"Voor een rij mesclun-sla krijg ik 100 dollar", zegt Greg, "ik verkoop ze aan de beste restaurants van Detroit". Met zichtbare trots leidt hij ons rond in zijn 'urban farm' of 'stadsboerderij'. Links van ons torent het MotorCity Casino boven de boomtoppen. Enkele dagen geleden lanceerde Detroitenaar Eminem daar zijn nieuwste album. Het casino heeft nog de gevel van de industriele bakkerij die er vroeger stond; de eerste ter wereld die voorverpakt gesneden brood maakte. We zetten ons in de zon op een houten bank voor een van de serres die Greg heeft gemaakt met plastiek en metalen buizen. "Met mijn rug naar het casino beeld ik me vaak in dat ik op het platteland ben", zegt hij. Ik knik. De meizon, de kwetterende vogels, de zoemende bijen, het diepe groen alom, de bloeiende rozen, de geur van vers gespitte aarde, het gekakel van een kip: je zou je op de Vlaamse buiten wanen. We kijken uit over grasland dat hele straatblokken in beslag neemt. Sommige velden zijn vers gemaaid, enkele zijn beplant met groenten en bloemen. De gebouwen die hier zij aan zij stonden, zijn grotendeels verdwenen. In een van de houten huisjes die nog overschieten gaat de voordeur open. Een klein meisje komt naar buiten en huppelt door een wei. Het gras is zo hoog dat alleen haar blonde krulletjes er boven uit dansen. "Detroit is zoveel meer dan verval, misdaad en werkloosheid", zegt Greg, "het is een stad met enorme mogelijkheden." Haar tienduizenden lege gebouwen en meer dan 100 vierkante kilometer braakliggend land spreken alleszins tot mijn verbeelding. "Burgemeester Young dacht dat hij Detroit uit het slop kon halen door casino’s aan te trekken", zegt Greg terwijl hij met afkeer naar het Motorcity Casino wijst, "dat is natuurlijk niet gelukt. Wat wel zou kunnen lukken zijn commerciele, biologische stadsboederijen. Gezond lokaal gekweekt voedsel en werkgelegenheid scheppen: wie kan daar tegen zijn? Ik heb in elk geval mijn beslissing genomen. Ik ben aan mijn laatste jaar als leraar bezig. Vanaf deze zomer begin ik voltijds te boeren en neem ik twee mensen in dienst."
Detroit is de meest vervallen grootstad van Amerika. In de loop van een halve eeuw verloor ze de helft van haar bevolking -meer dan een miljoen inwoners. Tijdens mijn veel te korte week in Detroit kom ik heel wat mensen tegen die er zoals Greg overtuigd van zijn dat de natuur die een groot deel van de stad heeft opgeslokt haar de sleutel naar heropleving aanreikt. In de jaren 1980 waren ze nog met een handjevol maar nu zijn er duizenden die zich inzetten voor "the Greening of Detroit", wat tevens de naam is van de overkoepelende organisatie van stadsboeren. Omdat het zo'n mooi weer is en we hele straten voor ons alleen hebben, fietsen we door de stad. Geen betere manier om 'het werk van de akker' te verkennen. In een lege straat is een man aan het spitten op een lap grond naast een vervallen flatgebouw. In de gevel zijn slechts drie ramen intact. Er hangen gordijnen voor. De voordeur staat open. In de hal staan een fiets en een paar schoenen. Aan een kapstok hangt een jas. Woont de tuinier hier? Hij is zo vredig bezig dat ik hem niet wil storen. Als hij hier woont, heeft hij lef. Net als andere krakers, soms hele gezinnen, die in kapotte gebouwen wonen, vaak zonder water, gas of electriciteit. Het meilandschap ziet er bijna idyllisch uit maar de winters zijn hier lang en bitterkoud. Wat verder passeren we wat wel een oorlogsscene lijkt. In een steegje met aan elke kant tien stenen huizen zijn enkele kleine kinderen aan het spelen. Hun kleurig speelgoed steekt fel af tegen de zwartgeblakerde muren. Een jonge man en vrouw roosteren vlees op een barbecue-stelletje. Ze leggen vriendelijk uit dat er een tijd geleden brand uitbrak in hun straatje. In de minst beschadigde huizen wonen nog vijf gezinnen. Op de trap van een groot wit houten huis tegenover het steegje zitten enkele jongelui die ook al enthousiaste tuiniers blijken. "Ik ben speciaal naar Detroit gekomen om dit te doen”, zegt een jonge vrouw die hier pas enkele maanden woont, “Nergens in Amerika is de interesse voor 'urban farming' zo groot." Ze legt ons de weg uit naar de Catherine Ferguson Academy, een middelbare school die haar eigen boerderij heeft. Omdat het zondag is zijn er geen leerlingen. Tijdens de schooldagen zijn ze met 200, allemaal meisjes die zwanger zijn of al een of meerdere kinderen hebben. Een paard en enkele geitjes komen nieuwsgierig op ons af. Hun weide ligt tussen een appelboomgaard en een groentetuin. Een rode houten stal die de leerlingen zelf bouwden, lijkt zo van het Amerikaanse platteland verhuisd. Wat verder staat een kerk die ooit omringd was door huizen die stonden waar nu de boerderij en brakke grond liggen. Op tien minuten fietsen van het glazen wereldhoofdkwartier van General Motors, stoppen we om de irissen te bewonderen in de "Bird Community Garden". Er gaat net een vrouw de tuin in met tomatenplantjes. We gaan mee binnen en helpen haar de aardappelen, tomaten en uien begieten met water. Jody, zo heet ze, is dol op tuinieren. In het woestijnachtige west-Colorado waar ze opgroeide kwam ze niet aan haar trekken. Vijf jaar geleden vond ze werk in een school in Detroit en ze besloot er te blijven. “Ik kon haast niet geloven hoe groen de stad is en hoe makkelijk alles hier groeit." De druiveranken in de tuin alleen al zijn om jaloers op te zijn. Wordt er wel eens groente of fruit gestolen? "Ach dat gebeurt wel", zegt Jody, "maar dat geeft niets, de oogst is zo groot."
27 mei 2009