"Hebben jullie dat vannacht ook gehoord?" vraag ik aan onze gasten. Gelukkig slapen ze vast. Alleen ik, altijd de lichtste slaper in huis, schrok wakker toen er vuurschoten klonken. "Slechts twee”, zegt Tom die nog op was, “maar wel redelijk dichtbij”. Het is al jaren geleden dat we nog schoten hoorden. In de cowboy-jaren tachtig en begin negentig gebeurde dat vaker, vooral tijdens zomernachten. Je went aan alles zegt men. Maar daaraan wende ik niet en ik hoop er ook nooit aan te wennen.
Het is zondag en ik loop met Tom door Williamsburg in Brooklyn. Het wemelt er van spelende en wandelende grote en kleine mensen en honden. Ten zuiden van deze hippe, welstellende buurt ligt de wijk waar we vroeger woonden. Tom wil ze nog eens zien. Voor hem is het bijna twintig jaar geleden. De buurt was toen, net als grote stukken van Williamsburg, een vuile, ruige plaats waar zomers straatplezier in een oogwenk kon omslaan in absurd geweld. "Niet te geloven", zegt Tom als we langzaam onder de geurige lentebloesems door onze voormalige straat rijden. In onze tijd stonden er niet eens bomen. De 19de eeuwse huizen zijn stuk voor stuk zorgvuldig opgeknapt en bewoond. Op de hoek, waar het tot op de draad versleten, donkere winkeltje was waar ik elke dag de New York Times kocht omdat de krant geen thuisbestelling deed in buurten als de onze, staat nu de blinkend propere bakkerij "Connecticut Muffin". Het oud cafeetje aan de overkant is ook verdwenen. Er staat een pas afgewerkte winkel in de plaats die nog niet in gebruik is genomen. In dat semi-illegale, vensterloos cafeetje heb ik helaas nooit een voet gezet. Het was vandaar dat de eerste schoten klonken die ik in New York hoorde. Daarna zagen we onder ons vensterraam een man met een geweer weghollen.
Intussen is er veel veranderd in New York. Volgens de politie zijn in het afgelopen kwartaal alle soorten misdaad opnieuw gedaald. Die trend houdt nu al meer dan tien jaar aan. Alleen het aantal bankovervallen, de meeste gepleegd zonder schietwapens, is in het laatste kwartaal verdubbeld. Het is voor een stuk de schuld van de banken zelf, vindt politiechef Kelly, ze zijn door de gestadig dalende misdaad zo relaxed geworden dat ze geen kogelvrij glas meer willen tussen hun bedienden en de klanten. “Veel New Yorkse banken zien er tegenwoordig uit als woonkamers”. Dat klopt. Ik ken banken waar je je kunt neervleien in een makkelijke zetel met een kopje koffie en een koekje. De politiechef voorspelt dat al die gezelligheid zal duren tot de eerste doden vallen bij een bankoverval. Ik wou dat ik kon schrijven dat heel Amerika in de laatste tien jaar iets heeft gekregen van een "gezellige woonkamer". April was weer een verschrikkelijke maand wat schietpartijen betreft. Vannacht werden een jonge moeder en twee kleine kinderen doodgeschoten in hun bed in New Orleans. Een derde kindje is in kritieke toestand. Begin april schoot een jonge man in Pittsburgh drie agenten dood. Diezelfde dag gaf een vader in de staat Washington zijn vijf kinderen de kogel waarna hij zelfmoord pleegde. Een dag eerder schoot een man in een immigrantencentrum in de staat New York 13 mensen en daarna ook zichzelf dood. Op 7 april schoot een man in Alabama zijn vrouw, dochter, zijn zus en neefje en zichzelf een kogel door het hoofd. Eind maart vermoordde een jongeman vier politieagenten in Oakland, California, waarop hij zelf werd doodgeschoten. Het houdt niet op.
Belgisch bezoek dat naar Ground Zero is geweest, vertelt me vaak dat ze stil werden bij de gedachte dat er op die plek 2.700 mensen zijn omgekomen. Terrorisme is toch verschrikkelijk, zeggen ze. Natuurlijk is het verschrikkelijk. Er zijn nog veel andere dingen verschrikkelijk. Zo zijn er sinds 9/11 120.000 Amerikanen in eigen land vermoord, de meeste met schietwapens. Dat is bijna 25 keer het aantal Amerikanen dat is omgekomen in Irak en Afghanistan.