De rij waarin ik sta te wachten wordt steeds langer. Al schijnt de zon, voor en achter mij testen mensen hun zaklampen uit. Aan-uit-aan-uit. Ik check de mijne ook nog even. Een vrouw die met haar zware bergschoenen, regenkledij, touw om het middel en lamp op het hoofd een speleologe lijkt, telt het gezelschap. “Vijvenzeventig, we zijn voltallig”, roept ze. "Nu gaan we per tien naar het midden van de straat". De straat in kwestie is Atlantic Avenue, een van de drukste van Brooklyn. Verschillende mensen giechelen. Ik voel me net een figurante in een Monty Python-sketch. Midden op het zebrapad is een rond deksel opzij geschoven. We moeten één voor één langs een wankel laddertje naar beneden. Daar belanden we in een nauwe slijkerige gang die naar een gat in een muur leidt. Daarachter ligt een met enkele gloeilampjes verlichte, hoge gewelfde tunnel waarvan ik het einde niet kan zien. Aan de andere kant van het gat zit een dikke man een broodje te eten. "Let op", zegt hij al knabbelend, "de trap is glibberig". Nog 14 natte treden en ik sta op de bodem van de Atlantic Avenue Tunnel. De dikke man is onze gids Bob Diamond. Ons leger van dansende zaklamp-stralen zet zich in gang. Het extra-licht komt goed van pas. De aarden bodem van de tunnel is wel droog maar er liggen veel stenen en vermolmd hout. Bob is een rasechte raconteur. "Dertig jaar geleden hoorde ik op de radio terloops vermelden dat de ontbrekende pagina's uit het dagboek van de moordenaar van president Lincoln zouden verstopt zijn in een geheime tunnel in Brooklyn”, vertelt hij. “Die geheime tunnel prikkelde mijn verbeelding. Ik besloot hem te zoeken." ‘Vergeet het’, kreeg hij overal te horen, ‘die tunnel bestaat niet meer’. Maar Bob bleef koppig oude kranten en stadsarchieven uitpluizen tot hij de exacte locatie vond. “ In 1982 kon ik de gasmaatschappij overtuigen om het mangat te openen waarlangs jullie zijn binnengekomen. De koker daaronder was grotendeels gevuld met aarde en stenen maar ik kroop erdoor - ik was toen nog slank- en zag een stukje van een dichtgemetste muur. De tunnel zit daarachter, zei ik. Ik voelde me net Indiana Jones!"
De tunnel is 767 meter lang, 6,5 meter breed en 5,2 meter hoog. Hij was de eerste metrotunnel ter wereld. Er reed een treintje door dat passsagiers van een treinstation naar de veerboten naar Manhattan bracht. Hij was klaar in 1844, na werken die slechts zeven maanden duurden. “Dat was een formidabele prestatie als je bedenkt met welke primitieve middelen er toen werd gewerkt", vertelt Bob. "De arbeiders -Ierse immigranten- werden zo opgejaagd dat ze in opstand kwamen en hun ploegbaas onthoofden. Ze begraafden hem hier ergens achter de muur." We zijn intussen naar het midden van de tunnel gewandeld. Bob laat zijn zaklamp schijnen over de twee meter-hoge, rotsmuren die de tunnel aan weerskanten ondersteunen. "Dat zijn stenen uit de bodem van Manhattan", zegt hij, “Zie je hoe ze glinsteren? Ze bevatten veel mica.” Dan richt hij zijn lichtstraal op het indrukwekkend plafond. "Kijk eens hoe perfect het bakstenen gewelf er nog uitziet", zegt hij, "de Romeinen hadden het niet beter kunnen doen." De tunnel werd niet lang gebruikt. In 1861 kreeg een aannemer de opdracht om hem op te vullen. Hij streek het geld op maar maakte enkel de uiteinden dicht. De tunnel werd vergeten. Of toch niet: hij leefde voort in Brooklynse stadslegenden. Er werd gezegd dat “rivierpiraten” (dokwerkers die 's nachts cargo stalen van schepen) er hun buit verstopten, dat benden er hun schuilplaats hadden, dat er alcohol werd gestookt tijdens de Prohibition, dat Duitse spionnen er mosterdgas stockeerden. "Er werd zelfs beweerd dat er ratten zaten die meer dan een meter lang waren”, zegt Bob. “ Zelf heb ik hier nog nooit een rat gezien."
Zijn droom? "Ik hoop de fondsen te vinden om de tunnel te heropenen. Het zou de beste toeristische attractie zijn van Brooklyn, wat zeg ik, van heel New York!"
22 april 2010
Zie www.brooklynrail.net voor meer info over de Atlantic Tunnel en rondleidingen.