Vier jaar geleden, op een koude nacht zoals deze, hoorde ik twee vuurschoten in de verte. Twee knallen, twee doden. Ze lagen op het voetpad waar ik nu sta, op enkele straten van mijn huis. De foto's, kindertekeningen, kaarsen en bloemen om hen te herdenken zijn al lang weg. In hun plaats staan nu twee jonge linden. Een boompje voor elke dode. Een voor detective James Nemorin en een voor zijn collega Rodney Andrews. De twee 'undercovers' probeerden die nacht illegale wapenverkopers te klissen die ze al maanden op het spoor waren. Aan de Stapleton Houses, het grootste complex van sociale woonblokken van Staten Island en ook op loopafstand van mijn huis, hadden ze twee jongens opgepikt, een van 16 en een van 20. Ze droegen microfoons waardoor collega's konden meeluisteren naar wat er in de auto gezegd werd. Hun plan was om een Tec-9 submachine geweer te kopen en dan de verkopers te arresteren. Het plan van de jongens was om hun ‘klanten’ te beroven. Wat er in de auto precies gebeurde is nooit opgehelderd, ondanks de micro’s. Ontdekten de boefjes dat hun klanten politiemannen waren? De oudste van de twee, Ronell Wilson, schoot de agenten elk een kogel in de nek. Nadat ze de zakken van hun slachtoffers doorzocht hadden, gooiden ze de lijken uit de auto, op de straathoek waar ik nu sta. Binnen de minuut brak de hel los in onze wijk. Van alle richtingen kwamen er patrouillewagens met loeiende sirenes aangestormd. Helicopters met verblindende zoeklichten begonnen intimiderend boven onze hoofden te cirkelen. De vier bruggen naar Staten Island gingen dicht. De veerdienst naar Manhattan werd stilgelegd. Elke flat in Stapleton Houses werd doorzocht. Twee dagen later eindigde de klopjacht. De jacht naar wraak was toen al begonnen. De vermoorde agenten waren in de fleur van hun leven zoals men dat dan zegt, gehuwd en vaders van jonge kinderen. Hun familie, collega’s en de tabloid-pers eisten dat de moordenaar de doodstraf zou krijgen. Die was toen nog niet zo lang heringevoerd in de staat New York maar nog niet toegepast. Terwijl het proces werd voorbereid, verklaarde het opperste gerechtshof van New York de nieuwe doodstraf-wet ongrondwettelijk. Daarop besloot de federale regering de vervolging van Ronell Wilson over te nemen zodat hij toch ter dood kon veroordeeld worden. De laatste terechtstelling voor een federale misdaad in New York dateert van 1954. De veroordeelde was een bankovervaller die een FBI-agent had doodgeschoten. Hij stierf op de electrische stoel in de Sing Sing-gevangenis.
Gisteren beslisten twaalf jury-leden in Brooklyn over Wilsons lot: dood door inspuiting. "Yes!" riepen de vrienden en familieleden triomfantelijk. De dader stak zijn tong naar hen uit. "Je bent dood man", riep de schoonmoeder van een van de vermoorde agenten. "Jullie zijn nu ook moordenaars", riep Wilsons moeder. "You motherfuckers!" riep zijn jongere broer waarop zijn moeder snel haar hand op zijn mond legde. “Dead Right!”, schreeuwt de kop van de Daily News vandaag en die van de New York Post roept, naast een foto van een kil-kijkende Wilson: “Fry baby!”. “Braden” is wat men op de electrische stoel doet.
"Ze zouden hem aan het publiek moeten overleveren", zei een man met wie ik gisteren toevallig samen aan een lift in Manhattan naar een televisieschermpje stond te kijken waar het nieuws bezig was. De man was een zwarte. De dader en zijn vriend zijn zwart. De vermoorde agenten waren ook zwarten.
In de kranten staan ook foto’s van twee tevreden glimlachende weduwen. Maar Ronell Wilson doden, zal hun mannen niet doen terugkeren. Ronell is nu een man van 24. Zijn leven begon in een leegstaand gebouw in Coney Island zonder ramen, verwarming of water. Hij deelde een smerige matras met zijn zusje en broertje. Zijn ouders zopen, rookten crack, schreeuwden en vochten. Toen hij twee jaar oud was kreeg hij een hersenvliesontsteking die mentale achterstand veroorzaakte. Later, in de armenbuurt Stapleton Houses, werden Ronell en zijn broers en zusjes uitgelachen omdat ze nog armer waren dan de rest. Ze werden smalend “Thirteen” genoemd omdat ze met 13 een flat deelden. Zijn moeder verwaarloosde de kinderen zo erg dat de staat ze afpakte. Ronells leven was een aaneenrijging van verblijven in pleeggezinnen, psychiatrische instellingen en jeugdgevangenissen. Als tiener plaste hij nog in bed en zoog hij aan zijn duim. Zijn echte familie waren de jongens van Stapleton Houses. Hij speelde stoere jongen om er bij te horen. De drugdealers en bende-leden van Stapleton Houses waren de kat en hij het vogeltje. Ideaal om voor hen de kastanjes uit het vuur te halen.
In Amerika zorgt de staat voor pleegkinderen tot ze achttien zijn. Zoals aan Ronell wordt elk jaar aan 24.000 jongeren gezegd: gelukkige verjaardag en trek nu maar je plan. Velen belanden in opvangcentra voor daklozen, in de gevangenis of in diepe armoede. Staten die proberen de allerzwaksten onder de jongeren tot hun 21ste op te vangen, klagen dat ze er geen geld voor hebben. In Detroit alleen al belandt een kwart van de voormalige pleegkinderen in de gevangenis. Velen zijn mentaal gehavend. Er zijn nu meer psychiatrische patienten opgesloten in gevangenissen dan er in instellingen verblijven. De terechtstelling van Ronell Wilson is nog niet voor morgen. Dat is dan ook weer Amerika. Tientallen mensen, waaronder prominente advocaten, zullen zich gratis inzetten om zijn executie te voorkomen. En daar kunnen ze nog vele jaren mee bezig zijn.
31 januari 2007