DORST

Ik ben een drinker. Altijd geweest. Ik kap minstens acht glazen water per dag achterover. Op hete New Yorkse zomerdagen meer dan tien. Vandaag is het zo’n dag waarop onbeweeglijk op een stoel zitten een mens al doet zweten. Ik ben op stap met een Belgische. ‘Wacht even”, zeg ik als we een van die handige ‘waterfountains’ passeren die op veel plaatsen in de stad staan, “ik ga mijn flesje water bijvullen.’ Het meisje krult haar mooi West-Vlaams neusje in afschuw. “Je gaat toch geen kraantjeswater drinken”, zegt ze, “laat me je een fles kopen.” Ik leg haar uit dat dit echt niet nodig is. Het NewYorkse kraantjeswater komt vers van de bergen. Alleen als het fel geregend heeft durft het wel eens naar chloor smaken. Het is zo proper dat het weinig of geen filtering nodig heeft. Het wordt niet gerecycleerd. We gebruiken het, het wordt gezuiverd en gaat dan recht de oceaan in. Er zijn maar vier andere steden in Amerika waar ze ook die luxe hebben: Boston, Portland, San Francisco en Seattle. Wat verder onderstreept een affiche op een bushokje mijn woorden. New York is een campagne begonnen om zijn drinkwater populair te maken. Het is ‘cool’, ‘healthy’, ‘zero calories’, ‘zero sugar’, ‘clean’ en ‘great on the go!’

Aida, de Albanese vrouw die bij mijn kapper werkt, griezelt altijd als ze me een glas kraantjeswater ziet drinken. “Jij gaat nog eens serieus ziek worden”, verwittigt ze me. Ze vindt dat ik het eerst moet koken, zoals haar moeder het haar geleerd heeft in Tirana. Volgens de DEP (de watermaatschappij van New York) zijn er veel immigranten in New York die er net zo over denken. In een brochuurtje dat iedereen aan huis kreeg, staat het allemaal uitgerekend. Acht glazen kraantjeswater per dag kost de consument 49 cent per jaar, acht glazen flessenwater 1.400 dollar. Al die plastieke verpakking draagt in fabricage en afvalverwerking bij tot de opwarming van de aarde. In Amerika wordt nu meer flessenwater gedronken dan koffie en melk. Tot enkele jaren geleden kocht ik vaak Evian (ook al zei mijn huisgenoot dat, als ik wou weten wat de mensen die dat water dronken waren, ik de merknaam omgekeerd moest lezen). Aan die folie heb ik een einde gemaakt. Ik drink geen water meer dat 5.600 kilometer heeft gereisd naar mijn winkel. De gemiddelde Amerikaan consumeert nu 79,5 liter flessenwater per jaar. Vier liter daarvan komt uit het buitenland. Frans en Italiaans water zijn het meest in trek. Het transport van water van de EU naar New York produceerde vorig jaar 3.800 ton koolzuurgas, evenveel als 660 auto’s wier motoren een heel jaar draaien. Een van de duurste merken van flessenwater komt uit Fiji. De leuke vierkante flesjes zijn erg in trek, vooral bij milieubewuste mensen, voor wie het label "from the islands of Fiji, one of the last pristine ecosystems on earth" " vizioenen van zuiverheid oproept. Die leuke flesjes zijn eerst naar Fiji gereisd, daar gevuld en dan weer naar de consument gebracht –naar New York bijvoorbeeld, een reis van eerst 4 uren per vrachtwagen en dan 18 uren per vliegtuig. Geen wonder dat de helft van de groothandelprijs van het water uit transportkosten bestaat. Dit is niet de enige milieulast die aan die flesjes kleeft. De waterfabriek in Fiji draait dag en nacht en heeft dus een constante stroomvoorziening nodig wat het lokale electriciteitsnet niet aankan. De fabriek produceert daarom haar eigen electriciteit met dieselgeneratoren. Rond de plaats waar dat zuivere water gebotteld wordt hangt naar het schijnt meestal een stinkende blauwe waas van dieseldampen. Fiji Water produceert meer dan een miljoen flessen per dag. De helft van de bevolking van de eilanden heeft geen drinkbaar water.

Dure restaurants zijn notoir in het pushen van flessenwater. Voor een fles van een dollar rekenen ze je acht dollar aan of meer. Is de kwaliteit beter dan van kraantjeswater? Kraantjeswater wordt in Amerika verschillende keren per dag getest op bacterieen en de resultaten worden publiek gemaakt. Flessenwater moet slechts een keer week getest worden en de fabrikanten moeten de resultaten niet bekend maken, noch aan de overheid noch aan de consument. Op mijn wandeling met het West-Vlaams meisje passeren we voorbij Del Posto, een elegant en duur eetpaleis in Chelsea. De baas van dat restaurant wil geen flessenwater meer verkopen. Hij zet alleen nog gefilterd plat en gecarboniseerd stadswater in mooie glazen flessen op tafel. De trend is overgewaaid uit California waar al een hele resem van de duurste restaurants enkel nog gefilterd kraantjeswater serveert uit milieu-overwegingen. Het is slim, goed voor het imago en de verloren inkomsten worden wel ergens anders gerecupereerd.

19 juli 2007