BELLE EPOQUE

Groeten uit Montreux waar ik me net heb neergevleid in een rode fluwelen sofa in de lobby van het Palace Hotel. New York is weer eens ver weg en tegelijk vlakbij. Ik zit naast de ingang van een cocktail-bar die 'Harry’s New York' heet. Vroeger, zo laat ik me vertellen, heette hij ' the American Bar'. Want eigenaar Alexander Emery die het witgele Belle Epoque-hotel in 1906 liet bouwen, was een echte Americanofiel. Hij behoorde tot een groepje zakenmannen die "de Amerikanen van Montreux" werden genoemd. Hij hertrouwde met een mooie New Yorkse. Misschien uit liefde maar het paste ook goed bij zijn imago. Vette jaren waren het toen, vlak na de eeuwwisseling. Aan beide kanten van de oceaan rolde het geld. In het modieuze Montreux flaneerden rijke Amerikanen, Europeanen en de occasionele Arabische prins en Russische prinses onder de palmen langs de oevers van het meer van Geneve. De eerste wereldoorlog maakte een brutaal einde aan de gouden jaren van de Zwitserse Riviera. Na de beurscrash van 1929 bleken ook de aandelen van het Montreux Palace Hotel nog nauwelijks iets waard. Waar hebben we dat verhaal nog gehoord?

Ook al was zijn glorieperiode voorbij, de Montreux Palace bleef populair in sommige kringen. Amerikaanse schrijvers kwamen er graag. Scott Fitzgerald schreef er zijn boek “Tender is the night” en Ernest Hemingway pende er een hoofdstuk van zijn “Farewell to arms”. Tijdens de tweede wereldoorlog logeerden er Amerikaanse militairen bij de vleet. In 1960 reisde de toen al lang in Amerika wonende schrijver Vladimir Nabokov met zijn vrouw Vera door Zwitserland. Hij geraakte zo verslingerd op Montreux dat hij tot zijn dood bleef wonen in het Palace Hotel. De Nabokovs liggen begraven op het kerkhof van Clarens, op een kwartiertje wandelen van hun geliefd hotel. Het beroemde Montreux Jazz- festival dat in 1967 van start ging, bracht nog vele andere Amerikaanse sterren naar het Palace-hotel. Miles Davis, BB King, Ray Charles en Quincy Jones hebben er geslapen. Andere notoire Amerikaanse gasten waren de astronaut Neil Armstrong en een hele rits filmsterren.

Dat alles lees ik in een fotoboek dat op een van de salontafels ligt. Het werd gepubliceerd ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van het hotel. Daarin verneem ik ook dat Montreux pas in de tweede helft van de negentiende eeuw een toeristische bestemming werd. Dit dankzij de stijgende populariteit van alpinisme sinds de beklimming van de Mont Blanc maar ook door de nieuwsgierigheid die opgewekt werd door een gesmaakt gedicht van Lord Byron en een boek van Jean-Jacques Rousseau (‘La Nouvelle Heloise’) die zich beiden in Montreux afspeelden. Waar literatuur niet allemaal goed voor is. De logeerplaatsen waren aanvankelijk niet om over naar huis te schrijven. De Duitse Baedeker- gids verwittigde in de jaren 1840 voor de "vuile en miserabele" accomodaties in de streek. Dat zou spoedig veranderen. Tussen 1860 en 1871 werden in Montreux 50 hotels en pensions geopend. Tussen 1890 en 1914 kwamen er nog eens 50 hotels en pensions bij terwijl de meeste reeds bestaande hotels werden uitgebreid.

Die bouwwoede doet me natuurlijk aan het New York van de laatste jaren denken. De vraag naar hotelkamers was er zo groot dat zelfs onervaren bouwpromotors mee op de trein sprongen. Op dit ogenblik zijn er 8.000 hotelkamers in aanbouw. In Manhattan alleen al zijn er reeds 66.000 hotelkamers. De modale bezettingsgraad bedroeg in 2007 85,6 procent, heel wat meer dan het ook niet slechte nationaal gemiddelde van 64,5 procent. Zoals de hoteliers van Montreux honderd jaar geleden, twijfelden de New Yorkse hotelplanners er niet aan dat de bezoekersstroom nog zou aanzwellen. Dat optimisme heeft nu door de globale financiele crisis een opdoffer gekregen. De duurder wordende dollar helpt ook niet. Het regent de laatste weken berichten over New Yorkse hotelprojecten die zijn uitgesteld of waarvan de werken zijn stilgelegd. Zoals het Shangri-La hotel en het Nobu hotel van filmacteur Robert De Niro. Beide super-de-luxe-projecten zouden gefinancierd worden door de recent over de kop gegane investeringsbank Lehman Brothers. Vele projecten worden teruggeschroefd. Zo werd het plan voor een 200 miljoen dollar kostend hotel met 670 kamers niet ver van Ground Zero vervangen door een project voor een kleiner hotel dat maar een kwart van het oorspronkelijk bedrag zou kosten. Het feest kon niet blijven duren. Banken deelden de laatste jaren leningen uit aan nieuwe hotels alsof het snoepjes waren. Hoteliers pochten dat ze hun nieuwe kamers makkelijk aan 500 dollar en meer zouden kunnen verpatsen. Het nieuwe glazen Cooper Square-hotel in de East Village was dat ook van plan. Deze week opent het zijn deuren. De gasten zullen er 275 dollar per kamer betalen of bijna de helft minder dan oorspronkelijk gepland. Wat nog altijd een behoorlijke som is, als je het mij vraagt. Net als de prijs van een kamer hier in de Montreux Palace. Ik moet maar eens opstappen naar mijn eigen goedkoper hotelletje waar ik slaap met de ramen wagewijd open en 's morgens vanonder mijn knus donsdeken kijk naar de besneeuwde bergtoppen en de bazige zwanen op het meer. Het is mijn laatste nacht hier. Morgen nog even afscheid nemen van Nabokov en dan vertrek ik terug naar New York.

19 november 2008