Van al mijn zomers in New York is dit ongetwijfeld al de mooiste geweest. En ik heb nog drie weken voor de boeg. Ik ben de stad niet uit geweest. Waarom zou ik? Om de zon op te zoeken hoef ik niet in de file te gaan staan. De zon schijnt elk zomer gegarandeerd in New York. De opwarming van de aarde ten spijt, heeft ze zich zelden zo lieflijk gedragen als dit jaar. Nog nooit heb ik New Yorkers zo vaak horen zeggen: "Wat een mooi weer vandaag". Daarmee bedoelen ze dat het niet te heet noch te vochtig is. We hadden tot nu toe hoop en al drie dagen waarop het kwik net onder de 40 graden bleef steken. Voor de rest bleef het overdag meestal rond de dertig graden. Vaak werden we, zoals vandaag, getracteerd op heldere blauwe hemels waar ze in Beijing jaloers op zouden zijn. Voeg daar nog om de paar dagen een flink onweer met een tropische plensbui aan toe, waardoor ook het stadsgroen frisser oogt dan andere jaren. Niet allen de weergoden hebben zich goed gedragen.Het onheil kan uiteraard op elk ogenblik toeslaan maar voorlopig was het een zomer zonder rampen in de stad. "Het grote nieuws in New York deze zomer is dat er geen nieuws is", schreef The New York Times afgelopen weekend. Dat is relatief natuurlijk maar er is iets van. Het tv-kanaal NY1 heeft zijn dagelijkse overzicht van het locale krantennieuws, “In the papers”, noodgedwongen ingekort van acht naar zes minuten. Er waren deze zomer tot nu toe geen electriciteitspannes, geen raciale incidenten of krakersrellen, geen serie-moordenaars, geen paniek over incidenten met pitbulls, met Aids-besmette injectienaalden op de stranden of muggen besmet met het West Nijl-virus, geen terroristische aanslagen. Vorige week hield de politiecommissaris een persconferentie. Hij kreeg verschillende vragen over recente auto-inbraken in Brooklyn. "In 1993 toen er zes moorden per dag werden gepleegd in New York zou dat ondenkbaar zijn geweest", merkte de perswoordvoerder van de politie achteraf op, “geen enkele journalist zou toen auto- inbraken nieuwswaardig hebben gevonden." Ook op economisch vlak zijn er voorlopig geen rampen te melden. Natuurlijk zijn er koppen gerold in Wall Street als gevolg van de financiele krisis maar de werkloosheid daalde vorige maand in de stad met 0,4 procent naar 5 procent. Dit dank zij de vele bouwprojecten die ondanks de vastgoedkrisis nog steeds aan de gang zijn en dank zij het toerisme dat door de goedkope dollar alle records verpulvert.
De stad verwacht dat er tegen het einde van dit jaar 9 miljoen buitenlanders en 39 miljoen Amerikanen op bezoek zullen geweest zijn. Dat zijn duizelingwekkende cijfers. Ik ken New Yorkse Belgen die heel de zomer non-stop bezoek hadden. Ook wij krijgen veel volk over de vloer. Het zijn bezoekers waar we naar uitkeken: mijn broer en zijn zoon en mijn zus en haar man, Tom zijn zoon met zijn vriendin, de twee zussen van Tom en zijn nichtje met een vriendin... Af en toe stoken we een vuur in de tuin waar de krekels heel de nacht tsjirpen. We nodigen dan nog ander volk uit, Amerikanen en een allegaartje van buitenlanders. Een beetje verbroedering in deze malle, wrede tijden kan geen kwaad. Zo luisterde ik in mijn achtertuintje met genoegen naar een in Texas wonende Gentenaar die aan onze Luikse bezoekers in perfect Frans uitleg gaf over het ‘Vlaams Huis’ dat hij in New York helpt oprichten. Op een andere avond namen we afscheid van onze Turkse vriend Hakan die hier enkele maanden had gewerkt bij ATT. Hij voelde zich als een vis in het water in New York maar keerde toch met plezier terug naar zijn job en zijn lief in het koele Belgie. “Geef je Turkse nonkel nog een laatste likje”, zei ik tegen onze hond Aslan. Telkens als Hakan op bezoek kwam, sprak hij Turks tegen onze op straat gevonden pup die we begin mei meebrachten uit Istanboel.
We genieten van die avondlijke zomervuren. Ze houden de muggen die nog nooit zo talrijk waren als deze zomer, op afstand. Ze ontspannen onze Belgische bezoekers die elke avond moe en opgewonden thuis komen. Rond de vlammen gezeten en met een lekker glas wijn in de hand, vertellen ze wat hen is opgevallen: dat er minder dikke mensen in New York zijn dan ze verwacht hadden, dat er een spleet is tussen de deur en de muur van de toiletten zodat je geen privacy hebt, dat er zoveel mensen op straat lopen te eten, dat de bekers koffie en de porties eten zo groot zijn, dat je bij alles frieten krijgt, dat er zoveel gesport wordt, dat de airco overal te koud staat, dat er zoveel Amerikaanse vlaggen wapperen, dat er zoveel mannen met dikke spieren rondlopen, dat er een enorme keuze is in de supermarkten, dat alle rassen hier zonder problemen overeen lijken te komen, dat er zoveel vriendelijke mensen zijn en dat de voetgangers en fietsers de rode lichten aan hun laars lappen. “Ik zal mij moeten aanpassen als ik terug in Maldegem ben”, zei mijn neefje toen hij naar huis vertrok. “Die zien we nog terug”, zei ik tegen Tom. Hem niet alleen trouwens. Iedereen van ons zomers bezoek zei dat ze zeker nog eens zouden terugkeren. Een dikkere merci kun je mij niet geven.
28 augustus 2008