Iedereen heeft zo zijn eigen subway-gewoonten. Ik bijvoorbeeld wandel, als er nog geen trein in zicht is, tot het eind van het perron waar de eerste wagon stopt.
Meestal wacht daar het minst volk en op die eerste wagon kan ik door het raam naast de cabine van de conducteur in de tunnel kijken waar we door zoeven. Er is van alles te zien in het donker: rode, groene en gele lichtjes, dansende lampen van werkploegen die langs de sporen lopen en het naderende licht van de neon-verlichte stations op de druipende muren. Op de ene lijn is meer te zien dan op de andere. De nummer 1 bijvoorbeeld die ik vaak neem, rijdt door twee ongebruikte stations. Het eerste, onder het vroegere World Trade Center, werd door de 9/11-aanslag zwaar beschadigd. Het tweede is ter hoogte van de 91ste straat. In het licht van de treinlampen zie je door grafitti overwoekerde terra cotta-muren en perrons die sinds 1940 niet meer gebruikt zijn. In New York zijn er tientallen verlaten subway-stations. Sommige werden afgeschaft omdat nieuwe langere treinen de stops overbodig maakten. Andere werden opgegeven nog voor ze af waren. De meeste daarvan waren in de jaren 1920 gepland in het kader van een ambitieus expansieplan. Maar na de crash van 1929 werd het hele project wegens geldgebrek stilgelegd. Het allermooiste en best bewaarde ongebruikte subway-station ligt onder City Hall (Stadhuis). Het dateert van 1904 en was de terminus van de eerste subway-lijn. Het in krullerige Beaux-Arts stijl versierde station was lang het kroonjuweel van de New Yorkse metro maar wordt sinds 1940 niet meer gebruikt. Het New York Transit Museum, dat zelf gevestigd is in een afgedankt subway-station, organiseert af en toe wel een tour van City Hall station. Een andere manier om het te zien is blijven zitten in de nummer 6 na zijn eindhalte, Brooklyn Bridge. Terwijl hij een lus maakt om van richting te veranderen, rijdt de 6 door City Hall Station.
Verlaten subway-tunnels en -stations spreken tot de verbeelding. Sommige mensen zou je er met geen stokken in krijgen. Anderen maken er letterlijk hun thuis. Nog anderen, de 'urban explorers', trotseren, soms enkel gewapend met zaklampen en camera's, de vuilnis, het stof en de ratten voor het pure plezier van het avontuur. De echte durvers onder de grafitti-artiesten kennen natuurlijk ook hun weg in New Yorks onderbuik. Al sinds de graffiti-cultuur hier veertig jaar geleden geboren werd, is de subway hun favoriete canvas.
Zelf begrijp ik niet waarom de stad niet creatiever omspringt met al die ongebruikte, vaak fantastisch mooie ruimte. Het New Yorks openbaar vervoer (MTA of Metropolitan Transportation Authority) kampt met een serieus begrotingstekort. Waarom niet mensen laten betalen om er fuiven, rondleidingen en theater-, dans- en kunst-tentoonstellingen te organiseren? Dat zou uiteraard investeringen vereisen maar het ondergronds vermaak zou zowel bij bewoners als toeristen een groot succes zijn. Voorlopig wil de MTA van dat soort gekkigheid niet weten. Kan niet, wegens onveilig. Terroristen zouden wel eens de tunnels kunnen binnendringen. Alsof ze dat nu al niet kunnen. Zoals de meer dan honderd kunstenaars van het Underbelly Project die 18 maanden lang in en uit een ongebruikt subway-station glipten om muurschilderijen te maken. Een ervan was de talentrijke Gentenaar RoA die zeer toepasselijk twee gigantische ratten schilderde. Banksy, de superster van de street-art, was ook uitgenodigd. Hij vond het een geweldig project maar zei toch nee, vanwege de risico’s. Want de hele onderneming was illegaal. De kunstenaars moesten goed opletten dat ze niet betrapt werden. Ook het bezoeken van de ‘tentoonstelling’ is verboden. Vorige week werden 20 mensen die het probeerden aangehouden. Noch het MTA noch de organisatoren van het project willen zeggen waar het zich bevindt maar intussen weet iedereen die het wil weten dat het bereikbaar is vanuit het Broadway-station in Williamsburg. De MTA heeft beloofd de kunstwerken met rust te laten. De organisatoren schatten dat ze in de vochtige ruimte nog 20 tot 30 jaar zullen meegaan. Misschien zullen ze dan op hun mooist zijn.
17 november 2010