Cheetah’s

“Ik werd gisteren bijna doodgereden door een auto en vanaf nu zal ik altijd een geweer bijhebben", stond er in een lezersbrief in de New York Times, "Alleen een kogel had de chauffeur kunnen inhalen." Het jaar was 1902. De lezer was Zane Grey, een New Yorkse tandarts die later naar de Wild West zou trekken om er een nieuw leven als cowboy en auteur te beginnen. Zijn brief kaderde in een campagne die prominente New Yorkers toen voerden tegen de voorgestelde verhoging van de snelheidsbeperking voor fietsers en auto's van 8 mijl (12,8 km) tot 10 mijl (16 km) per uur. Het is waar dat het verkeer een eeuw later in Manhattan vaak aan minder dan 5 km per uur voortkruipt maar als het vlot dan mogen de gemotoriseerde paarden nu tot 30 mijl per uur galloperen.

Ik probeer me een wereld voor te stellen waar voertuigen niet sneller dan 16 km per uur rijden. Oscar Pistorius, de Zuid-Afrikaanse atleet die vandaag in het nieuws is, zou zonder moeite de auto kunnen inhalen die Zane Grey de daver op het lijf joeg. Ik zie Oscar al door het New York van 1902 spurten. Een lange, gespierde twintiger met Cheetah’s in plaats van benen. 'Cheetah’s' slaat in dit geval niet op de snelste zoogdieren ter wereld maar op protheses die eindigen op J-vormige ‘carbon blades’ – buigzaam en haast onbreekbaar. Oscar, die zichzelf “de snelste man zonder benen” noemt, had iedereen kunnen voorbijsteken. Zijn topsnelheid is 400 meter in 46,34 seconden, ongeveer het dubbel van de in 1902 toegelaten snelheid in New York. Oscar won goud op de Paralympic World Cup en zou graag meelopen in de Olympische Spelen in 2008. Hij sprint nu wel nog niet snel genoeg maar “laat me nog 15 maanden trainen”, zegt hij, “en je zult zien!” Oscar beschouwt zichzelf niet als minder-valide. Maar het Olympisch reglement verbiedt het gebruik van technische hulpmiddelen en dat zou hem diskwalificeren. Zijn Cheetah’s zouden hem een onfair voordeel geven. Er werd zelfs een nieuw woord voor bedacht: 'techno-doping'. Een dwaas opperde dat, als atleten als Oscar zouden mogen meedingen, het gevaar zou ontstaan dat atleten gezonde ledematen zouden amputeren om ze te vervangen door betere artificiele. Please.

Enkele dagen geleden was ik met een Belgische bezoeker in Lexington Avenue. Op de hoek van Grand Central Station zat een zwarte man te bedelen. Hij was een been kwijt. Hij had zijn prothese naast zich op het voetpad gelegd. Het ding irriteerde misschien zijn stomp. Mijn kennis was geschokt. "Dat is toch geen zicht", vond hij. Jammer dat hij intussen al terug in Belgie is. Ik had hem graag de grote kleurenfoto getoond op de voorpagina van de Styles-sectie in de zondagskrant. Ze is genomen in een dancing. De lens focust op een dansende jonge vrouw, een sexy blondine in een mini-rokje en op naaldhakken. Haar rechterbeen oogt zacht en gespierd. In plaats van een linkerbeen heeft ze een high-tech prothese waarvan het metalen dijstuk bekleed lijkt met een zacht glanzende malienkolder.

Volgens de volkstelling van 2002 vormen fysisch en mentaal gehandicapten de grootste minderheidsgroep in de VS: 51 miljoen of 18 procent van de bevolking. 32 miljoen daarvan hebben een ernstig handicap. Zoals dat sexy meisje op de foto dat niet alleen danst maar ook rotsen beklimt en vorig jaar meedeed in de reality-show “The Amazing Race”. In een wereld waarin steeds meer mensen geobsedeerd lijken door fysieke perfectie is het bevrijdend om mensen te zien zoals zij en Oscar die weigeren om zich te laten opsluiten in het voor hen bestemde vakje. Zonder schaamte of zelfmedelijden zeggen ze: ‘voila, zo ben ik, heb je er een probleem mee dan is dat jouw probleem’. De laatste winnaar van de standup comic-wedstrijd "Last Comic Standing" op NBC was een 28-jarige spasticus die humor putte uit zijn handicap (“Mijn rechterarm doet vaak rare dingen. Laatst dacht ik dat iemand mijn portefeuille had gestolen”). Het is nog niet zo lang geleden dat er op tv nooit homo’s te zien waren en dat zwarten en latino’s meestal genoegen moesten nemen met bijrolletjes. Intussen hebben de media-baronnen ontdekt dat er veel geld valt te verdienen met shows waarin holebi’s en raciale minderheden centraal staan. Nu lijkt ook de grootste minderheid aan de beurt te komen. In "Dancing with the Stars" glijden gehandicapten over de dansvloer. In 'CSI' is een van de lijkschouwers een dubbel geamputeerde. In 'Las Vegas' is er een verlamde veiligheidsagent. Marlee Matlin, een dove actrice, speelde in West Wing en werd onlangs het lief van het hoofdpersonage in "My name is Earl". Simon Cowell, de kritikaster van de razend populaire show 'American Idol', schokte veel mensen toen hij tijdens een auditie een mentaal gehandicapte kandidaat plaagde met zijn gewicht. Maar Special Olympics International publiceerde een open brief waarin ze Simon bedankten omdat hij de gehandicapte niet anders behandelde dan de anderen. In New York is er al een tv-kanaal voor gehandicapten, het Disabilities Network. Zowel Fox-TV als NBC werken aan nieuwe shows waarin gehandicapte acteurs hoofdrollen spelen. De doorbraak komt net op tijd voor de tienduizenden Amerikanen die de laatste jaren gehandicapt zijn teruggekeerd uit Irak en Afghanistan. Hun aantal zal blijven toenemen, zonder einde in zicht. Ze krijgen verzorging van een kwaliteit waar de honderdduizenden nieuwe gehandicapten in Irak alleen maar kunnen van dromen. De meeste van hen zijn heel jong. Velen zijn bitter en niet bereid om zich in een verdomhoekje te laten schoppen.

16 mei 2007