Kommertijd

De zomer loopt op zijn laatste gouden benen. Hoe mooi hij hier in New York ook was, voor veel Amerikanen laat hij een bittere nasmaak achter. Verwoestende orkanen, een dagelijkse portie slecht nieuws uit Irak, benzineprijzen die steeds hoger klimmen…het was eerder een kommertijd dan een komkommertijd. Gelukkig kan er tussen al dat grimmigs af en toe ook eens gelachen worden. Daar zorgen de domme dominees voor, de evangelische ezels, de krankzinnige creationisten op radio en tv. Een van hen wees naar de satellietfoto van orkaan Katrina en zei, ‘als je goed kijkt, zie je duidelijk dat de orkaan de vorm van een foetus heeft’, et voila, het was bewezen dat Katrina Gods straf was voor al die abortussen. Een andere vertrouweling Gods zei dat de Heer New Orleans onder water zette omdat homo’s er een groot feest gingen houden. De eerwaarde vergat dat de French Quarter, waar het feest gepland was, een van de enige buurten was die door de overstroming gespaard bleef. Wat Steve Colbert van The Daily show, de beste satirische nieuwshow die Amerika ooit gehad heeft, deed concluderen: “God houdt van homo’s maar hij heeft iets tegen mensen die ernaast wonen.”

Maar laat me niet te hard zijn voor onze christelijke broeders. Ze doen ook goede dingen. Zo is het dank zij hen dat een prachtige natuurfilm een razend sukses werd in Amerika. De evangelische media zagen in ‘The march of the Penguins’ een stichtend voorbeeld van de gezinswaarden. Hun reclame maakte de film de surprise hit van de zomer. De hitte was misschien ook een factor. Maar penguins zijn fascinerende beesten. In de zoo in Central Park staat er altijd veel volk naar te kijken. Ook vandaag. Een klas schoolkinderen, enkele koppels en iemand van de zoo die een rondleiding geeft. Enkele penguins buigen hun kopjes om zich te laten aaien door de kinderen. De gids wijst naar de onderste rots. “Die twee daar, dat zijn Scrappy en Silo en daar” –hij wijst naar de verste hoek- “is Roy”. De bezoekers roezemoezen. Die vogels zijn beroemdheden in New York. Silo en Roy zijn twee mannentjes, achttien jaar oud, in de fleur van hun penguinleven. In 1998 werden ze verliefd op elkaar. Die dingen gebeuren blijkbaar ook bij penguins. Wat doen verliefde homo-penguins? Hetzelfde als wat hetero-penguins doen. Tijdens het paarseizoen omstrengelden ze elkaars nekken en kwekken ze verliefde penguin-nonsens. Niemand zag hen ooit kopuleren maar dat wil niets zeggen. In 1999 probeerden ze samen een steen uit te broeden. Dat lukte niet. Het volgende jaar gaven hun oppassers hen een extra-ei van een hetero-penguinkoppel. Er kwam een flinke dochter van die ‘Tango’ werd genoemd. Toen de New York Times het verhaal bracht, waren sommigen in de homo-beweging even extatisch over de penguins als de evangeliers nu over ‘The march of the penguins’. Ook zij zagen in de vogels een stichtend voorbeeld, het bewijs dat homoparen die kinderen opvoeden een natuurlijk fenomeen zijn. Er kwam zelfs een educatief kinderboekje van over het gelukkig gezinnetje: “Tango makes three”; het is te koop in de shop van de zoo. Het werd nog beter toen Tango een aardje naar haar vaartjes bleek te hebben. Ze heeft al twee broedseizoenen na elkaar gevreeen met een penguinmeisje dat Tanzuni heet. Maar net zoals vaak met mensen gebeurt, volgde op de faam voor Roy en Silo vervreemding. Had Silo genoeg van het wilde homo-leven? Wie zal het zeggen. Feit is dat hij deze lente viel hij voor een Californische die van Sea World San Diego kwam. Scrappy heet ze, zie haar daar zitten flirten met Silo. En Roy: pruilt hij? Hm, moeilijk om te zeggen over een penguin. De evangeliers konden hun leedvermaak over de ‘bekering’ van Silo niet wegsteken. “Sommige homo-militanten zijn nu wellicht heel kwaad”, grinnikte een dominee op de invloedrijkste rechts-christelijke website, “Focus on the Family”. Maar de dominee vergeet dat er nog vijf andere homo-paren zijn in de penguinkolonie. Geen vogel die zich daar druk over maakt. Als we iets van de penguins kunnen leren, is het misschien dat. Op weg naar huis dwalen mijn gedachten weer af naar het christendom als ik ground zero passeer. Dat komt omdat onlangs weer in alle kranten de foto stond van NewYorkse brandweermannen die het levenloos lichaam van hun aalmoezenier uit het uit het stof van het WTC wegdragen. De 68-jarige pastoor Judge was een graag gezien figuur zoals men dat zegt. Hij stond brandweermannen bij, hun weduwes, daklozen, Aids-patienten, kortom iedereen in nood kon op hem rekenen. Op zijn begrafenis noemde burgemeester Giuliani, hem een heilige. Een mens moet opletten met zo’n uitspraken want zijn woorden waren nog niet koud of er kwam een campagne op gang om hem heilig te verklaren. De paus nam eerbiedig zijn helm in ontvangst, wie weet wordt het ooit een relikwie. Maar ik weet wel zeker dat pastoor Judge geen sint zal worden. Hij was een namelijk een homo, celibatair naar eigen zeggen, maar niettemin een homo. Hij kwam er rond voor uit en ijverde voor gelijkberechtiging. Dus geen pastoor Judges meer voor de katholieke kerk. Ze vinden vast wel iets anders om zich nuttig te maken.


25 september 2005