SPEKTAKELMAN

Sommige mensen zijn beroemd voor uitspraken die ze nooit gedaan hebben. Zoals P.T. Barnum die voor altijd geassocieerd zal worden met het adagium van de public relations- en reclameindustrie: 'There's a sucker born every minute'. Goed, Barnum heeft het niet gezegd. Maar hij zal het toch wel vaak gedacht hebben. "Mensen houden ervan om in het ootje te worden genomen”. Dat heeft hij wel gezegd. En hij had geen ongelijk. Zijn carriere was er een fantastisch bewijs van.

Phineas Taylor Barnum groeide op op het platteland in Connecticut. Hij was 24 toen hij in 1833 naar New York kwam met grote dromen, een streng religieuze vrouw en een nest kinderen. Hij begon een winkel maar een jaar later werd zijn belangstelling gewekt door een foorattractie: een hoogbejaarde zwarte vrouw die beweerde dat ze 161 jaar oud was en de slavin en verpleegster was geweest van president Washington (ze bezat een factuur uit 1727 als bewijs). Joice Heth,volledig blind en zonder tanden, kon sappig vertellen over "dear little George" maar veel volk trok ze niet. Door gebrek aan promotie, dacht Barnum. Hij verkocht zijn winkel, leende geld en kocht de rechten op Heth voor duizend dollar. Hij bestookte het publiek met posters, reclamefolders en persberichten die hij allemaal zelf schreef. Hij zette Heth in een zaaltje in een populaire theater- en biertent in Soho waar nu een Armani-winkel is. Het volk stond in lange rijen aan te schuiven. Helaas, nog geen jaar later blies Joice haar laatste adem uit. Barnum kreeg nog enkele druppels uit zijn citroen door toegangskaartjes te verkopen voor haar autopsie, waar dokters vaststelden dat ze slechts half zo oud was als zij en Barnum beweerd hadden.

Heth was maar zijn aanloopje. In 1841 opende hij, het na een weergaloze promotie-campagne, het ‘P.T. Barnum's American Museum’. Het stond vlak tegenover St- Paul’s Chapel, het18de eeuws kerkje aan de rand van Ground Zero.Er hangt zelfs geen herdenkingsplaat aan het kantoorgebouw dat nu staat op de plaats waar het gekste museum aller tijden was. Het barstte van curiosa zoals rare wetenschappelijke instrumenten, moderne huishoudapparaten, een vlooiencircus, een weefgetouw voortbewogen door een hond, een tak van een boom waar Jezus met zijn apostelen onder had gezeten, glasblazers, Ned de slimme zeehond, de Siamese tweeling Chang en Eng en exotische dieren. Er werden spektakels opgevoerd en wedstrijden gehouden voor de mooiste en dikste baby. In 1865 vloog het museum in de fik. De walvissen kookten in hun aquaria en ontsnapte wilde dieren dwaalden dagenlang door de straten van Manhattan. De Feejee zeemeermin ging ook in de vlammen op maar dat was niet zo erg. Barnum slaagde erin om een identieke zeemeermin op de kop te tikken voor het nieuwe museum dat hij in Soho opende, op de plaats waar nu een Guess-winkel is.

Ik staar die zeemeermin nu recht in de ogen. Ze bestaat uit de bovenste helft van de mummie van een aap en de onderste helft van een grote vis. Ze bevindt zich in een museum gewijd aan Barnum in Bridgeport, een verarmde ex-industriestad ten noorden van New York. Barnum bouwde er vier enorme villa’s, waaronder deze waarin het museum is gevestigd en een gigantisch houten Oosters paleis dat hij 'Iranistan' doopte (ook dat verbrandde). Zijn museum had hem schatrijk gemaakt. Het had maar 24 jaar bestaan maar kreeg in die tijd 38 miljoen bezoekers over de vloer. Daarbij had Barnum nog andere gouden eieren, zoals het kind-dwergje ‘General Tom Thumb’ (‘generaal Klein Duimpje’). In het museum kun je onder meer zijn koetsje zien, in de vorm van een okkernoot, en het kostuumpje dat hem geschonken werd door de koningin van Engeland. Hij was pas vier jaar toen Barnum hem onder zijn vleugels nam maar leerde snel trucjes om het publiek te amuseren, zoals Napoleon en Goliath imiteren, wijn drinken en sigaren roken. Barnum stuurde hem op tournee door Europa, Belgie inbegrepen. Daarna hoefde hij voor een keer de waarheid geen geweld aan te doen als hij uitbazuinde dat zijn ontdekking de gekroonde hoofden van Europa gecharmeerd had.

Aan een andere succesvolle campagne van Barnum wijdt het museum een hele verdieping. In 1850 organiseerde hij een nationale concert-tour van de Zweedse operadiva Jenny Lind. Hij had haar nooit horen zingen maar dat weerhield hem niet om van de onbekende zangeres een ster van te maken wiens komst een manie op gang bracht te vergelijken met wat later de Beatles te beurt viel. Hij voerde een zes maanden- lange advertentie-campagne. Hij kreeg stukken in de kranten waarin Linds schoonheid en deugd werden bewierrookt. Hij zette een hele prullen-industrie op poten die Jenny Lind-hoedjes, parasollen, gezichtscreme, wiegjes, tafelservies en lampen produceerde. Lind's 150 concerten werden een fenomenaal succes. De duurste tickets kostten 225 dollar- het equivalent van 6.000 dollar vandaag. Toen hij al in de zestig was begon hij een circus dat hij 'The Greatest Show on Earth' noemde. Alles was er massaal. Het publiek -10 000 mensen- en het spektakel, dat voor het eerst in drie ringen tegelijk werd opgevoerd. Er waren 40 olifanten. De grootste heette Jumbo. 'Jumbo' is in de VS nog steeds een synoniem voor iets dat buitenmatig groot is. Jumbo kwam om in een treinongeluk. Maar Barnum was nog niet klaar met het beest. Hij liet het opzetten en stuurde het op tournee.

29 mei 2008