
Vorige week viel er meer dan dertig centimeter sneeuw in New York. Dat was meer dan veel bomen aan konden. In heel de stad braken er duizenden takken onder het gewicht van hun witte vracht. In mijn achtertuintje knakte de 'Southern Magnolia' die ik tien jaar geleden had geplant. Ik werd er triestig van en moest ineens aan mijn vader denken. Hij kende heel veel van bomen. Hij werkte lang als vrachtwagenbestuurder voor een boomkwekerij. "Als je langs een autoweg in de Ardennen of Frankrijk rijdt, is de kans groot dat je bomen ziet staan die ik daar heb gebracht", zei hij trots. Het is een van de vele redenen dat het me spijt dat hij nooit in New York is geraakt. Ik hoor het hem al zeggen: "Er staan hier nondedju veel meer bomen dan ik had verwacht." Volgens de laatste officiele boomtelling groeien er in de 1.700 grote en kleine parken, langs de straten en in de voor- en achtertuintjes van New York City 593.130 bomen.
In 2007 kwam burgemeester Bloomberg met zijn "plaNYC" op de proppen: 127 maatregelen om van New York een groene, minimaal vervuilende stad te maken. Zo zou er tegen 2017 een miljoen bomen bij geplant worden. Onder grote media-belangstelling plantte de burgemeester samen met actrice Bette Middler in 2007 de eerste "plaNYC" boom. Twee jaar later poseerden ze beiden met een schop in de hand om de 250.000ste boom te planten. In mijn straat hebben we vorig jaar 26 van dat kwart miljoen bomen gekregen. Een miljoen bomen erbij, het is geen habbekrats. Adrien Benepe, hoofd van de New Yorkse parkdienst, is de eerste om dat te erkennen. "We hebben gewoon niet genoeg publieke eigendom om zoveel bomen te planten", zegt hij, "iedereen moet meehelpen". Elke New Yorker die een suggestie heeft om een boom te planten op stadseigendom kan een aanvraag indienen bij de stedelijke 'Forestry Service'. Een boomexpert komt dan kijken of de plaats geschikt is en een tijd later verschijnt een vrachtwagen en het nodige personeel dat de boom in de grond stopt.
Maar je hebt altijd mensen die in bomen vijanden zien. Een bejaarde heer in Harlem ging in zijn zondags pak in de pas gegraven put staan toen de parkdienst een boompje voor zijn huis wou planten. Tja, wat kun je dan doen? De put werd dichtgesmeten. Zelf kan ik alleen maar zeggen dat het voor mij een feestdag was toen de stad een linde voor mijn deur plantte. Mijn boompje doet het overigens uitstekend.
Maar wat de burgemeester geeft met de ene hand, neemt hij weg met de andere. Er komen veel jonge boompjes bij maar intussen worden stukken park verkocht om de stadskas aan te dikken waardoor al honderden gezonde bomen sneuvelden. Onlangs nog liet hij 13 mooie grote bomen kappen in het kleine, drukbezochte Union Square Park om plaats te maken voor een restaurant.Voor het nieuwe Yankee Stadium in de Bronx liet hij, ondanks fel protest van de omwonenden, 400 bomen in twee parken verdwijnen. Het onvergeeflijkst van al vinden boomliefhebbers dat de stad afgelopen oktober toelating gaf aan Ray en Ann Rombone uit Queens om de Douglaston's White Oak in hun voortuin te vellen. De boom werd op 600 jaar geschat, de oudste van de stad. Hij was zwaar beschadigd tijdens een storm, Een tak, groter dan de meeste bomen in de rest van hun straat, was op het dak van de Rombones gevallen. Het stel woont sinds 2005 bij de eik. De vorige eigenaars hadden hem versterkt door kabels te spannen tussen de takken en holten in de stam op te vullen met cement. Buren en boomliefhebbers uit heel de stad smeekten de Rombones om op hun beurt de boom te redden maar het mocht niet zijn. De 21 meter-hoge reus met zijn stamomtrek van 5,5 meter ging tegen de vlakte. Het was enkele dagen na deze boommoord dat Bloomberg zijn 250.000ste boom plantte. Dat was mooi maar ik treurde voor de reus die al twee eeuwen oud was toen de eerste Europese immigranten hier hun bijlen bovenhaalden om plaats te maken voor de nederzetting die zou uitdeinen tot de New York. De witte eik heeft het allemaal meegemaakt.
23 februari 2010