BEZETTINGSLEGER

“De taak van de politie bestaat erin om hen in hun territorium houden”.

Mijn vriend Alan woonde woonde in de jaren 1970 in een flat niet ver van Columbia University toen hij op een dag bezoek kreeg van zijn Portugese vriend Jorge. Die had de vergissing gemaakt om een binnenweg te nemen door het Morningside Heights Park in Harlem, waar hij prompt werd overvallen. Een jongeman richtte een pistool op zijn hoofd en Jorge had braaf zijn portefeuille afgegeven. “Loop snel als je niet wil sterven”, had de overvaller geadviseerd en Jorge liet zijn valies staan en rende zo snel hij kon naar Alan. Toen hij gekalmeerd was, wou hij zijn valies terug. Dus ging hij met Alan naar het dichtstbij zijnde politiekantoor in de hoop dat een agent met hen naar het park zou gaan om de bagage te zoeken. De agent van dienst bekeek hen alsof ze pasgeboren baby’s waren. Hij deed zelfs geen moeite om de schijn op te houden. “Dat park is hún terrein”, legde hij uit. “Wij komen er niet in. Zij doen er wat ze willen en zolang ze geen problemen maken buiten het park, komen we niet tussen”.

“Dat had u wel op een bord aan de ingang van het park mogen zetten”, zei Jorge teleurgesteld. Maar de regels van een stad in verval worden niet neergeschreven. Zelden heeft iemand van hogerop de moed om ze te verwoorden. Iemand die dat wel deed was Tony Bouza die toen politiecommandant van de Bronx was. “Wij functioneren als een efficient bezettingsleger”, zei hij. “Er is een permanente onderklasse gecreeerd en onze taak bestaat erin om die in haar territorium te houden”.

Ik denk aan de onfortuinlijke Jorge terwijl ik ergens in West-Vlaanderen aan een zondagse feesttafel zit. Alle aandacht is gericht op de jonge twintiger die net met een wat vermoeide blik is bijgeschoven. Ik heb moeite om te geloven dat die kerel met zijn harde fitness-armen en het guitig, vrolijk ventje van nog niet zo lang geleden dezelfde zijn. Hij is nu politie-inspecteur en werkt in Brussel. Uit eigen wil want daar is de actie; in zijn eigen streek gebeurde er nooit wat. Maar het zijn lange dagen. Hij is vanmorgen om vier uur opgestaan en is pas nu, zestien uur later, terug thuis. “Zou het dan niet practischer zijn om in Brussel te gaan wonen?”, vraag ik hem. In Brussel wonen? Geen haar op zijn kortgeknipt hoofd dat daaraan denkt. “Veel te veel criminelen!”

Een drankje, wat eten en de jongen fleurt zienderogen op. De bewondering en de vele vragen die zijn tafelgenoten afvuren over zijn opwindende avonturen in de gevaarlijke grootstad vol "vreemdelingen" helpen ook. Of er wel eens gasten zijn die drugs in hun achterste verstoppen, wil de jongste van de bende weten. Onze jonge flik raakt op dreef. “De criminelen worden veel te snel weer losgelaten”, zegt hij, “het komt er dus op aan om hen een een flinke les te leren op het moment dat ze gearresteerd worden.” Hoe meer hij vertelt, hoe meer ik de bezettingsleger-mentaliteit herken die in New York zoveel kwaad bloed heeft gezet. De manier van denken van agenten die van buitenaf worden aangevoerd, die geen voeling hebben met de plaats waar ze de orde handhaven, die iedere niet-blanke wantrouwen en intimidatie gebruiken om het ‘gespuis’ in het gareel te houden.

Brussel heeft zware problemen maar ze zijn nog lang niet zo erg als die van New York in de jaren 1970. New York is intussen volgens het FBI de veiligste grootstad van de VS geworden. Morningside Heights Park waar Jorge werd overvallen is nu mooi opgeknapt. Mensen van alle rassen en inkomens gaan er met de kinderen en de hond wandelen en spelen. Er is nog hoop dus voor Brussel. Maar of de mentaliteit van onze dappere West-Vlaming zal helpen, daar heb ik mijn twijfels over. Bij het afscheid nodig ik hem uit om naar New York te komen. "Ik zal je dan zeker meenemen naar plaatsen zoals Harlem en de South-Bronx en we zullen ook een keertje 's nachts de metro nemen", beloof ik hem. "Dan breng ik best mijn helm en kogelvrije vest mee", zegt hij half-serieus. "Niet nodig”, verzeker ik hem. “En daarbij, je hebt mij om je te beschermen.”

31 maart 2010

Morningside Park vandaag