Het is een perfecte dag om te betogen. Zonnig en net warm genoeg. Het lijkt wat vreemd om op een maandag volk op te trommelen in plaats van tijdens het weekend. Maar dat heeft zijn reden. Immigranten –illegaal en legaal- betogen vandaag in heel Amerika. Niet alleen hun aanwezigheid in de straten maar ook hun afwezigheid in de werkplaats valt op. Heel wat fabrieken, winkels en restaurants zijn dicht bij gebrek aan werkvolk. De immigranten demonstreren al verschillende weken. Ze willen dat illegalen een wettelijk statuut krijgen en dat het Congres het plan om mensen te straffen die hen helpen intrekt. Het is spitsuur in New York. Geen beter moment om de aandacht op je grieven te trekken. Uit de verstopte straten klinkt nog luider getoeter dan anders. Een mensenzee vult Broadway, van het stadhuis tot kilometers verder in Soho. Bouwvakkers, hotel- en restaurantpersoneel, kuisvrouwen en kindermeisjes. Ze zwaaien met Amerikaanse, Chinese, Ecuadoriaanse, Koreaanse, Jamaicaanse, Mexicaanse, Senegalese en nog tientallen andere vlaggetjes die verkopers aan 2 dollar per stuk verpatsen. “We are here and we are not going anywhere” roepen de betogers. De sfeer is gemoedelijk. De betogers kijken vrolijker dan de Fransen die ik de laatste weken op het tv-nieuws zag manifesteren. De zon en de vele kleine kinderen die de betogers hebben meegebracht helpen natuurlijk. Een meisje dat uit een Maya-relief lijkt gestapt, draagt een bord waarop staat: “Niemand is illegaal, iedereen is menselijk.” Een man met handen die me aan de niet schoon te krijgen knuisten van mijn vader doen denken, steekt een bord in de lucht met de slogan: “We are America.” “Ik ben van Polen”, zegt hij, “Ik werk in een garage in Brooklyn. Ik ben hier nu zeven jaar. Ik ben als toerist gekomen en ben gebleven. Ik zou graag mijn familie gaan bezoeken in Polen maar ik ben bang dat ik dan niet meer terug binnen mag.”
Hillary Clinton geeft een speech. “Uw gezichten zijn de gezichten van Amerika”, roept ze. De mensen juichen. Tijdens het verhitte politieke debat van de laatste weken zei ze dat het tegen de bijbel indruist om mensen te straffen die illegale immigranten helpen. Jammer dat ze dat niet vindt over de oorlog in Irak. “143 Amerikaanse immigrant-soldaten kwamen al om in Irak”, zegt het bord van een bruine jongen gekleed in een t-shirt bedrukt met een beeld van de Maagd van Guadaloupe. Natuurlijk is er veel politie. Twee helicopters hangen nijdig te zoemen boven onze hoofden. Toch kan ik me niet voorstellen dat het hier tot rellen zou komen. De politieagenten zien er zelf uit alsof zij uit de vier windstreken komen. Ze zullen ook wel de opdracht hebben gekregen om zich koest te houden. Burgemeester Bloomberg wil geen herrie met de immigranten. 43 procent van de werkende bevolking van New York is immigrant. Volgende week is het ‘Immigration History Week’ in Amerika. In New York zullen de festiviteiten beginnen met een receptie in Gracie Mansion, het ‘Witte Huis’ van de New Yorkse burgemeesters. Guillermo Linares zal er een eregast zijn. Hij werd door Bloomberg aangesteld als ombudsman voor de immigranten, illegalen inbegrepen. Linares komt uit de Dominicaanse Republiek. Als kind woonde hij in een hut met een vloer van aangestampte aarde. Hij kwam op zijn 15de naar New York zonder een woord Engels te kennen. Later werd hij taxichauffeur en spaarde genoeg om aan de universiteit te studeren. Wie weet hoeveel mensen hier op Broadway naar een hutje zoals dat waarin Linares als kind leefde zouden moeten terugkeren als ze zouden worden gedeporteerd zoals anti-immigranten-politici en media-demagogen zoals CNN-ankerman Lou Dobbs eisen. Wat een hachelijke onderneming zou dat zijn. Hoe zet je 11 of 20 miljoen mensen –niemand weet precies hoeveel illegalen er zijn- het land uit? En wie zal in hun plaats werken? Volgens Linares wonen er in New York City alleen al 500.000 mensen wiens papieren niet in orde zijn.
Verschillende betogers hebben radiootjes bij die afgestemd zijn op WBAI. Dat is een linkse zender die altijd live verslag uitbrengt op betogingen. “Er zijn minstens 125.000 betogers”, hoor ik een verslaggever zeggen. Dat is maar een fractie van de 3,2 miljoen immigranten die New York telt. In Los Angeles betoogden eind maart meer dan een half miljoen mensen. In die stad zijn de meeste immigranten uit Latijns Amerika wat hun mobilisatie door de Spaans-sprekende media (en de katholieke kerk) vergemakkelijkte. In New York komen de immigranten van overal.
Ik fiets terug naar huis langs de Hudson-rivier. Op een van de vele luxe-flatgebouwen die in aanbouw zijn, hangt een grote blauwe reclamespandoek met de woorden: “I want a view. I want luxury. I want comfort. I want it all.” Ik fantaseer dat een immigrant die op dat bouwwerf werkt die spandoek meeneemt en in de betoging fier omhoog houdt. ‘Hoe durft hij!’, zouden de rechtse media kijven. Maar waarom zou iemand die in een lemen hutje is geboren niet durven dromen dat hij in het flatgebouw dat hij helpt bouwen zelf zal wonen?
12 april 2006