BACK TO DINGLE HILL

Als de herfst de bomen vlammend rood en geel kleurt, moeten we er even uit..

New York ligt verrassend dicht bij uitgestrekte bossen met meren en bergen en herten, coyotes en beren. Zoals Bear Mountain State Park waar ik doorrijd met man en hond nog geen uur nadat we uit de stad zijn vertrokken. Nog wat rijden en we passeren het ons welbekende bruine bord dat ons verwelkomt in ‘Catskill Park’. Tot 2000 hadden we een blokhut in dit natuurgebied. We slapen de eerste nacht in een motel waar we de enige gasten zijn. De manager is Indisch. We eten in het enige restaurant van het dorp. De uitbaters zijn Mexicaans. Ze baten ook een winkeltje uit dat La Lupita heet. In de etalage hangen pastelkleurige kinderjurkjes met frulletjes, strikjes en kantjes. Potentiele klanten genoeg. In de simpele houten dorpshuisjes waar scherpruikende rook van houtvuren uit de schoorstenen kronkelt, zijn de laatste jaren steeds meer Mexicaanse gezinnen komen wonen. Wij hebben Fleischmanns, ooit een welvarend vakantiedorp, altijd in een staat van vergane glorie gekend. De school, brandweerkazerne, bioscoop en verschillende winkels staan nog steeds leeg maar op zijn minst is het dankzij de Mexicaanse immigranten geen spookdorp geworden zoals sommige andere in de streek. De dochter van de eigenaars die ons bestelt, vertelt in vlekkeloos Engels dat ze school heeft gelopen in Margaretville, twee dorpen verder. "I loved it", zegt ze. De volgende ochtend ontbijten we in een ouderwetse 'diner' in Margaretville. Enkele jaren geleden schreef The New York Times dat er zoveel kunstenaars uit New York naar hier trokken voor de goedkope ruimte dat er zelfs een winkel van kunstbenodigheden was geopend. Die winkel blijkt intussen failliet. Zelf kennen we meer dan een artiest die zich na een tijd in de bossen realiseerde dat de lange winters en het isolement niet aan hem zijn besteed.

Tijd om onze hond de plek te tonen waar haar voorganger en wij ons zo goed amuseerden. Er is nog niets veranderd op Dingle Hill: de waterval aan het begin van de slecht onderhouden aarden weg, de glooiende weiden in de vallei en de dichte bossen met hier en daar een verwilderde appelboomgaard. Na een half uur klimmen zonder tegenliggers tegen te komen, zijn we aan ons vroeger huisje. Maar het ligt niet langer verdoken in het groen. Alle bomen errond zijn geveld. Twee mannen zijn volop aan het werk met kettingzagen. Die zetten ze af als ze ons zien. Ze blijken vader en zoon. Ze kochten de blokhut drie jaar geleden van de man aan wie wij ze hadden verkocht. Vader verdient de kost met windmolens installeren. Hij wijst naar een steile rots boven de kale helling waarop een windmolentje staat te draaien. "De bomen moesten weg omdat ze te veel wind tegenhielden”, legt hij uit. “Nu kunnen we tenminste tv kijken." Ik knik maar eigenlijk vind ik het decadent om zoveel natuur op te offeren voor zo'n beetje groene energie. Van de blokhut trekken we verder naar de vijver waar we zoveel luie uren doorbrachten. Het is er nog altijd even stil. De hond zwemt enthousiast tussen de gele en rode herfstbladeren die op het ijskoude water drijven. Nog een siesta in de zon en we zetten onze tocht verder. Langs verlaten boswegen belanden we tegen donker in Ellenville. Hier wordt het enige motel door een Chinees uitgebaat. Behoorlijk wat huizen zien er arm en rommelig uit. Het stadje was ooit bekend voor zijn kwaliteitsbestek. Ook andere fabrieken zorgden voor werk. Die gebouwen staan er nu verlaten bij. Het gemiddelde inkomen zweeft net boven de armoedegrens. In de ooit drukke winkelstraat gapen overal lege etalages. In sommige staan kunstwerken, een souvenir van het kunstfestival van afgelopen zomer. Kunst was de de laatste hoop voor zieltogende dorpen in de Catskills die, sinds toerisme en industrie er in de vooroorlogse decennia bloeiden, alleen maar achteruitgang hebben gekend. Meestal bleek die droom een illusie. De recessie slaat hard in de streek. De natuur intussen blijft er adembenemend mooi. Ook in Ellenville waar je overal zicht hebt op de bergen die rood en geel vlammend wachten op de winter.

27 oktober 2009