De golfjes van de zeebaai klotsen lui tegen het strandje dat maar dertig meter van mijn blauw houten vissershuisje ligt. Ik ben nog geen uur wakker en ik heb al aalscholvers, reigers, kauwen, zwaluwen en honderden meeuwen gezien. De lucht, mijn haar en kleren ruiken naar zee en moeras. Ook 's nachts doe ik de ramen niet dicht. Niemand heeft iets verloren op onze doodlopende zandwegel. New York is nog geen drie uren van hier maar lijkt oneindig ver. Op weg naar hier voelde ik me al na een uurtje rijden in een ander, exotisch land. De baan sneed door uitgestrekte moerassen en met klimplanten overwoekerde bossen, met daartussen in rauw terrein volgeplant met nieuwbouw. Op de radio verzonk mijn favoriet New Yorks station in gekraak en geruis. Zoekend naar iets anders botste ik op een rechts-christelijke zender waar de financiele crisis besproken werd. En ja hoor, eens te meer was het allemaal de schuld van Bill Clinton. “Hij is het die woonkredieten begon te geven aan mensen die niet genoeg verdienden”, aldus de radio, “president Bush heeft het probleem slechts geerfd”. De reclame was ook niet mis: een jingle voor een universiteit die haar christelijke opvoeding aanprijst, een tweede voor een adviesbureau voor ouders die hun kinderen thuis een christelijke schoolopleiding willen geven en een derde voor een bank die belooft dat ze het geld van haar klanten volgens bijbelse principes zal beleggen, want "your money is God's money". Dan volgde er een interview met ‘een christelijke econoom’. "Het probleem met Amerika is dat we te veel belastingen moeten betalen en dat te veel mensen geld krijgen van de overheid zonder ervoor te moeten werken", zegt de man, "in de bijbel staat dat wie wil eten, moet werken. Als christenen moeten we ons enkel verantwoordelijk voelen voor de allerzwaksten. In Wall Street verdienen ze veel geld terwijl ze hele dagen niets anders doen dan met hun computers de prijzen van onze benzine en ons eten verhogen. Dat kun je geen werken noemen. Goede christenen hebben geen plicht om dat soort volk te helpen..." Wel hebben ze de plicht om Republikeins te stemmen, zo liet hij verstaan. Ook op de andere praatstations ging het over de politiek en de financiele crisis. Ik hoorde veel kiesreclame, zowel voor Obama als McCain. Later, in het strandhuisje, valt het me op dat er ook op tv zoveel politieke reclame is. In New York zien we nooit reclamespots voor Obama of McCain en geen van beiden houdt er meetings. Het is toch een uitgemaakte zaak dat Obama in New York zal winnen en aangezien de winnaar de volle pot (van kiesafgevaardigden) krijgt, verspillen de twee kandidaten er geld noch moeite. Maar de radio- en tv-stations die we hier ontvangen zijn van Philadelphia in Pennsylvania. Pennsylvania is een swingstate die nog beide kanten uitkan. Hier is de verkiezingsstrijd echt bezig.
In het dorp waar ons strandhuis is, staan de ‘McCain Palin’- bordjes in de voortuintjes. In de supermarkt is al het personeel blank, van de kassiersters tot de slagershulpjes. Ook dat zie je nooit in New York. Zelfs in de benzinestations die in New York en omgeving steevast bemand worden door andersgekleurden, is iedereen hier blank. Cape May County is heel mooi maar buiten het toeristisch seizoen valt er niet veel werk te rapen. De immigranten staan niet te drummen om zich hier te vestigen. "De bevolking is aan het dalen", vertelt een schooldirecteur die we op het strand ontmoeten, “Ook dit jaar zijn er weer minder kinderen ingeschreven.”
Het heeft iets onwerkelijk om hier te verblijven met niets anders dan het geluid van de zee op de achtergrond terwijl de grootste financiele wereld crisis van ons leven aan het woeden is. De Dow-Jones mag dan vandaag 700 punten gezakt zijn maar in de plaatselijke krant, de Courrier-Post, gaat het hoofdartikel over een muzikant die "ergens tussen de fles en de marihuana atheist was geworden maar na jaren van fuiven en jaren van drinken en drugs... zich eindelijk weer herinnerde om te knielen voor God." Met zijn zwartgeverfd haar, zwartgelakte nagels en zwarte eye-liner, ringen aan elke vinger en in elk oor, ziet Michael Martin er nog steeds uit alsof ‘sex, drugs and rock&roll’ zijn motto is maar hij leidt nu een gebedsgroep waar hij elke week een cocktail serveert van "katholicisme, Lakota-spiritualiteit en Oosterse meditatie".
De werkelijkheid ontsnappen heeft zijn grenzen. Zo staan er langs onze zandwegel alleen al "For sale"-bordjes bij acht van de twintig houten huizen. Ook de Amerikaanse markt van vacantie-woningen is tegenwoordig overspoeld met huizen waar de eigenaars of banken van af willen. Niet zo lang geleden vertelde een Belgische me dat zij en haar man 'on-line'een spotgoedkoop huis in Florida hadden gekocht. Het lijkt me een riskante onderneming. Wie on-line een huis langs ons wegje zou kopen, zou opgescheept zitten met eigendom die in de niet zo verre toekomst dreigt weg te spoelen en zou ontdekken dat het sinds orkaan Katrina niet makkelijk is om aan een betaalbare verzekering te geraken voor paalwoningen die nu al telkens bij hoogtij met hun voeten in het water staan. Waar de zilveren golfjes nu zo lieflijk kabbelen in de zon liep tot in de jaren 1960 nog een weg in wat een heus dorpje was met winkels, café’s en een politiekantoor. Alles wat er nu nog van rest is ons wegje en ook dat staat regelmatig onder water.
3 oktober 2008