Het mooist verlichte gebouw van New York is voor mij de intrigerende ruine van een 19de eeuws neo-Gothisch hospitaal op Roosevelt-eiland. Als ik ‘s avonds in Manhattan langs de oever van East River rijd, blijf ik vaak even staan tussen de zwijgende vissers om er naar te kijken. De in wit licht badende, half overwoekerde ruine oogt romantisch. Maar het is een plek waar immens veel pijn is geleden. De stad kocht Roosevelt-eiland in 1828. Het leven in New York was toen ontzettend brutaal voor haar proleten en subproleten. De stad groeide als een kool en haar leger van marginalen groeide mee. Het eilandje, vlakbij en toch ver genoeg van Manhattan, leek de verlichte heersers van New York een ideale plaats om er haar paria’s te verstoppen. Had ik hier in 1860 op dezelfde plaats gestaan dan zou ik op Roosevelt-eiland een keten van intimiderende, nieuwe gebouwen hebben zien opdoemen: een gevangenis, een strafwerkkamp, twee armenhuizen, een quarantaine-hospitaal en een 'lunatic asylum', wat we nu zo beschaafd "psychiatrische inrichting" noemen. Nellie Blye, een onverschrokken 19de eeuwse journaliste veinsde een verstandsverbijsering om er opgenomen te worden en schreef daarna over de middeleeuwse toestanden die ze op het eiland had geobserveerd. Ze schokte New Yorkers met haar rapporten over waanzinnigen die als vee vastgeketend lagen op stro en bewakers die de bruutsten en sterksten van de bewoners gebruikten om de orde te handhaven. In de jaren 1920 hield de stad grote schoonmaak op het eiland. Er kwamen nieuwe, nette gebouwen. De onterende behandeling van de allerzwaksten die Nellie Blye had beschreven, was voltooid verleden tijd. Of niet?
De zomer van 2006, het Southern Michigan Correctional Center. In de isoleercel van de 21-jarige gevangene Tim Souders, veroordeeld tot drie jaar wegens winkeldiefstal en het bedreigen van de winkelbedienden met een zakmes, is het 40 graden Celsius. Tim is naakt, vastgebonden aan een cementblok. Dat is zijn straf omdat hij zich misdragen heeft. Dat heeft hij al meer gedaan sinds hij hier zes maanden geleden werd opgesloten. Huilen en schreeuwen, stront aan de muur smeren, zichzelf in de buik steken: de cipiers hebben niets dan ellende met dat joch en willen hem een lesje leren. Tim lijdt aan schizofrenie. Ofwel kennen zijn bewakers de symptomen niet ofwel heeft hun werk hen zo hard gemaakt dat hun vermogen tot medelijden is uitgeblust. Ze houden zich doof voor zijn gejammer. Na vier dagen sterft Tim van dorst. Hij ligt in zijn urine en stront als de cipiers hem vinden. Ze doen zelfs geen poging om hun verhaal op te smukken. Elke minuut van de laatste lijdensweg van Tim is immers op video opgenomen. Bijna 100 uren kreten van angst en pijn en smeekbeden om water.
Toen ik een klein meisje was, stapte mijn moeder een winkel in ons dorp binnen en veegde er alles van de toonbank. De winkelierster had schrik maar wist met wie ze te doen had. Er kwam geen politie aan te pas. In de plaats daarvan werd moeder, voor de zoveelste keer, naar een psychiatrische instelling gebracht. Was Tim Sounders op dezelfde manier opgevangen dan leefde hij wellicht nog. Alles wat zijn ouders nu nog hebben is de video waarin ze hun ijlende zoon langzaam zien kreperen. Uitreksels ervan werden onlangs op tv getoond. Ik weet niet hoe ik die beelden ooit zal kunnen vergeten.
Het wegmoffelen van psychisch gestoorden in gevangenissen is een van de grootste schandalen in het rijkste land van de wereld. Of dat zou het toch moeten zijn. Er zijn nu 2,3 miljoen Amerikanen opgesloten, meer dan twee keer zoveel als in 1980, hoewel de misdaad sindsdien fors gedaald is. Geschat wordt dat 300.000 daarvan ernstig psychisch gestoord zijn. Dat is drie keer meer dan het totaal aantal patienten in psychiatrische inrichtingen. De meerderheid van psychisch gestoorde gevangenen is veroordeeld voor kleine misdaden (“misdemeanors and crimes of survival”, zegt Fred Osher, directeur van het Center for Behavioral Health, Justice an Public Policy van de universiteit van Maryland). In de gevangenissen wordt hun ziekte vaak erger, want ze worden er nauwelijks behandeld en de cipiers zijn niet opgeleid om met hun problemen om te gaan. De misbruiken zijn dan ook legio. Maar sinds 27 april is het lot van onze New Yorkse mentaal gestoorde gevangenen, op papier althans, een stuk verbeterd. Dit dankzij een proces dat werd aangespannen door de actiegroep Disability Advocates. Het sleepte vijf jaar aan maar het vonnis had de verdienste om zeer concreet uit te spellen welke tot nu toe courante praktijken voortaan verboden zijn. Zoals de gevangenen naakt vastbinden tijdens acute psychotische episodes, hen afzonderen in hokjes van plexi-glas, hen achterlaten op een dun matrasje op een cementen vloer, hen straffen door hen, vaak een maand lang, op een dieet van brood en kool te zetten. Als gevolg van het vonnis zal er ook 60 miljoen dollar worden vrijgemaakt voor 800 nieuwe bedden voor mentaal gestoorde gevangenen, zal er meer geschoold personeel worden aangeworven en zal elke nieuwe gevangene psychologisch geevalueerd worden. Maar nog altijd mogen geesteszieke gevangenen voor lange tijd in isoleercellen worden opgesloten. Disability Advocates wil nu vechten om ook die praktijk af te schaffen. Hopelijk lukt het hen.
2 mei 2007