"Een bezoek aan Wall Street hebben we geschrapt want daar is toch niets meer te zien", schreef een lezer onlangs over zijn geplande herfstvacantie in New York. Hij vergist zich schromelijk. Als hij nu hier zou staan, zou hij zijn ogen de kost kunnen geven. Het is maandagmiddag. Voor de beurs staan tien soldaten van de National Guard op wacht, mitraillette in de vuist. Twee vrouwelijke toeristen vragen aan de knapste onder hen of ze met hem op de foto mogen. Hij glimlacht en knikt; je kunt zien dat het niet de eerste keer is dat hem dit gevraagd wordt. Schuin tegenover de beurs, aan de voet van het standbeeld van George Washington, danst een man in een berekostuum met een meisje aan elke hand. Het zijn knappe meisjes, een zwart en een blank, allebei met lange bontmantels aan, hoewel het daarvoor nog niet koud genoeg is. Maar kijk: daar glijden de bontmantels op de grond. Gefluit. Gejoel. De slanke meiden zijn nu enkel gekleed in bikinietjes en heel hoge hakken. Ze dansen nog wat met de beer en lachen. Hun stunt is gelukt. De camera-ploegen die de laatste weken dag in dag uit de wacht houden voor de beurs komen toegesneld. Het trio zal vanavond op tv komen, misschien wel in verschillende continenten. Want Wall Street is sinds de financiele crisis begon een podium waar de wereldpers gegarandeerd naar kijkt. Dat lokt performers. Eergisteren zag ik hier een Afrikaanse predikant een donderpreek geven. Verleden week stond een troep Hawaiaanse danseresjes op blote voeten met de heupen te schudden. Intussen gaf eeuwige presidents-kandidaat Ralph Nader een speech op dezelfde trappen waar de twee meisjes nog wat onhandig staan te huppelen. Wall Street is misschien wel de bekendste straat ter wereld en op dit ogenblik ongetwijfeld ook de meest verguisde. De Amerikaanse media en politici hebben het voortdurend over "de woede van Main Street” vanwege de biljoenen dollars belastingsgeld die naar Wall Street gaan. 'Main Street' kun je vertalen als ‘Hoofdstraat’. Je vindt er een in het centrum van bijna elke Amerikaanse stad en dorp. Vaak zien ze er wat belabberd uit want de grote koopcentra hebben de meeste van hun klanten weggelokt. Toch blijft Main Street een symbool dat tot de verbeelding spreekt. Het staat voor de mythische eerlijke harde werkers, in tegenstelling tot Wall Street, dat nest van profiteurs. Een wandelingetje door Wall Street toont echter dat Wall Street minder ‘Wall Street’ is dan je zou denken. Ik passeer een schoenmaker, een kapper, kleerwinkels, een telefoonzaak, een juwelier, restaurants, een Starbucks, een kruidenier, een BMW-showroom, twee fitness-clubs, een feestzaal en minstens tien voormalige bank- en kantoorgebouwen die zijn omgebouwd tot luxe-appartementen. Bewoners lopen in en uit, sommige met kinderwagentjes of honden. Om de hoek is er een school. Er is ook een ‘Museum of American Financial History’ dat in januari zijn deuren opende in een oud bankgebouw. "Drie jaar geleden werkten er nog 6000 mensen op de beurs", legde de gids uit toen ik er op bezoek was, "nu schieten er geen duizend meer over". Hij vertelde ook dat vele financiele bedrijven naar midtown zijn verhuisd of naar plaatsen zoals Stamford in Connecticut. "De sector is nog goed voor 30 procent van de jobs in de wijk.Wall Street wordt geassocieerd met alles wat financieel mis loopt in de wereld maar de problemen van 'Wall Street' zijn niet die van Wall Street”. Monkelend voegde hij eraan toe: “Misschien moeten we Wall Street herdopen tot Main Street”.
Een origineel idee behalve dat er in New York City -een verzameling van dorpen wordt wel eens beweerd- al vijf Main Streets zijn. Elk stadsdeel heeft er een. De twee verste liggen op 60 kilometer van elkaar. Ze verschillen grondig. Die van Queens, in het hart van Flushing (een wijk die ooit Vlissingen heette) heeft zes baanvakken. De vliegtuigen die landen op La Guardia scheren er zo laag over dat je het gevoel hebt dat je ze kunt aanraken. Er zijn banken en beleggingskantoren. Main Street in Brooklyn is een met luxe-flatgebouwen omzoomd kasseistenen straatje van slechts twee straatblokken lang in de Dumbo-wijk. Er lopen veel jonge moeders met kinderen rond en toeristen die foto's maken van de Brooklyn-brug. Main Street op Roosevelt Island beantwoordt het meest aan het beeld van de traditionele hoofdstraat. Ze ligt in het midden van een eiland in de East River dat bij Manhattan hoort. Er is een supermarkt, een wijnwinkel, een drogisterij, een kerk, een restaurantje, een kruidenier, een bibliotheek, een politiekantoor en een hospitaal aan elk eind van de straat. Voor Main Street in Staten Island moet je naar het zuidelijkste puntje van New York, een halve dagreis heen en weer van Time Square in Manhattan. Je vindt er een postkantoor, een bank, een treinstation, een honden-dagverblijf en grote huizen met perfect onderhouden gazons. De merkwaardigste van de vijf ligt in Edgewater Park in de Bronx. Er staan 675 huizen op een oud kampeerterrein waarvan de wegen nooit verbreed werden. Een van de wegjes heet Main Street, al staan er vooral huizen die een lek verf nodig hebben en her en der een oude verroeste auto. Er komen geen toeristen. Hier in Wall Street daarentegen staan ze te drummen. Van hier wandelen ze naar de put waar het WTC stond. De aanslag daar was wat Bush lanceerde, de crisis hier is wat hem definitief in de vuilbak veegde. Wall Street en Ground Zero, de twee rampgebieden die de boeksteunen van de Bush-regering vormen, liggen op slechts enkele minuten van elkaar.
24 oktober 2008