De avondlucht is heet en zwoel op de meest helse consumptie-boulevard van New York. Rond me flitsen metershoge gele, rode, oranje, blauwe, groene en paarse lichten. Ik hoor claxons en sirenes. Ik zit geprangd in een leger van door neon verdwaasde voetgangers dat trager voortschuifelt dan bedevaarders die in Lourdes in de rij staan voor heilig water. Ik zweet. Ik vloek. Ik ruik paardemest, frietvet, kaneel, kauwgom en Old Spice. Een zilveren limousine die nog langer is dan een bus ploegt door de mensenzee en komt tot stilstand voor een verguld oud filmtheater. De massa slaakt een collectieve gil. Ik lijk de enige die geen flitsende camera of mobieltje omhoog steekt. De limousinedeur zwaait open. Ik vang een glimp op van de vrouw die eruit stapt. Haar lang donker haar wordt opgelicht door honderden flitslampen. “Jennifer I love you”, schreeuwt een meisje naast me. Wie die Jennifer is hoef ik niet te raden. Boven de ingang van het theater staat in grote letters: “Tonight premiere of ‘El Cantante’ with Jennifer Lopez and Marc Anthony”. Ook zonder Jennifer Lopez is er op Times Square tegenwoordig elke dag zoveel volk dat je er maar voetje voor voetje vooruit geraakt. Zelfs de recente verbreding van de meest gebruikte voetpaden heeft niet geholpen. Ik hoorde onlangs iemand uit de theaterwereld zeggen dat voetgangersopstoppingen rond Times Square een even groot probleem dreigen te worden voor de Broadway-theaters als de misdaad 30 jaar geleden. Dat is misschien overdreven maar je vraagt je toch af hoeveel drukker het nog kan worden op Times Square. Er blijven maar winkelketens en kantoorgebouwen bijkomen. Er worden zelfs nieuwe woontorens gezet al lijkt het me een nachtmerrie om in deze heksenketel te moeten wonen. Vorige zomer opende de eerste; de peperdure flats waren meteen verkocht. Er zijn nog vijf andere luxeflatgebouwen gepland in de buurt. Een ervan zal verrijzen op de hoek van 44th Street en Eight Avenue waar nu nog enkele wat groezelige winkels gevestigd zijn in een gebouw dat in een vorig leven een theater was. Nog enkele weken en het wordt afgebroken. Een van die winkels heet ‘The Funny Store’. In de etalage krioelt het van levensgrote plastieken ratten. Achter de toog torent de bijna twee meter lange Arnold Martin. Hoewel hij binnen een week uit zijn winkel wordt gezet, begroet hij iedereen die binnenkomt opgewekt. “Wat doe je er aan”, zegt hij als ik hem vraag of hij zich treurig voelt, “de kleine winkeliers rond Times Square zijn ten dode opgeschreven. Ik kan niet opboksen tegen ketens zoals Disney, McDonald’s of de Gap.” De Funny Store opende in 1957. Martin werd er zaakvoerder in 1973. Al 34 jaar lang voorziet hij zijn op grappen en grollen beluste klanten van essentiele attributen zoals plastiek ratten, muizen en spinnen, rubberen slangen en kippen; namaak stronthopen in alle mogelijke vormen en maten, goochelkaarten, kussens die scheetgeluiden maken als je erop gaat zitten, jeukpoeder en stinkbommen. Ik vraag hem of hij nog hondedrollen in voorraad heeft. “Uitverkocht”, zegt hij, “Ze verkochten altijd het best. Ze zagen er zo echt uit dat je er zelfs een hond mee bij de neus kon nemen.”
Ook Martins “magisch gordijn” is verdwenen. Achter dat gordijn was er een doorgang naar de Playpen, de sexwinkel naast de deur. Het gat in de muur is weer dichtgemetseld. De doorgang was een slimme repliek op de anti-pornowet die de toenmalige burgemeester Giuliani in 1995 invoerde. Die verbood pornowinkels in het grootste deel van de stad. De wet definieerde pornowinkels als zaken waar meer dan 40 procent van de koopwaar uit seksmateriaal bestaat. Dank zij het gat in de muur hadden de klanten van de Playpen toegang tot de niet-seksuele koopwaar van de Funny Store zodat de pornowinkel open kon blijven. Komen er nog wel eens mannen binnen die discreet via het gordijn naar de Playpen willen? “Elke dag”, zegt Martin, “Ik kan ze er zo uithalen.” Gaan hij en zijn buurman naar ergens anders verhuizen? “We weten het nog altijd niet”, zegt Martin. “Tot onlangs was er een pizzeria aan de overkant die heel goed draaide. Dan verhoogde de huisbaas de huur met 400 procent. Die mensen hebben nu een zaak geopend in New Jersey. Dat zie ik mezelf niet doen.”
Er komt een bleek zwartharig jongetje binnen met een skateboard onder de arm en zijn mama in zijn zog. “Ik heb iets voor jou”, zegt Martin, “Het is een lovende kritiek die vandaag is verschenen in een Chinese krant. Gekregen van een van mijn klanten.” Het jongetje neemt het artikel met een stralende blik in ontvangst. Ze babbelen nog wat. “Dat was Henry Hodges, een ster in Mary Poppins, de Broadway-show”, zegt Martin als moeder en zoon weer buiten zijn. “Hij is hier al veel komen kopen. Hij kwam afscheid nemen.”
26 juli 2007