Lijkenpikkers

Ik zal u de details besparen maar ik weet uit ervaring dat ik -als het moet- tegen het zicht van bloed kan. Ik bedoel daarmee het serieuze, echte bloed van een operatie of ongeval. Verder weet ik ook dat ik -als het moet- een lijk kan aankijken. Tot nu toe zag ik er negen, waarvan vijf van bekenden. Of ik met deze heel beperkte ervaring gewapend ben tegen wat mensen te verwerken krijgen aan bloed, verminkingen en lijken tijdens oorlogen, aanslagen en genocides, hoop ik nooit te achterhalen. Hoe kalm ik uiterlijk tot nu toe ook bleef bij het occasionele zicht van bloed en dood, toch ben ik in vergelijking met veel mensen een doetje. Griezelfilms, gewelddadige films, hysterisch roep- en smijt-theater, Damien Hirst-tentoonstellingen van in schijven gesneden dieren: ik mijd ze allemaal als de pest. Het echte leven staat dagelijks bol van drama. Ik weet niet hoe andere mensen het doen maar ik moet me doseren.

Zo passeer ik nu al maanden de lange rijen die in South Street Seaport staan aan te schuiven om een twintigtal dode Chinezen te zien die gedissecteerd en gearrangeerd zijn in verschillende poses, zonder zelf enig verlangen te voelen om "Bodies... the Exhibition" te bezoeken. Al meer dan een half jaar staren de lege, gepelde Aziatische ogen me aan vanop reclame-affiches in de metro en aan bushaltes. Ik draai nog steeds het hoofd weg als ik ze tegenkom. Wie zijn die sukkels? Geen enkele van de tentoongestelden gaf zijn toelating om zijn lijk open en bloot te exposeren. Ze stierven anoniem. Hun lijken bleven ongeidentificeerd. Na een tijd zond de Chinese politie ze naar medische universiteiten. Die verkochten ze op hun beurt aan de Amerikaanse tentoonstellingsmaker Premier Exhibitions. Tenminste dat is de officiele versie. Voor hetzelfde geld staart de bezoeker naar het lijk van een psychiatrische patient of een geexecuteerde gevangene die evenmin toelating gaven om na hun dood verkocht te worden. Niet dat het ene beter is dan het andere. Premier verwacht nog meer bezoekers op haar rondtrekkende lijkenshows dan voor haar vorige blockbuster, een tentoonstelling van voorwerpen uit het wrak van de Titanic. Die trok 17 miljoen bezoekers wereldwijd. Onlangs betaalde het bedrijf 25 miljoen dollar aan China om haar bevoorrading van lijken te verzekeren. The show must go on. De vraag is groot. Premier heeft concurrenten. De grootste is de Duitse dokter Gunther von Hagens die in 1995 met zijn Body Worlds de geplastifieerde lijken-rage begon. De goede dokter gebruikt ook Europese lijken maar overziet inmiddels een lijkenfabriek in Dalian, China, waar 260 werknemers een dertigtal lichamen per jaar "prepareren". Intussen zijn er in dat land al een hele reeks van dit soort "ateliers" opgericht. Terug naar New York. Een tijd geleden kwamen 180 Amerikanen die zich boedhist noemen, mediteren tussen de tentoongestelde Chinese lijken in Manhattan. Ze deden dat in het gezelschap van enkele Sri Lankese, in Amerika wonende monniken. De bijeenkomst was een antiseptisch schaamteloos substituut voor de eeuwenoude Aziatische ultieme boedhistische stunt om op dodenakkers te mediteren tussen ontbindende lijken. Lijken die stinken omdat er leven in zit. De geplastifieerde zijn uiteraard reukloos. Mediteer daar maar eens over.

In South Street Seaport, waar "Bodies" wordt getoond in een zaal boven een Baby Gap-kleerwinkel, kun je elke dag over de koppen lopen. De locatie is commercieel goed bekeken. Ground Zero ligt tien minuten verder. Elk jaar komen miljoenen bezoekers de plek bezichtigen. Velen daarvan gaan achteraf naar South Street Seaport voor een hap, een souvenir en sinds november, nog wat extra-doden. Met 11 september in het verschiet zal het nog drukker dan anders worden op de tentoonstelling. Het is de vijfde verjaardag van de aanslag. Om een of andere reden wordt daar meer tramelant van gemaakt dan de vierde of de derde die tot mijn opluchting opvallend sober werden herdacht. Op televisie alleen al worden er tussen half augustus en 11 september meer dan twintig 9/11-documentaires en -films getoond. Elk kabelkanaal heeft zo zijn eigen invalshoek. Het History Channel bijvoorbeeld heeft een ‘special’ waarin 11 september vergeleken wordt met de vernietiging van Pompeii. Veel van die shows worden meer dan eens uitgezonden. Opnieuw en opnieuw krijgen we die overbekende beelden te zien van vliegtuigen die zich in het WTC boren, de torens die in elkaar zakken, met stof en bloed bedekte mensen die door de straten van Manhattan rennen. In de bioscoop draait intussen de nieuwste 11 september-film, dit keer een heldenverhaal van Oliver Stone. Ik ken heel wat New Yorkers die, net als ik, geen enkele intentie hebben om hem te gaan bekijken. De werkelijkheid was voor ons meer dan genoeg.

16 augustus 2006