ONTSPIEGELD

Vorige nacht hebben onnozelaars in onze straat zeven autospiegels afgebroken. De mijne was op de motorkap gelegd,wellicht door een attente voorbijganger. De zijspiegel van de monsterachtige SUV van dikke Pat moest er ook aan geloven. "En dat op Thanksgiving", briest hij. Ik ben de enige vrouw in het groepje kwade buren dat in de ongewoon warme novemberzon het voorval staat te bespreken. Racisme had er niets mee te maken, daarover zijn we het eens. Er zijn spiegels van zwarten, blanken en chinezen gesneuveld. Nee, puur vandalisme is het. Er zit een briefje onder de ruitenwissers van onze ontspiegelde wagens. "Happy Holidays" staat er op de omslag. Het is een brief van de eigenaar van 'Beer Goggles', het café op het einde van de straat. "Hoewel er geen bewijzen zijn, lijkt het er op dat de verantwoordelijke voor deze kwaadaardige daad uit mijn bar kwam", schrijft hij, "In tegenstelling tot wat sommigen onder u denken, ben ik geen beest en ben ik even geschokt als u over dit vandalisme..." Meneer Schaffer krijgt regelmatig klachten van de omwonenden. Nu eens omdat de live muziek hen het slapen belet, dan weer omdat poepzatte klanten diep in de nacht lallend door de straat zeilen en in onze voortuintjes zeiken. Enkele maanden geleden brak er een gevecht uit dat het kruispunt in een scene uit een slechte cowboy-film veranderde. Wie toen nog niet wakker was werd gewekt door het getoeter van het gestremde verkeer, gevolgd door politiesirenes. Een jaar geleden trok ik op een nacht met veel moeite een stomdronken, kortgerokt, glibberig meisje recht dat in de gietende regen in de goot lag, handtasje, autosleutels, lippestift en gsm rond haar gestrooid. Dat de café-baas serieus inzit met het spiegelincident blijkt uit zijn uitnodiging aan "alle slachtoffers om zondagavond om halfnegen naar Beer Goggles te komen om te praten over schadevergoeding". "Dat is toch mooi van hem", zeg ik. Dikke Pat geeft me een donkere blik. Hij wil niet meer praten met Schaffer, hij wil hem aan stukken scheuren. Ik laat mijn woeste krijgers voor wat ze zijn en keer terug naar mijn voortuintje waar ik eigenlijk herfstbladeren wou bijeenraken. Een politieauto komt de straat ingereden. Twee jonge agenten, een kleine en een lange, praten met de mannen. Een tijdje later komen ze op mij afgestapt. Of ik ook klacht tegen onbekenden wil indienen, willen ze weten. Allez vooruit. "Niet dat het veel zal uithalen", zegt de kleine bemoedigend. Meer dan een uur spenderen ze in ons straatje, pratend en rapporten opmakend. De tijden zijn veranderd, bedenk ik. In de jaren tachtig werd er zeven keer in onze oude volkswagen ingebroken. Het kwam zelfs niet in ons op om de politie te bellen. Het korps telde toen duizenden agenten minder en er was veel meer misdaad. Voor enkele gevandaliseerde autospiegels kon je toen niet verwachten dat de politie zou opdagen.

De volgende ochtend is er beter nieuws. Nee, van de spiegelvandalen ontbreekt nog steeds elk spoor maar een montere stem op de radio zegt dat we goed op weg zijn om dit jaar minder dan 500 moorden te hebben in de stad. Dat zou het laagterecord zijn sedert de politie in 1963 betrouwbare statistieken begon bij te houden. Wat opvalt is dat slechts een zeer kleine minderheid werd vermoord door onbekenden. De meesten kwamen om het leven tijdens ruzies met vrienden of kennissen, rivaliserende drugbenden of -in veel mindere mate- minnaars, echtgenoten, ouders of andere familie. Het risico dat een brave toerist in New York op straat vermoord wordt door een onbekende was altijd klein maar nu is het minuscuul geworden.

De gestadige daling van het aantal moorden in New York is al anderhalf decennium bezig. We komen van ver. Het recordjaar was 1990 met 2.245 moorden. Toen was het risico om een willekeurig slachtoffer te worden–van een overvaller of van een verdwaalde kogel- veel groter. Al moet er bij gezegd worden dat dit risico ook toen zeer klein was in de stadsdelen waar toeristen kwamen. In de armste wijken was het gevaar veel groter. Er was toen meer armoede, er woedden meer drugoorlogen. Soms vielen er zes doden per dag. Dit jaar zitten we aan iets meer dan een moord per dag. Halen New Yorkers meer andere stomme toeren uit nu ze elkaar minder vermoorden? De politie beweert van niet. Ernstige misdaden zoals verkrachtingen, overvallen, inbraken en autodiefstal zouden dit jaar nog met 6, 47 procent zijn gedaald. Ook het aantal schietpartijen en het aantal mensen die erdoor gewond worden blijft dalen.

Hoewel het passionele drama’s in de rijke Upper East Side zijn die in de media het meest aandacht krijgen, worden de meeste moorden nog steeds gepleegd in de armenwijken. Vandaar dat er in de statistieken scherpe raciale verschillen opduiken. Blanken (bijna de helft van de bevolking) maken slechts 7 procent uit van de slachtoffers en van de daders. Van de slachtoffers was 66 procent zwart en 26 procent latino, van de daders 61 procent zwart en 31 procent latino.

Een vermoorde New Yorker per dag. Wiens beurt is het vandaag? Het antwoord hoor ik al op het ochtendnieuws. Om halfvier vanmorgen strompelde een bloedende 25-jarige man uit Duvet, een bekende restaurant-nightclub niet ver van de Flatiron. Iemand had hem een mes aangevallen. Van de dader geen spoor. Het slachtoffer overleed wat later in het hospitaal. Uit caf? Beer Goggles kwam er intussen van heel de nacht geen piep.

26 November 2007