HET BALLET VAN DE VOETPADEN

Wat maakt een grootstad leefbaar? Het is een vraag waarop al vaak spectaculair verkeerde antwoorden zijn gegeven. Vooral in de decennia na de 2de WO was het de rage om oude, levende wijken te vermoorden in naam van de vooruitgang en voor de winst van de bouwheren. Akelige gedrochten zoals de wijk rond het Noord-station in Brussel zijn er het diep-betreurd resultaat van. Ook New York draagt de littekens van dergelijke projecten. De grootste boosdoener was Robert Moses, de 'master builder' van New York van de jaren 1930 tot 1970. Hij liet autowegen bouwen van Manhattan naar de voorsteden dwars door woonwijken zoals de South Bronx wiens verval hij zo in gang zette. Het had nog veel erger gekund. Moses wou heel lower Manhattan en Brooklyn Heigths platwalsen. Dat hem dat niet gelukt is, danken we aan mensen zoals Jane Jacobs. Ik kijk naar haar terwijl ze, met een verwonderde blik achter haar grote ronde brilleglazen, door Chelsea peddelt op haar zwart veloke. Het lijkt moeilijk te geloven dat dit frele dametje de nagel van Moses' doodkist was. Dit beeld van Jane op haar fiets staat op een foto uit de jaren '50 die te zien is in een nieuwe tentoonstelling, "Jane Jacobs and the future of New York", in de Municipal Art Society (MAS) op Madison Avenue. Het is er al druk als ik binnenkom, hoewel twee meisjes de laatste foto's nog aan het ophangen zijn en kelners jongleren met tafels en glazen voor de openingsreceptie van vanavond. "Veel volk voor een tentoonstelling die nog niet eens officieel is geopend", zeg ik aan de receptionist. "New Yorkers", zegt hij goedgehumeurd, "Die kunnen niet wachten. Er stond al een rij voor de deur openging." Jane Jacobs die in 2006 op 90-jarige leeftijd overleed is dan ook een ster. Haar in 1961 verschenen boek, "The death and life of great American Cities", wordt in Amerika en ver daarbuiten beschouwd als een keerpunt in stadsplanning. In glashelder proza beschrijft ze eri wat straten veilig en onveilig maakt, wat een buurt leefbaar maakt en hoe een buurt functioneert in het groter organisme van een stad. Vlijmscherp ontleedt ze de kortzichtigheid en intellectuele arrogantie van Moses en zijn geestesgenoten. "Kijk wat we hebben gebouwd", schrijft ze, "Sociale woonwijken die haarden van misdaden werden, rijen flatgebouwen voor de middenklasse die uitblinken in verveling en regimentering, nieuwe luxe-woonwijken die hun stompzinnigheid proberen te maskeren met vulgaire pretentie en kleurloze winkelcentra die de uniformiteit van de winkelketens van de suburbs imiteren..." Volgens haar was het niet de taak van stadsplanners om nieuw leven te blazen in de Amerikaanse steden. Ze geloofde daarentegen in de chaos van het stadsleven, in de diversiteit van de bewoners -de winkeliers, de jonge ouders, de spelende kinderen, de mannen op de stoepen en de roddeltantes die vanuit hun raamkozijn alles in de gaten houden. In een andere beroemde passage in haar boek observeert ze met grote liefde hoe de straten in haar buurt -Greenwich Village- 'smorgens tot leven komen terwijl de beqwoners aan hun dagtaken beginnen. De steden zijn op hun best, schreef ze, "als het ballet van de voetpaden" zichtbaar is. Een dans die ze als "spontaan en slordig" beschreef. Ze was niet perse tegen nieuwe gebouwen maar verdedigde passioneel de mengeling van oud en nieuw. De voorwaarden voor een gezonde, bruisende stad zijn volgens haar straten waar zowel wordt gewoond, gewerkt als gewinkeld, korte straatblokken omdat hoeken interactie en exploratie aanmoedigen, gebouwen van verschillende hoogte en uit verschillende perioden en dichte concentraties van mensen, liefst van een grote diversiteit. In Greenwich Village leidde ze de strijd tegen Moses'plan om een autoweg aan te leggen dwars door Washington Square Park. Ze won en kon ook verschillende van zijn andere plannen verijdelen. Haar verzetstactieken blijven buurtbewoners tot op vandaag inspireren. Ze protesteerde niet alleen tegen stadsverknoeiers. In de tentoonstelling hangt een foto van haar en Susan Sontag in de gevangenis, nadat ze waren opgepakt tijdens een betoging tegen de oorlog in Vietnam. In die tijd had Amerika nog verplichte legerdienst. Om haar twee zonen uit dit uitzichtloos conflict te houden, verhuisde Jacobs met hen naar Canada. Ze miste New York heel erg maar dat hield haar niet tegen om ook in haar nieuwe woonplaats, Toronto, keet te schoppen tegen de vernieling van oude woonbuurten. De tentoonstelling en een serie aansluitende paneeldiscusses en stadswandelingen in de komende maanden worden wellicht een succes omdat ze zo brandend actueel zijn. Elke week is er wel ergens in New York een woelige volksvergadering waar een mega-project dat buurten bedreigt , wordt bekritiseerd. De eerste paneeldiscussie, met onder meer schrijfster Tama Janowitz, heeft de uitdagende titel: "Is New York losing its Soul?" Het weekblad Time Out stelde vorige week dezelfde vraag op zijn voorpagina. Het antwoord is volgens Time Out helaas bevestigend wat vele buurten betreft. Maar het blad noemt ook 27 buurten die nog 'soul' in overvloed hebben. Het zou Jane Jacobs plezier doen te weten dat haar geliefd Greenwich Village daar nog steeds bij is.

30 september 2007