De New Yorkse winter leek eindelijk voorbij. Het kwik steeg tot 24 graden en als bij toverslag zag je overal in de stad bloot vrouwenvlees.

Blote benen, tenen en schouders, decolletés van formaat. Sommige eigenaressen van die attributen likten ook nog met gretige tongen aan smeltende ijsjes. Ik had medelijden met de New Yorkse mannen. Je kon zien dat velen niet wisten waar eerst te kijken. Het visuele feest duurde niet lang. De volgende dag was het weer ijskoud. In de rij voor de boot naar het Vrijheidsstandbeeld stonden toeristen in shorts te bibberen. Die hadden zo te zien het weerbericht niet gecheckt. Ik wel. Ik was warm ingeduffeld in een donsjas, sjaal en handschoenen. Het veer naar het standbeeld vertrekt aan de zuidpunt van Manhattan waar het altijd waait, de zee is vlakbij. De wind blies die ochtend heel gemeen.

Twee dagen later begon de lente officieel. Koning Winter lachtte en weigerde van zijn troon te komen. Om ons te straffen stuurde hij ons de zoveelste sneeuwbui. De eerste lentebloemen lieten moedeloos hun kopjes hangen. Ze zagen er nochtans prachtig uit op hun wit tapijt. De forsythia van mijn buurman stond in volle bloei. Ik moest denken aan een raad van mijn bloemen- en plantenman Conrad Schweizer: "Wacht tot de forsythia in bloei staat om gras te zaaien". Wie nu gras wou zaaien moest dat in de sneeuw doen.

Ik ken nog meer van die boerenalmanak-adviezen, zoals "Stop met vogels te voederen vanaf de eerste dag van de lente". Dit jaar kreeg ik het niet over mijn hart. Het vroor nog elke nacht. Enkele dagen geleden telde ik vijftien roodborstjes rond het voederbakje dat ik heel de winter gevuld hield met zonnebloemzaad. De Amerikaanse roodborstjes zijn van een andere vogelfamilie dan hun Europese naamgenoten. Het zijn trekvogels, wiens terugkeer normaal signaleert dat de lente is aangebroken. Maar dit jaar zijn ze te vroeg. Ze eten liefst wormen maar daarvoor moet de grond eerst dooien. Ze moeten zich dus met mijn zonnebloemzaadjes behelpen.

Voor de zoveelste keer deze winter ga ik een zak vogelvoer kopen bij Conrad Schweizer. Hij is buiten bezig, met een wollen muts en handschoenen aan, paaslelies en tulpen an het etaleren voor zijn winkel. "Geef me ook maar een pot paaslelies", zeg ik. Natuurlijke praten we over het schandalige weer. "Ik heb nog nooit zo'n lange winter meegemaakt", zegt Conrad.

Enkele uren later wandel ik over Broadway met mijn botergele lentebloemen. De zon schijnt fel genoeg om een zonnebril te dragen maar de vrieskou bijt in mijn wangen. Een vrouw, net als ik van top tot teen ingepakt, kijkt verliefd naar de bundel Japanse kersebloemens in haar handen. Aan een bloemenwinkel overhandigt een vader een bos rode tulpen aan een kleuter in een wit ski-pakje met pluchen konijneoortjes. "Voorzichtig ermee, ze zijn voor mama", zegt hij. Ik bel met mijn brokje lente aan bij Marjorie Eliot in Harlem. Enkele weken geleden vertelde ik u over de jazzpianiste en haar zoon Shawn die toen vermist was. Marjorie was doodongerust want Shawn is een psychiatrische patient, mentaal verward. Maar nu straalt ze want na 33 dagen is hij weer opgedoken. “Hij was al die tijd in een hospitaal”, vertelt ze terwijl ze mijn pot bij de andere lentebloemen zet die her en der in haar flat staan. Boekets van vrienden die haar opluchting delen. "De politie had me nochtans verzekerd dat ze alle New Yorkse ziekenhuizen had gecheckt", zegt Marjorie hoofdschuddend. Ze neemt me bij de hand naar een zijkamertje dat de gastmuzikanten op zondag gebruiken als kleedkamer. Shawn zit er op een stoel, een wit-zwarte sjaal in Arabische stijl rond zijn hoofd geknoopt, kralen rond zijn nek, een wit plastieken tasje op zijn schoot. "Zijn broer brengt hem straks naar het groepshuis", zegt Marjorie. Shawn kijkt me met grote ogen aan. "Heb jij blauwe of bruine ogen?" vraagt hij en zonder het antwoord af te wachten, "Woon je op een eiland?..." Shawn toch, zegt Marjorie terwijl ze hem zoent.

De zon gaat onder als ik buiten kom. Ik ga nog even zitten in het parkje naast het flatgebouw. De vogels kwetteren elkaar slaapwel toe. De paaslelies rond me wiegen in de ijzige wind. Lente, asjeblief, kom snel.

30 maart 2011