“WE KUNNEN NIET ZONDER”

“Het is zover: het zwijntje is dinsdag naar de zevende hemel vertrokken”,schrijft lezer Toon uit de westhoek. “Het werd met koekjes uit zijn ‘huisje’ gelokt tot onder de appelboom, waar het nog een lekker appeltje aan het eten was toen… het ging zonder stress”. Toon had me begin juni al gemeld dat hij zoals elk jaar een biggetje had gekocht. Net als zijn voorgangers kreeg het meel “zonder toevoegingen” dat een bevriende molenaar speciaal voor Toon had gemaald. “Het had een mooi leven”, schrijft Toon, “het kon genieten van de gezonde buitenlucht”. Onlangs ontmoette ik de eigenaar van een van de grootste varkensslachterijen in Belgie. “We slachten 14.000 varkens per week”, vertelde hij me trots. Maar wat groot is in Belgie is vaak klein in Amerika. In de grootste slachterij van de VS die meteen ook de grootste ter wereld is, worden elke dag 30.000 varkens afgemaakt. Die varkenshel heet Smithfield Foods en stelt 5200 mensen te werk in Tar Heel, North Carolina. Een jaar geleden viel de immigratiepolitie er binnen en arresteerde 21 illegale immigranten. Andere ongedocumenteerde arbeiders van Smithfield werden in het holst van de nacht uit hun bed gelicht. De rest nam na de razzia de benen. Resultaat: Smithfield had plots 1200 arbeiders te kort. Sindsdien heeft de slachterij de grootste moeite om nieuw volk te vinden dat het zware, stinkende en gevaarlijke werk wil doen. Tot nu heeft Smithfield de latino-immigranten grotendeels vervangen door Amerikanen die daarvoor lager betaald werk deden. Maar die hebben een lagere pijndrempel. Het verloop van de nieuwe arbeiders is twee keer zo groot als dat van de latino-arbeiders. Smithfield betaalt gemiddeld 12 dollar per uur. Dat is haast twee keer zoveel als het minimumloon. Niet slecht, zou je denken maar veel mensen uit de streek die in de slachterij hebben gewerkt zeggen: nooit meer. De slachterij is verplicht om zijn werkvolk steeds verder te gaan zoeken. Sommige moeten verschillende uren per dag pendelen wat de job niet bepaald aantrekkelijker maakt. Smithfield ging van start in 1992 toen er veel werkloosheid was in de streek. De tabaksindustrie slabakte en de textielfabrieken gingen dicht. Aanvankelijk trok de slachterij vooral zwarten aan. Dat veranderde in het midden van de jaren negentig toen Mexicanen massaal en relatief ongehinderd de grens begonnen oversteken. Velen van hen waren campesino’s die al van kindsbeen af van ‘s morgens vroeg op het veld hadden gelabeurd. No English no problema. Toen kwam 9/11. De anti-terroristische hysterie sloeg om in immigrantenparanoia. Dezelfde politici die eerder de illegale immigratie oogluikend hadden toegelaten omdat de winsten er wel bij vaarden, voelden zich nu verplicht om de jacht op illegalen te openen. Niet alleen Smithfield zit nu met de gevolgen. Recente gelijkaardige razzia’s over heel het land hebben zowel werkgevers als werknemers in moeilijke papieren gebracht. In California liggen de ongeplukte peren te rotten onder de bomen. In de staten Washington en New York dreigt hetzelfde te gebeuren met de appeloogst. Duurdere prijzen voor de consument zullen daar het onvermijdelijk gevolg van zijn. In september trokken honderden fruitkwekers naar de hoofdstad waar ze uit protest manden fruit deponeerden voor het Congresgebouw. De Californische landbouwbedrijven alleen al stellen 450.000 mensen te werk tijdens het oogstseizoen. Volgens de vakbond UFW (United Farm Workers of America) zijn 90 procent daarvan illegale immigranten. Het ministerie van Landbouw schat dat 53 procent van de 2,5 miljoen landarbeiders in Amerika illegale immigranten zijn. California heeft dit jaar 70.000 paar handen te kort. Veel Mexicaanse seizoenarbeiders durfden dit jaar de veel zwaarder bewaakte grens niet meer oversteken. Anderen werden opgepakt terwijl ze het probeerden. Nog anderen zijn in de VS gebleven en hebben intussen beter betaald werk gevonden in de bouw, het tuinonderhoud en de horeca. Er is wel een speciaal programma dat de landbouwsector toelaat om 50.000 seizoenarbeiders per jaar te importeren maar dat is slechts 2 procent van het werkvolk dat nodig is voor de oogst. De groenten- en fruitkwekers eisen dat de immigratiewetten versoepeld worden maar dat stuit in het huidige klimaat op te veel weerstand. Sommige grote boeren uit California en Arizona hebben er hun eigen oplossing op gevonden. Als Mozes niet naar de berg kan komen moet de berg maar naar Mozes gaan, redeneren ze. In een omgekeerde immigratiebeweging steken ze de grens over om in Mexico fruit en groente te kweken. Daar hebben ze geen last van de immigratiepolitie en vinden ze moeiteloos werkvolk dat ze tien keer minder kunnen betalen dan in hun eigen land. Als er niet snel iets verandert, zullen meer en meer Amerikaanse grote boeren naar Mexico en Centraal Amerika uitwijken, waarschuwde de Californische Senator Diane Feinstein onlangs nerveus. De bedrijven die nu met een arbeiderstekort zitten beweren dat hun probleem niet opgelost kan worden door de lonen te verhogen. Er zijn volgens hen gewoon niet genoeg Amerikanen die nog bereid zijn om op het veld of in slachterijen zoals Smithfield te werken. Natuurlijk zou dat wel veranderen als ze de lonen fors genoeg zouden optrekken maar dat zou volgens hen te veel in hun winstmarge snijden. Ik hoorde deze zomer in New York gelijkaardige verhalen van een West-Vlaamse groentekweker en een Limburgse fruitkweker. “Zonder immigranten had ik al lang moeten stoppen”, zeiden ze me.

25 oktober 2007