HOUSE FLIPPERS

Wie door mijn wijk wandelt, loopt veel kans om gefilmd te worden. Daar zorgen de camera's voor die mijn buurvrouw Jacky op haar voor- en zijgevels liet monteren. Ik word niet graag beloerd maar ik moet toegeven dat die tuigen van pas kunnen komen. Een tijdje geleden achtervolgde de politie een auto door mijn buurt. De auto knalde tegen een muur; de twee inzittenden waren op slag dood. De politie ontkende eerst dat ze de auto aan een hoge snelheid had achterna gezeten, tot Jacky’s camera’s bewezen dat ze logen. Ik was blij dat Jacky de moeite had genomen om de video naar de locale krant te mailen. Mondige buren zoals zij heeft een fragiele buurt als de onze broodnodig.

Elke dag verliezen nu zo’n 14.000 Amerikaanse gezinnen hun huizen –hetzij omdat ze eruit worden gezet , hetzij omdat ze het zelf in de steek laten omdat de waarde gezakt is onder hun rentelast. Onze buurt bleef voorlopig gespaard van dat soort drama's. Tot enkele dagen geleden, toen ik een werkploeg spaanderplaten zag lossen voor het huis naast dat van Jacky. Verdomme het is zo ver, dacht ik. Enkele uren later waren de ramen en de voordeur dichtgespijkerd en hing er een bordje "For sale". Op zijn minst staat de lege woning naast die van Jacky, haar camera’s zullen er dag en nacht een oogje op houden. "Het is een geluk met een ongeluk", zei haar man Jesse me vanmorgen, "de huurder was een drugdealer en nu zijn we van hem af. We hebben de eigenaar nooit ontmoet maar we hebben gehoord dat hij al een tijd zijn lening en grondbelasting niet meer had betaald."

Jesse is een Zweed. Zijn vrouw Jacky is een zwarte Amerikaanse. Ze stelden het financieel goed maar Jesse, die chef is van beroep, is onlangs zijn werk kwijtgeraakt."Ik zal snel iets moeten vinden", zei hij toen ik vroeg hoe het soliciteren ging, "Nog enkele maanden en het zal nipt worden. Gelukkig dat Jacky nog werk heeft." Ik hoop dat Jesse snel iets vindt. Ik wil niet dat ze uit hun huis weg moeten. Buren zoals zij helpen onze wijk enigszins stabiel houden. In 1985 kochten we hier zelf een huis dat zoals dat van Jesse en Jacky's buren was dichtgespijkerd met spaanderplaten, nadat het eerst was kaal geplunderd door god weet wie. We kochten het van een ‘house flipper’, die lege huizen voor een prikje opkocht om ze dan, profiterend van de betere tijden, voor twee keer zoveel of meer te verkopen. Van een optimist dus die in de krisis een goudmijn zag. Hij had keuze genoeg in de vroege jaren ’80. Hele New Yorkse straten waren toen verlaten, duizenden en duizenden gebouwen verweesd door verval, verwaarlozing en armoede. Dat mogen we nooit meer laten gebeuren, zei de burgemeester onlangs. Laat ons hopen dat hij het meent.

Het huidige klimaat schept nieuwe mogelijkheden voor house-flippers. Een lezer vroeg gisteren of ook ik al heb meegeprofiteerd. Maar zelfs het goedkoopste koopje in het New York van vandaag is voor mij nog onbetaalbaar duur. In sommige andere steden is het wel anders. Google bijvoorbeeld het woord ‘foreclosures’ (in beslag genomen huizen) samen met stadsnamen als Detroit, Cleveland of Buffalo en u krijgt een idee hoe diep de krisis woekert. Die steden waren ooit drukke industriele bijenkorven. In de laatste vijftig jaar is meer dan de helft van de bevolking er weggevlucht.De huidige krisis heeft de uittocht nog versnelt. In Detroit alleen al staan ruim 1.800 huizen te koop voor minder dan 10.000 dollar die eerder minstens 10 keer meer waard waren. Er zijn verhalen van Britten en Australiers die huizen kochten voor één dollar. In Cleveland werden 10.000 huizen in beslag genomen op twee jaar tijd. Een droevig nationaal record dat vorig jaar werd gebroken door het pijlsnel stijgend aantal inbeslagnames in delen van California, Nevada en Florida. Die groeiende leegstand brengt veel miserie. Niet alleen voor hen die hun huizen verliezen maar ook voor hun buren. Stel u voor dat de huizen in uw Belgische straat één na één leeg komen te staan. U bent een van de enige bewoners die achter blijven. Met wat geluk worden de deuren en ramen van de lege woningen dichtgemetseld of dichtgespijkerd met spaanderplaat. Met wat ongeluk worden ze de volgende dag alweer opengebroken en wordt, zoals in ons 'nieuw huis' indertijd, alles van enige waarde losgevezen, uitgebroken en weggesleurd. Als de laatste eigenaar dat al niet heeft gedaan. Eens terug open, zoekt een assortiment van gemarginaliseerden er onderdak, van daklozen tot drugdealers en -gebruikers. Hoe meer zielen hoe meer brandgevaar. Kortom, een potentiele nachtmerrie. Elke dag zijn er nu Amerikanen en buitenlanders die er zich in wagen; die, met dollartekens in hun ogen, zacht gekookt door de praatjes van louche makelaars, hypotheekleners, documentenvervalsers en aannemers, huizen kopen, soms honderden tegelijk, in straten en steden waarin ze nog nooit een voet hebben gezet. In Cleveland staan er op dit ogenblik 15.000 huizen leeg. Een groot deel daarvan is in handen van mensen die geen enkele intentie hebben om ze op te knappen, zeker niet in deze onvoorspelbare tijden. Nee dus beste lezer, aan ‘house flipping’ doe ik niet mee. Ik vind er iets pervers aan. De leegstand groeit en het aantal mensen in woningnood groeit. De oplossing staart ons in het gezicht. Maar ze mag niet gerealiseerd worden omdat de house-flippers winst moeten kunnen maken? Na al het hard labeur en de zorg die ik, mijn partner, Jacky, Jesse en vele andere buren hebben gestoken in een wijkje dat anderen voor dood hadden achtergelaten, kan ik dat niet aanvaarden .

18 maart 2009