DE VAL VAN FATHER B

Iedereen in onze buurt kent hem als "Father B" maar wij noemden hem “pastoor Patchouli" omdat hij altijd gehuld was in een wolk van het hippie-parfum. Zelfs op zondag als hij na de mis op de trappen van zijn kerk handjes gaf aan zijn parochianen. Zijn kudde was een merkwaardige mengeling van deftig uitziende blanken en Caraibische zwarten. Hun herder was nog merkwaardiger: geblondeerd, geparfumeerd, met homovriendjes die de pastorij in een uitliepen en tegelijk een aan traditie verknochte anglofiel. Zo was pastoor Patchouli in zijn gloriejaren. Later parfumeerde hij zich niet meer en de homovriendjes bleven weg. We noemden hem toen "Father Blasphemy". Dat was niet gemeen bedoeld, we hadden alleen moeite om zijn echte naam te onthouden. “Blassingame”. Ook onze buren hadden er blijkbaar moeite mee. Vandaar dus ‘Father B’.

Vanuit mijn keuken kijk ik op de kerk, pastorij en tuin van Father B. Het is een mooi zicht. Gelukkig voor ons is de uit de Victoriaanse tijd daterende 'St Paul's Episcopal Church' een beschermd historisch monument. Op dit ogenblik staan de paaslelies, magnolia's en forsythia errond in bloei. Perfect op tijd voor het paasfeest dat in de kerk van Father B net als andere hoogdagen gevierd wordt met veel wierook, Latijn, koorgezangen en weelderige lentebloemstukken rond de foto van het hoofd van de Anglikaanse kerk, de koningin van Engeland. Helaas kon Father B er afgelopen zondag niet bij zijn. Het was de eerste keer in dertig jaar dat hij zich door een collega moest laten vervangen. Het ging al een tijd niet goed met hem. We maakten soms een praatje als we elkaar tegenkwamen terwijl we onze honden uitlieten. Ik merkte dat er iets op hem woog. Dat hij er grauwer uitzag en vermagerde. Afgelopen oktober, op het feest van Sint-Hubertus, de dag waarop huisdieren gezegend worden in sommige kerken, passerde ik net de kerk van Father B toen een man uit een auto stapte met een jong, ongelukkig kijkend hondje in zijn armen. "Is het ziek?" vroeg ik. "Ja", antwoordde de man, "we hebben al van alles geprobeerd. Father B. is mijn laatste hoop." Omdat ik nog nooit zo'n dierenzegening had gezien, ging ik mee naar binnen. Nadat hij aan de ingang 15 dollar had betaald, mocht hij met zijn hondje naar Father B. die voor het altaar in een rode fluwelen zetel zat. De priester droeg een ouderwetse soutane die onder de vlekken zat en afgetrapte, al lang niet meer gepoetste schoenen zonder kousen. Hij nam het zieke hondje op zijn schoot en sprak het toe, ontroerend teder. Nadat hij zijn rituele zinnen had uitgesproken en het beestje met heilig water had besprenkeld, vroeg of hij mijn hond ook mocht zegenen. "Dat is vriendelijk", zei ik, "maar zoals u weet ben ik niet gelovig en Aslan is thuis." “Dat geeft niet”, zei Father B opgewekt, “ik zal haar van ver zegenen." De volgende dag zat er een soort diploma in onze brievenbus waarop stond dat onze Aslan nu een door de God beschermde hond is. Het duurde enkele maanden voor ik Father B terugzag. Eerst herkende ik hem niet. Als een stokoude man schuifelde hij, diep voorover gebogen, moeizaam voetje voor voetje naar zijn pastorij. Hij zei dat hij veel rugpijn had. Ik bood aan hem te helpen maar hij zei dat het wel zou lukken. De volgende dag kwam ik mijn buurvrouw Joanny tegen. "Ik heb Father B vanmorgen naar het hospitaal gebracht", zei ze, "Ik denk dat hij niet meer zal terugkomen." Bedoel je dat hij gaat sterven? vroeg ik geschrokken. Zo erg was het niet. “Hij is al een tijd zwaar verslaafd aan alcohol en pijnstillers. Hij moet zich van zijn oversten laten opnemen in een ontwenningskliniek.”

Daarna ging het snel. Terwijl Father B was opgenomen ontdekten de parochianen die in de pastorij gingen om voor zijn dieren te zorgen dat het ooit piekfijn ingericht huis veranderd was in een verbeelding tartende zwijnestal. "De vlooien sprongen zo op je", zei Joanny, "er lag overal eten te rotten. De man leefde als een junkie." Er kwamen mannen in witte pakken en maskers die vijf grote containers met naar katte- en hondepis stinkende huisraad vulden. Het ergste moest nog komen. Er werden documenten gevonden waaruit bleek dat Father B 85.000 dollar had gestolen van de kerk. Verleden week werd hij gearresteerd. De media hadden er een kluif aan. Zijn foto stond op de voorpagina van de kranten. "Hij gebruikte fondsen bedoeld voor de verfraaiing en restauratie van de kerk voor zijn eigen verfraaiing", grapte de New York Post. De 66-jarige priester zou het geld hebben uitgegeven aan plastische chirurgie, Botox, dure kleren, drank, pijnstillers en lidgeld van diverse clubs, dewelke werd niet vermeld. Hij riskeert nu een zware gevangenisstraf. Arme pastoor. Wat is hij diep gevallen. In zijn goede jaren was hij een prominente figuur. Hij lanceerde een jaarlijkse bloemenfestival en een kerstmuziek-festival dat volk van over heel de stad lokte. Hij deelde wekelijks eten uit aan plaatselijke daklozen. Hij had connecties met New Yorkse politici. “Maar hij was een echte Jeckyll&Hyde”, zegt mijn buur Jim, een trouwe parochiaan. Hij probeert Father B te vergeven maar het kost hem zichtbaar moeite om deze brok door te slikken. “Door zijn gedrag heeft Father B veel mensen weg gejaagd”, zegt hij. “Er zitten ‘s zondags nog geen dertig mensen in de mis. Het zal jaren duren eer de kerk zich hersteld heeft”. Toch heeft Father B vroeger heel wat mensen geholpen, geeft Jim toe. Maar niemand is zo moeilijk om te helpen als jezelf.

15 april 2009