
Toen ik heel jong was beeldde ik me in dat ik verpleegster wou worden. Niet omdat ik de inborst van een Florence Nightingale had.
Wat me vooral aantrok was het witte uniform met dat kapje dat ik absoluut schattig vond. Het zal u niet verwonderen dat mijn medische carriere nooit van de grond is gekomen. Dichtstbij kwam ik toen ik enkele jaren geleden een hartoperatie bijwoonde. Enkele dagen eerder had ik een telefoontje gekregen van Hugo Vanermen. Ik dacht eerst dat het een vergissing was. Maar nee, het was wel degelijk de beroemde hartchirurg. Hij kwam naar New York waar hij een demonstratie-operatie zou uitvoeren en hij nodigde me uit om daarbij te zijn. Ik moest er niet over nadenken. Drie dagen later stond ik op een honds vroeg uur in het Lenox Hill-hospitaal waar ik een steriel pak moest aantrekken. ‘Schattig’ was het laatste woord dat in me opkwam toen ik mezelf in de spiegel zag. "Tegen de muur blijven staan en niets aanraken", gebood een streng klinkende verpleegster toen ik de operatiezaal binnen mocht. Er waren wel twintig mensen in de weer. Vanermen opereerde niet alleen, hij gaf intussen ook uitleg aan de meer dan 500 dokters die de operatie volgden op een scherm in een auditorium vlakbij. Hij was zo kalm dat ik er zenuwachtig van werd. "Ik heb het gevoel dat ik van heel mijn leven nog geen dag nuttig werk heb verricht", zei ik hem achteraf. De goede dokter lachtte. "Dat is een typische reactie van mensen die niet in de medische wereld zitten nadat ze een hartoperatie hebben gezien".
Ik schreef mijn stuk over wat ik die dag gezien had en toen ik er een punt achter zette dacht ik dat daarmee ook een einde kwam aan mijn connectie met de wereld van hart- en bloedvaten-dokters. Maar niet veel later bleek mijn Tom een dicht-slibbende aorta te hebben. Ik maakte me zorgen over de ingrijpende operatie die volgens zijn New Yorkse cardioloog nodig was. Tom wou het allemaal zo snel mogelijk achter de rug hebben. Een tweede opinie vragen leek hem tijdverlies. Ik kon hem toch overtuigen om zijn dossier naar dokter Vanermen te sturen. "De operatie niet doen", reageerde die onmiddellijk, "die techniek is achterhaald en de risico's zijn te groot." Hij raadde een collega aan in Lenox Hill waar ik hem had zien opereren. Twee dagen na de operatie wandelde Tom, weliswaar moeizaam, het hospitaal uit, gered door een dingetje dat een stent wordt genoemd. Twee, in zijn geval. We waren toen nog verzekerd in Amerika. De opleg voor de ingreep was 3.500 dollar, zowat hetzelfde bedrag dat de operatie in Belgie zou gekost hebben zonder verzekering. Drie jaar geleden lieten we onze Amerikaanse verzekering vallen vanwege onbetaalbaar. We hebben nu beiden een buitenlandse verzekering wat onhandig is maar beter dan wat de 45 miljoen onverzekerden in dit land hebben. Tom gaat elk jaar op controle in Belgie bij een cardioloog. Luc is intussen een vriend geworden. Onlangs zagen we hem in New York. Hij was hier voor een congres van cardiologen. Meer dan 2000 dokters van over heel de wereld komen daar op af. "Die Amerikanen leggen er de zweep op", zei Luc, "de sessies beginnen al om halfzeven 's morgens. Het is vermoeiend maar altijd interessant." Luc had nog een andere Belgische dokter uitgenodigd voor ons etentje. "Marc is gespecialiseerd in kleine motoren", zo stelde hij hem voor. Hij bedoelde daarmee dat zijn vriend kinder-hartchirurg is. Het tafelgesprek belandde bij de schandalig hoge medische kosten in Amerika. "Zo'n stent die Tom kreeg, kost weinig om te maken", zei Luc. Het kost ook niet veel tijd om hem in te planten. Cardioloog Mark Midei deed er 30 per dag, aan ruim 10.000 dollar per patient. Reken maar. Onlangs werd hij aangeklaagd wegens het onnodig inplanten van 585 stents. Hij was niet de eerste en zal ook niet de laatste zijn. Stents brengen winst op voor de farma-firma’s die ze maken, winst voor de chirurgen die ze inplanten, winst voor de ziekenhuizen, winst voor de advocaten die onnodige ingrepen voor de rechtbank brengen. En zo blijft de markt draaien...
30 12 2010