In de Foundling werken is geen pretje. Er leven evenmin.
Het is druk in het postkantoor. Terwijl ik mijn beurt afwacht, luister ik naar de conversatie van de klanten die voor mij staan. Het zijn twee zwarte vrouwen van rond de dertig die elkaar blijken te kennen. "Werk je nog altijd voor de Foundling?", vraagt de grootste en stevigste van de twee. De andere bevestigt met een diepe zucht. De Foundling (‘vondeling’), of voluit "New York Foundling Hospital',is een van de oudste en grootste liefdadigheidsorganisaties met afdelingen in heel de stad. Waaronder een hier vlakbij, waar de kleinste vermoedelijk werkt. "Hoeveel verdien je?" vraagt haar vriendin.
"Vijftien dollar per uur".
"Shit, dat is veel, maar jij hebt een diploma van opvoeder. Ik heb alleen maar een brevet van bewaker. Ik denk er aan om bij de Foundling te solliciteren. Weet jij hoeveel hun bewakers verdienen?"
"Acht dollar per uur. Ze werven voortdurend aan want er is een groot verloop. Het is lastig werk. Sommige kids hebben geen greintje respekt voor wat we voor hen doen. Ik kan je niet zeggen hoeveel keren ik al 's morgens op het werk ben gekomen en stront heb gevonden op de badkamervloer. Ze doen het om ons te pesten. Ze weten dat we het moeten opruimen. Terwijl we dat doen, staan ze ons vierkant uit te lachen! Dan jeuken mijn handen maar we mogen hen niet slaan en dat weten ze verdomd goed. Je hebt altijd gasten die je proberen uitdagen. Verlies je je koelbloedigheid dan bellen ze onmiddellijk de politie. Ik heb al drie bewakers zien weggeleid worden in de boeien. Een ervan werd beschuldigd door een jongen waarvan we zeker waren dat hij zelf zijn armen had opengekrabd."
“Wow! Je hebt me schrik aangejaagd. Ik denk dat ik er toch maar niet ga solliciteren. Welk soort kinderen zit daar eigenlijk?”
"Alles. Weggelopen, achtergelaten, verwaarloosd, mishandeld, psychisch gestoord...meer dan de helft van hen moet pillen slikken." Op een experten-toon ratelt ze een lange lijst farmaceutische producten af. "Sommige van die pillen maken hen nog agressiever", zegt ze nog voor ze naar het vrije loket stapt.
The New York Foundling Hospital vierde deze maand haar 140ste verjaardag met een groot feest in de chique Yale Club in Manhattan. Er waren 600 gasten, waaronder velen die zelf als kind door de Foundling onder de vleugels waren genomen. Sommige als boorlingen omdat hun moeders en vaders niet voor hen konden of wilden zorgen. Ze bleven in de Foundling tot die een adoptie-gezin voor hen vond. Dat kon heel ver van huis zijn. Tot het begin van de 20ste eeuw brachten "orphan trains" ruim 90.000 weesjes en verlaten kinderen van New York naar gezinnen in de Midwest. Velen werden voorgoed van hun broertjes en zusjes gescheiden. Sommigen vonden een warm nest. Anderen kwamen terecht op boerderijen waar ze moesten werken voor hun eten en naar adoptie en de rechten die daarmee gepaard gaan konden fluiten. De Foundling werd door katholieke zusters opgericht na de burgeroorlog toen veel oorlogsweduwen moesten uit werken gaan om te overleven en niet meer voor hun baby’s konden zorgen. De nonnen hadden een wiegje staan op de trap van hun eerste gebouw in Greenwich Village. Elke ochtend lagen er één of meer kindjes in. Het waren harde tijden. Moeders stierven frequent aan tuberculosis en lieten hele kroosten achter. Duizenden meisjes emigreerden op hun eentje uit Ierland naar New York om er als meid te werken. De genante baby’s die daar het onvermijdelijk gevolg van waren, werden naar de nonnen versluisd. In die ‘goede oude tijd’ plaatste de Foundling zo’n 700 baby’s per jaar in adoptiegezinnen. Tegenwoordig nog ongeveer 125. De meeste daarvan zijn tegen de wil van de moeder door sociale werkers verwijderd wegens mishandeling of verwaarlozing.
De Foundling runt 40 projecten, van de opvang van pasgeborenen tot die van verslaafde en mentaal gehandicapte jongeren. Wat die kinderen gemeen hebben, is dat ze aan een erger lot ontsnapt zijn. Wat nog niet wil zeggen dat ze gered zijn. Dat sommige van hen meer bitterheid dan dankbaarheid voelen, kan ik begrijpen.
13 oktober 2009