Een lauwe regen plenst neer op de 'brownstones' -de typische 19de eeuwse New Yorkse chocoladebruine rijhuizen- van de 103de straat. Ik sta er midden in een woud van wel 150 paraplu's. "Daar is ze!", roept iemand. Het paraplubos wijkt uiteen als de rode zee voor Mozes. Iedereen, zelf de fotografen en camera-mensen, zet eerbiedig een stap opzij voor haar. De agenten die hier de orde moeten handhaven, hebben geen werk aan ons. Daar is ze inderdaad. Blond, met rechte rug, elegant in een zwart broekpak en een sneeuwwitte bloes, met roze lippestift en aan de vingers enkele gouden ringen. "Lauren, we love you!", roept een blond tienermeisje enthousiast. Lauren is de actrice Lauren Bacall, een superster in haar glorietijd. In 1945 trouwde ze met een ster die toen nog feller schitterde: Humphrey Bogart. Ze waren hèt ‘it’-koppel van de naoorlogse jaren. Bacall loopt hand in hand met een man die dezelfde doordringende, katachtige ogen heeft als zij. Hij is Stephen Bogart, de zoon die ze met Humphrey had. Zijn moeder wordt 82 in september. Ik wens het ieder van ons, de Angelina Jolie's en Sharon Stones van deze wereld inbegrepen, dat we er op 82 nog zo knap, natuurlijk en gezond zullen uitzien als zij. Ze gaat achter een pupitertje staan dat voor nummer 245 is geplaatst. Ze hoeft maar "thank you for coming" te zeggen met haar beroemde lijzige stem om warm applaus te oogsten. "Wat een verrassing", zegt ze nog, "Bogie zou dit nooit geloofd hebben." Een grote Amerikaanse vlag hangt nat en slap achter haar. In het huis naast nummer 245 wordt er op de tweede verdieping een gordijntje opzij geschoven. Een fel gerimpeld dametje in een lichtroze kamerjas kijkt glimlachend op ons neer. Bacall doet een stap opzij. Gary Dennis komt achter de microfoon staan. Hij is de baas van Movie Place, een videozaak om de hoek. Hij straalt alsof hij het groot lot heeft gewonnen. Dennis groeide op in deze straat. Hij was pas tien toen hij een boek las over Bogart en Bacall, de Brad en Angelina van toen. "Ik stond verstomd toen ik ontdekte dat die ruigpratende Bogart in mijn straat was opgegroeid in een welstellend gezin dat hier in nummer 245 woonde." Humphrey was geboren in 1899. Zijn vader was een chirurg, zijn moeder tekende. De familie had toen nog de hele brownstone -vijf verdiepingen plus tuintje- voor zichzelf. Nu is er, meer typisch voor deze tijd, ter hoogte van de kelderverdieping een hele rij bellen te zien. Het huis is al vele jaren eigendom van de stad en de flats zijn sociale woningen. "Toen Humphrey hier woonde, was er nog een trap die naar een voordeur op het eerste verdiep leidde", zegt Dennis, "Wie weet hoeveel warme zomeravonden hij daar heeft gezeten." Ook in de huizen links en rechts van nummer 245 zijn de statige trappen intussen weggehakt en de brede voordeuren vervangen door vensters. "Om een lang verhaal kort te maken", zegt Gary, "Bogart werd een obsessie voor mij. Een jaar geleden diende ik bij de stad een petitie in waarin gevraagd werd om een herdenkingsplaat aan deze gevel te bevestigen. En nu ik toch bezig was, vroeg ik meteen ook of ze de straatblok naar Bogart wilden noemen." Tot Gary’s verbazing werden beide verzoeken snel ingewilligd. “Al 35 jaar droom ik hiervan", zegt hij, "en nu is het zo ver." Hij neemt Bacall bij de arm. "Aan u de eer", zegt hij. De actrice trekt aan een koordje en de herdenkingsplaat is ontbloot. Er staat een compliment op van Bogarts collega John Houston: "Hij was begaafd met het grootste geschenk dat een mens kan hebben: talent. De hele wereld heeft dat erkend." Het dochtertje van Dennis, Ava (zoals in Gardner, legde hij uit), reikt Bacall een boeketje bloemen aan. Met de actrice op kop wandelen we in processie naar de hoek van 103rd street en Broadway. Daar moet ze nog eens aan een koordje trekken. Zie zo. Het groene straatbord voor haar rakker van een echtgenoot is daarmee ook onthuld. Ze ziet er zichtbaar ontroerd uit. "Ik hield heel veel van Bogie", zegt ze, "Ons leven samen was veel te kort". Twaalf jaar, om precies te zijn. Volgend jaar zal het 50 jaar geleden zijn dat Bogart overleed.
"Ik heb zin om vanavond nog eens naar 'Casablanca' te kijken", hoor ik een man achter mij zeggen nadat Bacall in de auto van haar zoon is gestapt. "Je zult wel niet de enige zijn", antwoordt een vrouw. "Casablanca" (1943) is ook de lievelingsfilm van Gary Dennis. Bogart speelt er de rol van Rick, de door de wol geverfde cafébaas. De slechterik, Majoor Strasser, vraagt of Rick zich de nazis in New York kan voorstellen. "Majoor", zegt Rick, "Er zijn buurten in New York, waar ik u niet zou aanraden om binnen te vallen." Natuurlijk ging het publiek in de New Yorkse bioscopen aan het juichen en fluiten telkens als het die woorden hoorde. Iedereen dacht dat hij hun buurt bedoelde.
Bogie groeide op in 245 West 103rd Street, nu ook bekend als "Humphrey Bogart Place". Gary Dennis’ Movie Place is op 237, West 105th Street en heeft 20.000 titels in stock waaronder zeldzame oude films en 51 van de 80 Bogart-films. Er is ook een mooie collectie filmposters en foto's van oude, verdwenen New Yorkse filmzalen.
30 juni 2006