Een Belgisch staminee tussen de ruines van Detroit
De bolzaal bij Cadieux
De ondergaande zon kleurt de besneeuwde straten roos-paars. Her en der liggen hopen vuil op de weg. Links en rechts staan deuren open van huizen waarin al lang niemand meer woont. Een grootmoeder wandelt voorzichtig met een kleutertje naar een nog bewoond, net huisje. Ze zijn de enige mensen op straat. Om de hoek doemt een bakstenen kerk met twee torens op, een van de vele die nog overschieten uit betere tijden. Het is mijn laatste avond in Detroit. Net als vorige lente ben ik op pad met Dan en Silke, twee 'Urban Explorers' voor wie de ruines van de stad nog weinig geheimen hebben. "Het wordt donker”, zegt Dan, “waar zal ik je afzetten?" "Aan café Cadieux ". "Ha!", zegt hij, "dat is een van Detroits hipste bars." Het cafe-restaurant ligt op Cadieux Avenue, een laan waar de gebouwen zich beter hebben geweerd tegen het verval dat in de zijstraten blijft oprukken. "America's only Belgian Feather Bowling" staat er op de zijgevel. "Daarvoor is de Cadieux bekend", zegt Dan, "bollen, vogelpik, karaoke en live optredens". Dat er vroeger veel Belgische café’s waren in Detroit en de Cadieux het enige is dat het heeft uitgehouden, wist hij niet. De huidige eigenaar, immigrantenzoon Ron Devos, heeft niets aan het interieur veranderd. De staminee lijkt zo weggeplukt uit een Belgisch dorp. De bruingerookte muren zijn overwoekerd met vergeelde krantenknipsels en schilderijtjes van lachende bolkampioenen met Vlaamse namen. Er staan overal sporttrofeeen en natuurlijk wordt er Belgisch bier getapt. Een houten deur geeft uit op een neon-verlicht zaaltje waar een zwarte papa zijn dochtertje leert hoe ze zo’n houten bol (" the cheese wheel" zegt hij) door het zand moet rollen naar een pluim op het einde van de bolbaan. Een ander deurtje geeft uit op het vogelpikzaaltje. "Only Belgian darts" waarschuwt een bord. Op een houten bord staan de (overwegend Vlaamse) namen van de vogelpik-kampioenen. Er is zelfs een Van Maldeghem bij.
Elisabeth Kahn
Terug in het café vind ik Elisabeth Khan met wie ik een afspraak heb. De familienaam komt van haar Indische man. Van geboorte is ze een Van den Hove, uit een nest van 7 dochters uit Ninove. Ze woont in een voorstad van Detroit. Zoals Dan al zei: voor het eten moet je niet naar de Cadieux gaan. De mosselen en stoofkarbonade, eigenlijk meer een soep, smaken maar zozo. "De frietjes waren hier vroeger de lekkerste die ik ooit at", zegt Elisabeth, "ze werden gebakken door een oude Belgisch dame maar die leeft helaas niet meer." Een traditie overleeft nog. De kelner serveert de frieten spontaan met mayonnaise. Het is de eerste keer dat ik dat meemaak in dit Ketchup-land. Elisabeth is de uitgeefster van het tweewekelijks blad ‘de Gazette van Detroit’. Het krantje gaat zijn 96ste jaar in. "Onze abonnees worden oud", vertelt ze, "vroeger hadden we er ruim 6000, nu nog 1500. De meeste kinderen en kleinkinderen van de Belgische immigranten kennen geen 'Bels' meer zoals ze onze taal noemen. We doen ons best om hen ook aan te spreken maar makkelijk is het niet." Ik blader graag door de Gazette. Ze lijkt wat op "Vrij Maldegem", het nog steeds bestaande weekblad dat ik las als kind. Zelfs de opmaak van advertenties en de mopjesrubriek -in het Nederlands en het Engels- bevolkt door Jefkes, Fonskes en meneer pastoors doen er aan denken. De Gazette brengt ook Belgische actualiteit, overlijdensberichten van Amerikaanse Belgen, sportuitslagen, Belgische recepten en in het kerstnummer een interview met Freddy Thielemans. "We staan open voor frisse bijdragen", zegt Elisabeth. Ze trekt elke dag naar een kantoor waar ze aan de krant werkt met twee ook uit Belgie afkomstige dames die intussen in de tachtig zijn. Slechts een van hen -niet Elisabeth- trekt een bescheiden loon. Het kantoor is in de kelder van een bejaardentehuis dat door een rijke Belg werd gebouwd voor bejaarde Belgische immigranten. Intussen zijn de meeste bewoners Amerikanen, op een handjevol na waaronder een stokoude Vlaamse pater die af en toe een babbeltje komt slaan. Bij het afscheid wens ik haar succes. Als de Cadieux van Belgisch volks naar Detroit hip kan evolueren dan is er hoop voor de Gazette.
19 januari 2010