Aan de oever van de Hudson rivier, niet ver van waar het World Trade Center stond, is er een monument voor alle New Yorkse politieagenten die zijn omgekomen tijdens hun dienst. Er zijn 620 namen gebeiteld in de zwarte marmer. De lijst begint met agent James Cahill, omgekomen op 29 september 1854. Dat was negen jaar nadat de eerste beroepsagenten waren aangesteld. Ze waren met 800. New York telde toen een half miljoen inwoners. Elke dag kwamen er schepen met immigranten toe. De sfeer was vaak gespannen, de tegenstellingen tussen arm en rijk brutaal. De 800 agenten moesten de orde handhaven, of wat daar moest voor doorgaan, zonder wapens. Matrakken kregen ze pas in 1853. Vijf jaar later, de bevolking was intussen tot een miljoen gestegen, kregen ze ook revolvers. De langste lijst namen staat natuurlijk onder het jaar 2001. Op 11 september kwamen 23 agenten om. Onder 2006, het jaar waarin het FBI New York de veiligste grootstad van het land noemde, staat geen enkele naam. Onder 1980, het jaar dat ik in New York kwam wonen, staan er elf hoewel er toen een miljoen New Yorkers minder waren dan vandaag. 2001 niet meegerekend, ligt de piek van de NYPD-verliezen tussen eind de jaren 1970 en het begin van de jaren 1990, toen de misdaad het ergst was.
New York telt vele honderden monumenten. Bij mijn weten is er nog geen met de namen van de burgers die in de loop van de tijd door de New Yorkse politie zijn dood geslagen, geschopt, gewurgd of geschoten. Ook dat zou ongetwijfeld een lange lijst zijn. De New Yorkse politie was al van in het begin berucht voor zijn brutaliteit. Vooral in de tweede helft van de 19de eeuw was de politieterreur deel van het dagelijks leven in de armste immigrantenwijken. In 1874 hakte de geruiterde politie in Tompkins Square Park een protestbijeenkomst van tienduizenden werklozen en hun gezinnen met getrokken sabels uiteen; in 1988 leverde de politie in datzelfde park veldslag met de daklozen die in het park kampeerden en hun honderden supporters.
Mocht er in New York een monument zijn met de namen van ongewapende slachtoffers van politiegeweld dan zou ook dat een piek vertonen in de jaren waarin de criminaliteit het hoogst was. Vooral burgemeester Giuliani meende het letterlijk met zijn “war on crime”. Is er al ooit een oorlog geweest waarin soldaten hun macht niet misbruikten tegen onschuldigden? Giuliani’s special forces schoten eerst en stelden dan vragen. De meest recente namen op het monument zouden die van Anthony Baez, Sean Bell, Timothy Stansbury, Ousmane Zongo, Amadou Diallo, Patrick Dorismond en Gidone Busch zijn. Anonieme New Yorkers die na hun dood trieste beroemdheden werden, omdat hun onschuld zonneklaar was. Nu de misdaad is gedaald, is ook het aantal klachten over politiegeweld verminderd. In 2006 kreeg de NYPD zelfs een pluim op de kepie. Procentsgewijs had ze veel minder burgers doodgeschoten dan de politie van veel andere steden. Bij de toppers waren Las Vegas waar 25 procent meer mensen werden neergeknald door politiekogels en Philadelphia waar twee keer zoveel doden vielen.
Van die zeven meest recente slachtoffers van politiegeweld waren er zes zwart. Telkens werd de politie van racisme beschuldigd. Ook deze aantijging loopt als een rode draad door de geschiedenis van de NYPD. In de loop van de negentiende eeuw werd de politie overwegend Iers. De Ieren hielden de rangen gesloten. Zelf stonden ze tot in het midden van de eeuw onderaan de sociale ladder, de plaats die later door zwarten werd overgenomen. De eerste zwarte agent werd aangeworven in 1911. Het duurde nog tot 1984 voor New York een zwarte politiecommissaris kreeg. De raciale integratie bij de NYPD is er sindsdien op vooruit gegaan. Toch zijn zwarten nog ondervertegenwoordigd: 17,4 procent van de politie is zwart tegenover 26,5 procent van de bevolking. Afgelopen donderdag verzamelden de 1.100 nieuwe politiekadetten in het Apollo Theater in Harlem om lezingen bij te wonen over politierelaties met raciale en ethnische minderheden. De bijna afgestudeerde recruten komen dit jaar zelf uit 60 landen. Je kunt alleen maar hopen dat de kursus die vier dagen duurde en waarin ook critici van de politie mochten spreken, enig impact zal hebben.
Dat dit nodig is bleek nog dezelfde avond. In Brooklyn werd een zwarte advocaat die bekend is voor het verdedigen van slachtoffers van politiebrutaliteit zelf ineengeramd door de politie. Hij en zijn vrouw waren gestopt toen ze agenten op de parking van een winkel een geboeide, bloedende, zwarte jongen zagen schoppen en stampen. De pottenkijkers kregen klappen en werden afgevoerd naar het plaatselijk politiekantoor. Enkele uren later daagden er honderden mensen op om hun vrijlating te eisen. Dit incident volgde op de hielen van een nog steeds druk besproken voorval op 21 mei. Toen arresteerde de politie, ook in Brooklyn, 32 zwarte tieners die op weg waren naar de begrafenis van een vermoorde vriend. De politie zegt dat de tieners bendeleden waren die wraak wilden nemen. Ze zouden over geparkeerde auto’s gelopen hebben en voorbijgangers bedreigd hebben. De tieners, ouders die hen vergezelden en toevallige omstaanders, zeggen dat er daar niets van aan was. Wat er ook gebeurd is, de spanning is te snijden in de zwarte wijken van Brooklyn. Het zou wel eens ‘a hot summer’ kunnen worden in New York.
28 juni 2007