New York heeft al haar meest uitdagende zomerjurk aangetrokken hoewel het nog maar 24 april is. Geen betere plaats om op deze warme lenteavond over de Hudson uit te kijken dan vanop een van de marmeren bank voor de Winter Garden. Op het plein aan de kade komen meer en meer mensen zitten op de rijen witte klapstoeltjes die zijn klaargezet voor een heel groot scherm. Straks na zonsondergang zullen ze naar Butch Cassidy and the Sundance Kid kijken. De vertoning is een cadeautje van het Tribeca Film Festival dat net is begonnen. Robert De Niro, die niet ver van hier woont, lanceerde het festival in 2002 om de door 9/11 gehavende downtown-buurt een duwtje in de rug te geven. Het project is intussen uitgedeind tot een tien dagen durend filmfeest waarop honderden films worden getoond en waarvoor sterren als Angelina Jolie en Woody Allen gewillig opdagen. Dit weekend zullen we trouwens de New Yorkse straten kunnen plaveien met beroemdheden. Maandag begint ook het jaarlijks Pen World Voice festival waaraan 160 bekende schrijvers van over heel de wereld deelnemen.
Hm… de zon doet deugd. Spelende kinderen, tevreden uitziende honden, de gulle porties eten en drank die veel mensen hebben meegebracht: wie nog nooit in New York is geweest en hier zou worden gedropt, zou de indruk krijgen dat het leven hier een paradijs is. Schijn bedriegt. Ik ging eerder een drankje halen bij Le Financier. De Franse bakkerij ligt in de Wintergarden, de prestigieuze glazen koepel die vroeger het World Trade Center verbond met het in de jaren 1980 opgetrokken World Financial Center aan de oever van de Hudson. “Hoe gaan de zaken?” vroeg ik aan het meisje achter de kassa dat er al jaren werkt. “Het is opvallend minder druk de laatste maanden”, antwoordde ze, “en nu gaat Merrill Lynch ook nog verhuizen naar midtown”. Duizenden van de bedienden van de investeringsbank worden overgeplaatst naar het hoofdkwartier van de Bank of America die de bijna over kop gegane firma opkocht. Merrill Lynch was jarenlang een van de grote spelers in de kantoortorens achter ons. Haar verhuis betekent dat er vele verdiepingen leeg komen in het World Financial Center. Er staan nog verschillende andere bedrijven op het punt om weg te trekken uit downtown. Al 11,7 procent van de kantoorruimte staat er leeg en dat zou spoedig oplopen tot 16 procent. Intussen wordt er op ground zero nieuwe kantoorruimte gebouwd alsof er een groot tekort aan is . In de eerste toren die er nu met overheidsgeld verrijst, zijn er 70 verdiepingen voor kantoren voorzien. Het gebouw, dat eerst ‘Freedom Tower’ werd genoemd maar nu herdoopt is tot het meer prozaische ‘One World Trade Center’ omdat de associatie met 9/11 niet langer lekker in de markt ligt, zou af moeten zijn tegen 2013. Voorlopig zijn er nog maar vijf verdiepingen van verhuurd. Toch zijn er op ground zero tegen 2013 nog drie andere torens gepland, met nog eens hectaren kantoorruimte. Die zouden worden gebouwd door de oorspronkelijke leasehouder van het WTC, Larry Silverstein. Het lijkt een waanzinnige verspilling. De Port Authority of New York en New Jersey, de overheidsinstantie die de eerste toren aan het zetten is, probeert Silverstein te overtuigen om zijn projecten uit te stellen. Maar daar heeft de ambitieuze 78-jarige vastgoedmakelaar geen oren naar, ook al lijkt het twijfelachtig of hij het nodige kapitaal kan bijeenbrengen.
Kijk eens om je heen, mister Silverstein. In heel New York zijn al tal van bouwprojecten stilgelegd als gevolg van de onzekere tijden. Andere die nog in de planningsfase waren, zijn opgeschort of afgelast. Hetzelfde gebeurde na de crash van 1929. Tientallen ambitieuze plannen die de skyline van New York er heel anders hadden kunnen doen uitzien, crashten mee. In 1928 waren er plannen ingediend voor 14 gebouwen van 30 verdiepingen of hoger, in 1929 steeg dat aantal tot 52. Van die 52 werden er uiteindelijk slechts 19 gebouwd waaronder het Waldorf-Astoria hotel en de Empire State Building. Net als nu werden grootscheepse projecten geschrapt. Zoals het nieuwe hoofdkwartier van de Metropolitan Life Insurance Company dat met zijn 100 verdiepingen het hoogste van de wereld zou geweest zijn. Of de Watergate Apartements, een exuberante collectie torens in Gothische, Tudor- en Venetiaanse stijl met een middeleeuws-aandoende ophaalbrug die toegang zou geven tot een binnentuin en een jachthaven aan de East River. Projecten die ontstonden in de ‘het kan niet op’-sfeer van de ‘roaring twenties’ en sneuvelden in de daarop volgende krisisjaren. Ook toen waren er koppigaards die van geen wijken wilden weten, zoals Alfred Smith, de voormalige gouverneur van New York en de drijvende kracht achter de Empire State Building. “Ik kan niets aanvangen met pessimisten die zeggen dat we te snel bouwen”, zei Smith in december 1929, twee maanden na de crash. Tachtig jaar later denkt Silverstein er net zo over. Op langere termijn werd de Empire State Building een succes maar toen hij voltooid was, woedde de crisis nog volop. Een groot deel van het gebouw bleef jaren lang onverhuurd. Om de leegstand weg te moffelen liet men ‘s nachts de lichten aan in het gebouw. De nieuwe regels op energiebesparing in nieuwbouw laten dat soort trucjes niet meer toe. Het worden, in meer dan een opzicht, donkere tijden op ground zero.
24 april 2009