"Ik zou u dit niet vragen als de omstandigheden me niet zouden dwingen al het mogelijke te doen om het ergste te voorkomen. Misschien herinnert u zich dat we twee dochters hebben. We moeten nu in de eerste plaats aan hen denken. Ons lot is van minder belang". Die woorden, op een vergeeld vel papier, staren me aan vanachter glas op een tentoonstelling in het YIVO, een joods onderzoeksinstituut in Manhattan. Ze werden geschreven op 30 april 1941. De tweede wereldoorlog was volop bezig maar Amerika hield zich nog buiten de strijd. Honderdduizenden Europese joden probeerden wanhopig een visum te bemachtigen om naar de VS te emigreren voor de Nazi’s hen naar concentratiekampen zouden transporteren. Een van hen was Otto Frank. Hij leek een streepje voor te hebben op zijn lotgenoten: hij had machtige vrienden in de VS, zoals Nathan Straus, de eigenaar van het grootwarenhuis Macy’s en een hoge piet die bevriend was met first lady Eleanor Roosevelt. In de hierboven geciteerde brief vroeg Frank aan zijn vriend om de borgsom van 5000 dollar –het equivalent van 70 000 dollar vandaag- te storten die immigranten nodig hadden om een visum te bekomen. Straus deed dat en nog veel meer om zijn vriend te helpen. Het was allemaal boter aan de galg. De tentoonstelling documenteert Franks groeiende wanhoop. Telkens als hij een stap dichter bij zijn doel leek, doken nieuwe bureaucratische hinderpalen op die geen andere functie hadden dan de joden uit Amerika te houden. De oorlogsverklaring van Duitsland aan Amerika op 11 december 1941 doofde de laatste hoop. Het volgende jaar verschool Frank zich met zijn gezin in een ‘achterhuis’in Amsterdam waar zijn dochter Anne haar wereldberoemd dagboek schreef. Twee jaar later werd het gezin verklikt en gedeporteerd. Anne, haar zus Margot en moeder Edith stierven in uitroeiingskampen.
Alle documenten op de tentoonstelling in het YIVO komen uit een dossier dat enkele jaren geleden toevallig ontdekt werd in opslagplaats in New Jersey. YIVO-directeur Carl Rheins die me een rondleiding geeft, vertelt dat zijn instituut massa’s soortgelijke dossiers bezit over mislukte emigratiepogingen van joden die later door de Nazi’s vermoord werden. “Deze collectie documenten staat symbool voor de honderdduizenden gezinnen die tevergeefs aan de Nazi-klauwen trachtten te ontsnappen”, zegt hij. De enige reden waarom uitgerekend dit dossier veel aandacht krijgt, is dat Anne Frank door haar dagboek het ‘poster child’ werd voor alle slachtoffers van de Nazi-terreur. Wie deze tentoonstelling bezoekt moet wel beseffen dat Amerika medeschuldig was aan haar dood.
Op weg naar huis lees ik in de subway in de krant dat de VN schat dat sedert het begin van de oorlog twee miljoen Irakezen het land zijn uitgevlucht en 1,7 miljoen door het conflict in het land zelf op de dool zijn. Per maand vluchten 40 000 tot 60 000 Irakezen van huis weg. Waar gaan ze naar toe? Niet naar Amerika. In al die tijd hebben de VS hoop en al 466 Irakese vluchtelingen binnengelaten. De obstakels die voor Irakezen de weg versperren doen onwillekeurig denken aan wat de joden in 1941 werd aangedaan. Toen werd die politiek verantwoord met het argument dat er saboteurs konden binnensluipen, nu dient hij om terroristen te weren. Same difference, zoals men hier zegt. Het is waar dat de joden vastzaten terwijl de Irakezen kunnen uitwijken naar Jordanie en Syrie. Daar hebben ze het recht om van honger te sterven, want werken mag niet. De Bush-regering kreeg zoveel kritiek op haar hardvochtig beleid dat ze beloofde om dit jaar 5.000 tot 7.000 Irakezen binnen te laten. Dat is een tiende van het maandelijks aantal nieuwe vluchtelingen maar genoeg om de gouverneur van Ohio op stang te jagen. ‘Hier zijn ze niet welkom’, zei de Democraat, “de honderd inwoners van Ohio die sneuvelden in Irak volstaan als bijdrage.” Waarom zijn er dan nog soldaten uit Ohio in Irak?
"Ik heb geen idee waarom een Irakees in ons Disneyland zou willen komen wonen", schreef een oud-marinier in een protestbrief aan de gouverneur , "maar als sommige dat willen dan moeten we ze verwelkomen. We kunnen van hen iets leren over hoe men overleeft in helse omstandigheden.” Die brief zou in de tentoonstelling van het YIVO niet misstaan.
21 februari 2007