Ik was een van die kinderen die het nooit grappig vonden als iemand uitgleed of struikelde. Zelfs niet als het bedoeld was om te lachen. Nog altijd kan ik niet meelachen met het studio-publiek dat uitgelaten schatert met de aaneenrijging van tuimel- en -glijpartijen op ‘America's Funniest HomeVideos’. Wat ik dan denk is: heeft die mens zijn nek (of rug of hoofd) geen pijn gedaan? Ook dikke mensen vond ik reeds als kind geen bron van vermaak. Mijn moeder die mooi en slank oogt op de enige foto die ik van haar heb met mij als baby, was een veel te dikke vrouw tegen de tijd dat ik me bewust werd van haar uiterlijk. Ik begreep dat haar gewicht te maken had met haar ziekte en de medicijnen die ze moest nemen. Grappig was dat niet.
Ik benijd ze anders wel, de mensen die vrolijk door het leven gaan, lachend met andermans domme ongelukken of lichaamsomvang. Onlangs kwam ik een Belgisch meisje tegen dat haar vacantie eindigde in New York na een tocht door Amerika. De vele dikkerds -dat is twee derden van de Amerikanen- die ze was tegengekomen, waren voor haar een constante bron van entertainment geweest waar ze in geuren en kleuren over uitweidde. Ze ging zo op in haar verhalen dat ze niet in de gaten had dat ik niet meelachte. Van dikke-mensen-uitlachen kun je in Amerika een voltijdse bezigheid maken. Ik probeer het me in te beelden. De helft van mijn buren, drie kwart van de klanten in Western Beef, de supermarkt in mijn buurt waar vooral armen shoppen, een flink deel van de passagiers rond me op de bus of de metro, de meerderheid van de bewoners -klein en groot- van de armste wijken waar ik passeer: ze zijn allemaal dik tot veel te dik. Ik zou hele dagen kunnen lachen maar in plaats daarvan denk ik aan de gezondheidsrisico’s en ongemakken die die extra-kilo’s meebrengen. Soms voel ik wel eens een vleugje woede tegenover een volumineuze mede-NewYorker. Als er een in de metro met wijd gespreide massieve dijen minstens twee plaatsen in beslag neemt zodat ik moet rechtstaan of als een me haast omver maait, druk telefonerend achter het stuur van een kolossale S.U.V.-wagen. Toegegeven, dat laatste is irrationeel. Niet-dikke chauffeurs die aan het gsm'en zijn net zo gevaarlijk. Maar ik voel me nog machtelozer als ik door een extra-dikke chauffeur in een extra-grote S.U.V. bijna van de weg wordt geduwd.
Als dikke mensen grappig zijn dan zou je in Amerika het hardst kunnen lachen met de indianen. Zij zijn het dikst van allemaal (en het armst en het ongezondst). Daarna volgen de zwarten, dan de latino's, de blanken en tenslotte, de slanksten, de Aziaten. Er zijn geen 2 miljoen indianen meer over maar de zwarten zijn met 40 miljoen, 14 procent van de bevolking. Dikke indianen zie je zelden of nooit in film of reclame maar dikke zwarten, vooral vrouwen, worden steeds vaker gebruikt om producten te verpatsen en het volk te amuseren. Het ‘fat mama’-type, honderd kilo plus en met een stem waar je van ineenkrimpt. Je ziet haar meestal als ze zich kwaad maakt of in een genante situatie. Prijst ze iets lekkers aan of valt haar oog op een knappe man dan mag ze vaak niet meer zeggen dan een wellustig "hmmmm hmmmm". De karikatuur verkoopt als zoete broodjes. Zwarte komieken zijn er al een tijdje rijk mee aan het worden, net als zwarte producers van films als "Big Momma's House" en "Diary of a Mad Black Woman". Kom ik in het echte leven soms kolossale zwarte vrouwen tegen die me met hun grote mond doen wegkruipen in een hoekje of proesten van het lachen? You can bet your sweet ass I do. Dat neemt niet weg dat ik ongemakkelijk op mijn stoel zit te draaien als ik dat cliché weer eens op het scherm zie. Maar als het zwarten zijn die met hun eigen soort lachen dan kan het toch geen kwaad, hoor ik sommigen zeggen. Daar ben ik niet zo zeker van. Zwarten hebben dat lachen nu zo acceptabel gemaakt dat blanke Amerikaanse reclame-jongens die tien jaar geleden nog van racisme zouden zijn beschuldigd het cliché nu zonder problemen kunnen uitmelken. Vanavond zag ik daar weer verschillende voorbeelden van op tv. Zoals een spotje van Universal Studios waarin zo'n fat mama tijdens een ritje door Jurassic Parc hysterisch gilt en haar twee kinderen tegen haar weelderige boezem perst, terwijl de blanken achter haar zich beschaafd lachend vasthouden aan de railing. In een andere commercial, voor Twix-repen, vraagt een dikke zwarte vrouw aan een man of haar broek haar achterwerk groter doet lijken. Terwijl de camera inzoemt op haar enorme derriere, stopt de man een Twix in zijn mond en mummelt iets onverstaanbaar. De vrouw wandelt weg, in haar nopjes met zijn antwoord. De man is duidelijk opgelucht dat hij, dank zij Twix, aan haar woede is ontsnapt. Mijn favoriete zwarte komiek David Chapelle heeft zijn tv-show stopgezet, ondanks zijn succes. Ik vind het jammer maar ik begrijp hem wel. Hij zei dat hij zich realiseerde dat zijn karikaturen ( de zwarte junkie, de ganster-rapper, de pompeuze blanke, enzovoort) de stereotiepen enkel versterkten bij diegenen die het minst wisten over de groep waar hij de draak mee stak.
Jacqueline Goossens