LICHTSTAD

Bezoekers zijn altijd verrukt als je hen na zonsondergang meeneemt op een wandeling langs de Brooklyn Heights Promenade. Ook de Belgen die ik vanavond op sleeptouw heb. Manhattan ligt voor ons te glinsteren, weerspiegeld in het water. Links vaart de Staten Island-ferry voorbij, verlicht als een plezierboot. Daarachter de twinkelende toorts van het Vrijheidsstandbeeld en de lichten van Jersey City. Rechts hangen de Manhattan- en Brooklyn-bruggen als diamanten halssnoeren over de East River. We wandelen terug naar Manhattan over de Brooklyn-brug. De Art Deco Chrysler-toren met zijn markante lichtstrepen en de Empire State Building, vanavond badend in warme oranje en bruine lichten, komen dichterbij. Ze zijn omringd door grote en kleine torens die goud, blauw, rood, paars en wit verlicht zijn. “Het lijkt wel Disney-land”, zegt iemand. “Of een decor uit een sprookje van Duizend en één Nacht”, vindt een ander. We hebben bijna de brug overgestoken als een nuchtere ziel opmerkt: “Het is wel mooi maar wat een lichtvervuiling en wat een verspilling.”

Hij heeft gelijk. De ‘International Dark-Sky Association’, een organisatie die een zwartere nachtlucht nastreeft, heeft het zopas nog bevestigd: New York is, samen met Houston en natuurlijk Las Vegas, de meest lichtvervuilende stad van Amerika. De bouwwoede van de laatste tien jaar en de steeds uitzinniger wordende lichtreclame rond Times Square hebben wat dat betreft niet geholpen.

Het is niet dat New Yorkers onverbetelijke energieverspillers zijn. Tijdens de Tweede Wereldoorlog en de energie-crisis van de jaren 1970 beschouwden ze het als een patriottische daad om hun lichtconsumptie zoveel mogelijk te beperken. Maar die zuinigheid verdween eens er weer betere tijden aanbraken. Tot in de jaren 1970 was het de gewoonte om in de m’a tu vu-wolkenkrabbers –met het World Trade Center als hoofdzondaar- alle lichten op alle verdiepingen heel de nacht aan te laten. “Voor de eigenaars was dat een statussymbool”, vertelde me een vriend die vroeger op het WTC werkte. Olie en gas kostten waren toen naar verhouding nog spotgoedkoop. De verlichtingssystemen waren bovendien ronduit primitief. Veel kantoortorengebouwen hadden slechts één of twee schakelaars per verdiep. Dus zelfs als er slechts één persoon laat werkte, was de helft of heel zijn verdieping verlicht. Vaak mocht alleen de nachtwaker ’s nachts de schakelaar te bedienen. Die moest je dus optrommelen als je wegging. Gewoon de lichten aanlaten was veel makkelijker. Ook huurders waren notoire verspillers. Electriciteit was, net als gas en water, in de vaste huurprijs inbegrepen, wat zuinigheid niet in de hand werkte.

Sindsdien is er wel een en ander veranderd. Vooral de laatste jaren groeit het bewustzijn dat het zo niet meer kan. De financiele crisis wakkert dit nog aan. Burgemeester Michael Bloomberg kondigde vorig jaar een honderd punten-plan aan om van New York de groenste stad van Amerika te maken. Onder impuls van de ‘International Dark-Sky Association’ werd nieuwe lichtreclame op gebouwen verboden. Een wetsvoorstel waardoor alle nieuwe buitenverlichting zou uitgerust worden met schermen die het licht naar beneden richten en beletten dat autobestuurders en voetgangers verblind worden, lijkt op weg om goedgekeurd te worden. Een ander voorstel wil schermen op alle straatlichten en bewegingsmelders in alle commerciele en publieke gebouwen. Die bewegingsmelders zorgen ervoor dat het licht uitgaat in localen waar er niemand is.

Ook zonder nieuwe wetten veranderen de gewoonten. Nieuwbouw en gebouwen die gemoderniseerd worden, zijn nu meestal ook uitgerust met bewegingsmelders. Dimmers en tijdschakelaars zijn standaard aan het worden. Steeds meer gebouwen hebben nu meters voor elke flat zodat de huurders zelf hun electriciteitsrekening moeten betalen. Nieuwe luxe-torengebouwen pakken uit met cutting edge-technologie die de energiekosten laag houdt. De nieuwe zuinigheid laat zich ook zien in de architecturale mode. Gebouwen met subtiele lichtkronen die ontworpen zijn om mooi te contrasteren met de donkere verdiepingen eronder, zijn de nieuwe trend.

Groen kapitalisme heeft ook een donkere kant. Letterlijk en figuurlijk. Vraag het maar aan het onderhoudspersoneel dat ‘s nachts werkt in het torengebouw van Citigroup aan de East River in Queens. Het nieuw electriciteit-besparend systeem is daar zo afgesteld dat het volgens de ontwerpers,Johnson Controls, niet alleen energie bespaart maar ook “de productiviteit verhoogt en tot meer efficientie leidt”. Met andere woorden, schoonmaakploegen die niet snel genoeg opschieten, mogen met hun emmers en bezems in het donker rondtasten.

Maar terug naar het volk waarmee ik de Brooklyn-brug overwandelde. De nacht voor de marathon sliepen drie van hen in mijn zolder-bureau. Vanuit hun bed konden ze de ook weeral feeeriek verlichte Verrazano-brug bewonderen waar ze de volgende dag over zouden lopen. “Zal ik jullie ooglapjes geven vroeg ik nadat ik de gordijnen die nogal veel licht doorlaten had dichtgedaan. Ze bedankten maar helemaal gerust was ik er niet in. Zelf vind ik het licht er te hinderlijk. Ergst van al zijn dat krankzinnig groot MacDonalds-logo, de naar alle kanten schijnende oranje lampen rond opslagplaatsen en sinds deze zomer onze nieuwste aanwinst, verblindend witte lampen die de parking van een supermarkt het uitzicht geven van de binnenkoer van een gevangenis. Het wordt tijd om de locale afdeling van de‘International Dark-Sky Association’ te alarmeren.

12 november 2008