Soms zet ik de radio te vroeg aan. Zo stond ik vanmorgen nog slaapdronken mijn tanden te poetsen toen ik een dokter van ‘Dokters Zonder Grenzen’ op de BBC hoorde vertellen over de epidemie van kinderverkrachtingen in Monrovia. “Elke maand zijn er vijf tot tien kinderen bij die nog geen vijf jaar oud zijn”, zei hij. Soms lees ik ook de krant te vroeg. Zo las ik vanmorgen op mijn nuchtere maag over zes pasgeboren anonieme New Yorkse baby’s die in 2006 als afval werden weggegooid. "Hun kleine lijfjes werden gevonden in vuilniscontainers, vuilnisbakken en in een geval op de lopende band van een recyclage-fabriek", stond er. ‘Het leven is een loterij’, denk ik terwijl ik naar een tuinwijk in Staten Island rij voor mijn eerste afspraak, ‘en je hebt veel meer kans om een slecht lot te trekken dan een goed.’ Vandaag ga ik twee kindjes zien die wel een goed lot hebben getrokken. Het eerste is een levendig, 21 maanden oud donkerogig prinsesje dat voluit Maximilian Jade Cornelius heet. Met zo'n naam ben je al half geslaagd in het leven. Haar moeder, Elke Van Bree, is van Antwerpen. Ze ontmoette de vader van Maxi in een discotheek in Willebroek. "Ik had daarvoor nog nooit met een Amerikaan gesproken", zegt ze. Er volgden heerlijke tijden. Cornelius -eigenlijk heet hij Thomas maar hij hoort liever zijn familienaam- werkte in Brussel voor de Nato. Ze maakten snoepreisjes door Europa. "Na drie maanden vroeg hij me heel officieel om zijn girlfriend te worden", zegt Elke, "Geen enkele Belgische jongen had me dat ooit gevraagd." Elke studeerde toen aan de V.U.B. "We maakten merkwaardige dingen mee", vertelt ze, "Meer dan eens werden we scheef bekeken omdat mensen dachten dat Cornelius een Afrikaan was. Van zodra hij zijn mond opendeed en ze hoorden dat hij Amerikaan was, was het van 'kom binnen, kom binnen'. Dat moet zeker een ster van het een of ander zijn, zag je hen denken. Ik werd zwanger toen ik nog op het unief zat. Ik kreeg het op mijn heupen van al de ‘waarom’-vragen. Waarom nu al? Waarom met een zwarte? Toen ik na de geboorte alleen met Maxime op straat liep, kreeg ik vaak meewarige blikken. Toen ik naar Amerika kwam, was alles zo anders. De familie van Cornelius ontving me met open armen en wenste me proficiat met de baby. Niemand stelde vragen. Hier vindt men het heel gewoon dat een vrouw moeder wordt terwijl ze studeert. Op straat word ik niet aangestaard, zelfs niet in Harlem. Ik mis Belgie niet maar mijn familie wel. Mijn ouders zijn dol op Maxime. Het is van vorige lente geleden dat ze haar nog gezien hebben. Had ik meer geld dan zou ik vaker naar Belgie gaan. Ik wacht nog op mijn werkvergunning, we moeten dus goed op onze centen letten. Ik klaag niet. Cornelius neemt Maxime elke dag mee naar de creche op de militaire basis waar hij werkt. Er zijn drie gediplomeerde opvangers per twaalf kinderen. Ze moeten zich voortdurend bijscholen. Er is een voltijdse psychologe. We betalen 400 dollar per maand, wat heel weinig is naar Amerikaanse normen. Ook over het lager en middelbaar onderwijs van Maxime moeten we ons geen zorgen maken.” Cornelius hoopt van terug overgeplaatst te worden naar Europa. Maar of ze dat doen of hier blijven, Maxi’s toekomst ziet er goed uit.
Terug verhuizen naar Europa, meer bepaald naar Belgie, is wat de Maldegemse ouders van kleine Josse Goethals in juli gaan doen. Hun flinke blonde blauwogige peuter van anderhalf jaar werd in New York geboren. Ik zit met zijn moeder, journaliste Evy Ballegeer, in haar zonnige keuken op het gelijkvloers van een 'brownstone' in Brooklyn. Evy verwacht haar tweede kindje in maart. “De voornaamste reden dat we terug naar Belgie gaan is onze familie”, vertelt ze. “We willen dat onze ouders genoeg tijd met hun kleinkinderen kunnen doorbrengen. Josse ziet hen nu wel via webcam maar dat is toch beperkt. Om te mailen en te telefoneren is hij nog te klein. Zelf hebben we ook zin om de banden aan te halen met vrienden en familie. Mijn partner is nu zes jaar weg uit Belgie, ik drie. Toch zien we onze terugkeer naar Belgie als iets tijdelijk. Het buitenland zal altijd blijven lokken. Een groot voordeel van Belgie is dat de kinderopvang er een stuk eenvoudiger zal zijn. Niet alleen omdat we op familie zullen kunnen rekenen maar ook omdat creches er veel goedkoper zijn. Josse gaat nu vier dagen per week naar de creche. We zijn heel tevreden over de opvang maar het kost wel 1.309 dollar per maand. Een collega-journalist die zijn dochtertje daar ook brengt, houdt 300 dollar over nadat hij voor de kinderopvang heeft betaald. Als we hier zouden blijven, zouden we Josse nu al op een lijst moeten zetten voor pre-school (gratis kleuteronderwijs zoals in Belgie bestaat niet in de V.S., JG) De goede zijn heel duur en elitair. Ik kom zelf uit een arbeidersgezin. Ik liep school met kinderen uit alle milieus. Ik wil dat Josse dat ook kan doen."
Later in de namiddag duffelt Evy haar zoontje goed in. Tijd om naar de ruime, goed onderhouden speeltuin in Prospect Park te gaan. "Dat is een van de vele dingen van New York die ik zal missen in Belgie", zegt ze, "daar is er veel minder speelgelegenheid dan hier. Ook de koffieshops zal ik missen. Je geraakt er zo makkelijk aan de praat met iedereen. En verder park slope parents. Dat is een yahoo-groep van ouders uit de buurt –en dat zijn er veel- die met elkaar communiceren over opvoeding, het vinden van babysitters of het doorverkopen, lenen of weggeven van speelgoed. Het is een echte gemeenschap."
17 januari 2007