In de openingsscene van "Kings", een serie die verleden week op NBC in premiere ging, glijdt de camera over een vredig pastoraal landschap. Je waant je diep in ruraal Amerika maar in werkelijkheid zijn de beelden opgenomen in het Queens County Farm Museum in New York City. Het is dezelfde plek waar New Yorkse schoolkinderen al vele jaren met bussen naar toe worden gebracht als het tijd is om iets te leren over de boerderij. Ze strelen er Daisy de koe, spelen in een corn maze (een doolhof in een maisveld) en kijken hun ogen uit naar de kippen, ganzen, kalkoenen, geiten en varkens. Met wat geluk kunnen de leraren ook nog hun aandacht trekken op het 18de eeuwse boerenhuis op het erf dat in 'Flemish style' is opgetrokken. Het 'Adriance Farmhouse' heeft een lange, soms turbulente geschiedenis achter de rug. Het 19 hectaren omvattende domein, waar al drie eeuwen ononderbroken wordt op geboerd, is de enige resterende landbouwgrond in de stad. Toegegeven, in de laatste 35 jaar was de zaak uitgebold tot kijkboerderij. Maar dat is sinds vorige zomer veranderd. Er wordt weer echt geboerd in New York City.
Union Square op een uitbundig zonnige lente-ochtend. De bekende boerenmarkt of "Farmers Market" is volop bezig. Voor het kraam dat het Queens County Farm Museum hier sinds november elke maandag uitbaat, staat een rij aan te schuiven. We worden besteld door een blond meisje met lange vlechten. Aan haar blozende wangen en wat rode handen te zien is de opgewekte meid niet bang van een dagje wroeten op het New Yorkse veld. Gelukkig want sedert ze vorige zomer een nieuwe baas kreeg, wordt de boerenstiel weer ernstig genomen op de stadsboerderij. Zo te zien met smakelijke resultaten. Ik koop jonge gemengde sla die er supervers uitziet, eieren, honing en kip. Alles op natuurlijke wijze gekweekt op de stadsboerderij. Op een bord staat in krijt "Queens Piggy" geadverteerd. De varkens van Queens zijn even dood als die uit een slachthuis maar op zijn minst hebben ze van hun stadsweide en -modder genoten en hebben ze degelijk voedsel gekregen. Met de schoolkinderen in gedachten kweekt de stadsboerderij 'Old Spotters', een gemengd varkensras dat traag groeit en zacht van aard is. Deze zomer wil de boerderij 250 kippen aan het werk zetten in "kippen-tractoren" -kippenhokken op wielen. De hoop is dat de vogels de velden zullen bemesten en schadelijke insecten zullen oppeuzelen. Tomaten, aubergines, pepers, komkommers en pompoenen waren vroeger de enige groenten die er op de boerderij werden gekweekt. Nu is het groenten-assortiment flink uitgebreid. Er worden varieteiten gekweekt die in onbruik waren geraakt maar waarvan het zaad bewaard was.
De interesse in New York en de rest van Amerika voor in eigen streek gekweekt voedsel en natuurlijke landbouw is de laatste jaren flink toegenomen. Het debat er rond begon al in de jaren 1970 maar had lang weinig impact. Slechts 3 procent van het voedsel dat op dit ogenblik wordt verkocht, is biologisch gekweekt. Toch is de populariteit van de kleinschalige boerenstiel de laatste jaren fel toegenomen. Tussen 2002 en 2007 kwamen er maar liefst 300.000 nieuwe boerderijen bij in Amerika. Geen fabriekachtige bedrijven gerund in opdracht van agro-reuzen zoals Cargill en Archer Daniels Midland maar kleinschalige ondernemingen waar veel meer verscheiden gewassen worden gekweekt. Volgens het bevolkingsonderzoek van 2007 is de nieuwe generatie van boeren een relatief jonge en bonte bende, waaronder heel wat nieuwe immigranten, ex-stadsbewoners en opvallend veel vrouwen.
De krisis geeft het zelf kweken van groenten een forse duw in de rug. Elke dag krijgen Amerikanen te horen dat ze geld kunnen uitsparen door zelf dingen te kweken, al is het maar in potjes op de keukenvensterbank. Het kan niet anders of de verkopers van zaad- en plantgoed gaan een goed jaar tegemoet. Enkele dagen geleden trok zelfs Michelle Obama elegante werklaarsjes aan om samen met een groep schoolkinderen de eerste hark te zetten in het grasveld van het Witte Huis, om er plaats te maken voor wat een prachtige biologische groententuin belooft te worden. Er komen meer dan vijftig soorten groenten, kruiden en bessen met tussen de opgehoogde bedden rijen goudbloemen, capucijntjes en zinnia's. Er is zelfs plaats voorzien voor rabarber en zuring, twee lekkernijen waar ik al als kind verzot op was. Voorstanders van natuurvoeding zijn blij met het voorbeeld van mevrouw Obama. Bush pakte indertijd graag uit met zijn ‘volkse’ voorkeur voor hamburgers en hotdogs. Maar volgens Walter Scheib, oud-kok van het Witte Huis, stond zijn vrouw Laura er op dat er vers, biologisch eten op tafel kwam. Laura Bush hield dat gedekt, in het belang van manliefs imago. Michelle Obama niet. "Mijn kinderen begonnen enkele jaren geleden te verdikken omdat ik geen tijd had om fatsoenlijk voor hen te koken", zegt ze. "Door hen meer verse groenten en fruit te geven zijn de kilo's er vanzelf afgevallen." Ze vindt dat elke Amerikaan, ook de allerarmste, recht heeft op gezonde voeding. Maar voor wat hoort wat. Ze liet al vallen dat ze ook van haar man verwacht dat hij af en toe onkruid zal wieden in de presidentiele groenselhof.
25 maart 2009