campagnes aan de gang zijn om het woord uit woordenboeken te bannen en om boeken die het woord gebruiken –ook als ze anti-racistisch zijn zoals Mark Twains ‘Huckleberry Finn’- uit bibliotheken te verwijderen. “De maat is vol”, vond gemeenteraadslid Leroy Comrie die het ‘moratorium’ voorstelde, “zoveel mensen hebben al te lang hun woede opgekropt. Het is tijd om een lijn in het zand te trekken.” Die metafoor was onbewust goed gekozen: zoals een lijn in het zand door water en wind wordt uitgewist, zal Comrie’s ‘moratorium’ snel worden vergeten. Maar wat die opgekropte woede betreft, had hij geen ongelijk. Ik weet dat oudere zwarte mensen in mijn buurt zich dood ergeren aan de hernieuwde populariteit van wat voor hen het ultieme scheldwoord is. Verschillende van hen groeiden op in het apartheidsregime van de ‘Old South’ en ervaarden reeds als kinderen hoe het woord hen als minderwaardig brandmerkte. Niet dat het op zich negatief is. Het is een verbastering van het Nederlandse ‘neger’ (dat zelf komt van het latijnse ‘niger’ –zwart). Via Hollandse slavenhandelaars kwam het in de 17de eeuw in de Engelse taal terecht en kreeg het de bijklank van uentermensch. Omdat het zo bedoeld werd. Woorden hebben de betekenis die men erin legt. Zelfs heel neutrale woorden –‘vreemdeling’ bijvoorbeeld- kunnen haatdragers zijn.

‘Nigger’ werd ook onder zwarten een courant scheldwoord, dat ‘waardeloze nietsnut’ betekende. De eerste die niet het gebruik van het woord maar het woord zelf aanviel, was de joodse comedian Lenny Bruce die in 1961 zijn publiek schokte toen hij vroeg: "Are there any niggers here tonight?" Bruce wou ook weten of er kikes (joden),spics (latino’s) of micks (Ieren) in de zaal waren. Hij spoot een diarree van racistische en etnische scheldwoorden over zijn verbijsterd publiek dat niet wist of het moest lachen of protesteren. The point? Lenny: “De onderdrukking van het woord geeft het zijn macht, zijn smerigheid. Als president Kennedy op tv zegt:‘'Tonight I'd like to introduce the niggers in my cabinet,' en ‘nigger’ bleef zeggen tot het zijn betekenis verloor, zou je nooit meer een vierjarige ‘nigger’ doen huilen als hij van school komt.” Ook de grote zwarte komiek Richard Pryor dacht er zo over. “Op een goede avond besloot ik om de angel uit het woord te trekken”, schreef hij in zijn autobiografie, “Door het steeds opnieuw te zeggen wou ik mezelf en anderen ongevoelig maken voor zijn gemeenheid. Nigger. Ik bleef het herhalen als een predikant die Hallelujah zingt.” In de jaren 1980 zette de hiphop-cultuur nog een stap verder: voor rappers als NWA (‘Niggaz With Attitude’) en Ice Cube werd het scheldwoord een koosnaam, een uitdagende eretitel. Het N-woord werd plots razend populair onder jonge zwarten. “Als zij elkaar ‘my nigger’ of ‘a real nigger’ noemen, drukken ze een gevoel van verbondenheid uit”, zei rap-entrepreneur Russell Simmonds, “het betekent dat ze hun eigen cultuur hebben uitgevonden zodat ze niet meer afhankelijk zijn van de Amerikaanse cultuur die niet van hen is. Het betekent dat ze iets speciaal zijn. Dat ze hun eigen taal hebben.”

Het was niet de eerste keer dat een scheldwoord door de uitgescholdenen gerecupereerd werd. De Amerikaanse opstandelingen deden het met “Yankees”, de giftig bedoelde benaming die de Britten hen gaven. In onze eigen kontreien adopteerden de opstandelingen tegen het Spaans bewind het scheldwoord “Geus” (‘bedelaar’). Meer recent gaven de homo’s het hatelijke ‘Queer’ een positieve draai. Om het hun eigen woord te maken en te onderscheiden van het traditioneel gebruik, schrijven rappers ‘nigga’ in plaats van ‘nigger’. Volgens de campagnevoerders tegen het N-woord verandert dat niets. Hoe je het ook schrijft, voor hen blijft de term verachting uitdrukken. Dat jonge zwarten het woord massaal gebruiken toont volgens hen dat velen in de zwarte gemeenschap nog steeds een lage zelfwaardering hebben. Ik begrijp hun passioneel verzet maar ze vechten tegen de bierkaai. Bovendien strijden ze tegen symptomen in plaats van oorzaken. Wat kwetst is niet het woord maar de gedachte achter het woord. De dag waarop de haat uit de harten verdwijnt, zal geen woord nog pijn doen.

9 maart 2007