Tot mijn jolijt kreeg ik de laatste weken van twee New Yorkers en een Belg te horen dat ik ‘hip’ ben. Aangezien ‘hip zijn’ in New York een voltijdse bezigheid is, had ik het nooit geprobeerd. Dat ik het nu plots toch ben, zonder er enige inspanning voor te doen en -beter nog- zonder er een cent aan uit te geven, dank ik aan het feit dat ik in New York vrolijk overleef zonder gsm. “Jij en ik zijn deel van een hippe elite”, mailde een gsm-loze Belg me. Hij had er in een serieus Belgisch blad een artikel over gelezen. In een serieus NewYorks blad had ik ook al gelezen over mensen die hun gsm’s gedegouteerd over de haag gooiden, zoals nonnen indertijd deden met hun kap. Zelf heb ik in New York tot nu toe geen gsm nodig gehad, noch voor mijn werk noch in mijn persoonlijk leven. Ik ben al bereikbaar genoeg per vaste telefoon, e-mail en zelfs –hipper kan het niet- per snail mail, zoals de post tegenwoordig genoemd wordt. “Wat als je vast geraakt in de metro?” vroeg een Belgische vriendin. “Dan wacht ik zoals iedereen geduldig tot de trein weer in gang schiet”, antwoordde ik, “Je kunt niet anders. Zelfs met een gsm zou ik niemand kunnen verwittigen. Die dingen werken niet in de New Yorkse metro.” Een woordvoerder van de metro had het nog maar pas gezegd op een persconferentie: “We denken er niet aan om de metro uit te rusten voor gsm-verkeer. Het zou gewoon veel te duur zijn.” Dat was een maand geleden. Geen idee wat er intussen is gebeurd maar verleden week werd ineens aangekondigd dat 277 metrostations uitgerust zullen worden voor gsm-verkeer. Voor alle duidelijkheid: New York heeft de grootste metro ter wereld, met 469 metrostations en een netwerk van 400 kilometers metrotunnels en 1.142 kilometers sporen. Babbelen in gsm’s zou dus enkel kunnen op iets meer dan de helft van de perrons. Kletsen terwijl de trein in beweging is, zal nog steeds niet kunnen. Jongens jongens. Is er sindsdien al wat afgediscussieerd over dat gsm-metroplan. Ik ben in het kamp van de tegenstanders. Onze subway is een van de laatste plaatsen in de stad waar we kunnen ontsnappen aan de epidemie van eindeloos gsm-getater. Als het binnenkort kan in de stations dan zal het wel niet lang duren voor de treinen aan de beurt komen, zoals in Washington al 12 jaar het geval is. En dat zal jammer zijn. Nergens kan ik zo geconcentreerd lezen als in de metro. Tijdens een ideale rit heeft iedereen een zitje. In onze anonieme tijdelijke woonkamer doen sommige passagiers een dutje, andere praten rustig, nog andere dagdromen, luisteren met draadjes in de oren naar muziek, schrijven of lezen. De piepende remmen, de aankondigingen via het krakend geluidssysteem, het ‘dingdong’ van de sluitende treindeuren: het is voorspelbare en vreemd rustgevende achtergrondsmuziek. Laat die sukkels in de stadsbussen boven ons maar half-slapend naar hun werk reizen of moe terugkeren naar huis terwijl ze gedwongen worden om te luisteren naar sommige van de luidste prietpraat die de mensheid ooit heeft uitgekraamd. Ja maar, zegt het andere kamp, het gaat hier over een essentiele veiligheidsmaatregel. Onzin. Worden gsm’s soms niet gebruikt om bommen te doen afgaan, zoals vermoedelijk in Madrid gebeurde? En gesteld dat er in New York opnieuw een krisissituatie is zoals op 11/9. Zoveel mensen grabbelden toen naar hun gsm dat het systeem overbelast geraakte en niemand nog kon bellen. Intussen bleven de meeste vaste telefoonlijnen, de mijne inbegrepen, wel werken. In alle metrostations in New York zijn er betaaltelefoons. Het is waar dat de telefoonmaatschappij ze minder goed onderhoudt dan vroeger omdat ze meer geld verdient aan gsm’s. De Straphangers Campaign, een organisatie die zich inzet voor de verbetering van het openbaar vervoer, stelde afgelopen lente vast dat een vierde van de ondergrondse telefoons niet werkte. Dat is een schandaal maar toch zijn er in bijna elk station nog altijd telefoons die het wel doen. Ach, ik besef ook wel dat er onvermijdelijk een dag komt waarop in elke metrotrein gsm’s zullen rinkelen. Dan zal ik rekenen op de directheid waarmee New Yorkers hun stadsgenoten op storend gedrag wijzen. Zo is het probleem van hondepoep en van hinderlijke sigarettenrook hier ook grotendeels opgelost. In Belgie zie ik dat nog niet zo snel gebeuren.
Mensen zijn natuurlijk vaten vol tegenstrijdigheden. Kijk maar naar die 150 New Yorkers die in Staten Island betogen tegen de komst van twee relais-torens achter hun huizen. Ze zijn bang dat de radiogolven die de torens uitzenden gevaarlijk zijn voor hun gezondheid. Behoren zij ook tot de ‘hippe elite’? Kijk wat beter. Verschillende betogers houden een gsm tegen het oor gedrukt terwijl ze protesteren tegen de technologie die hun gesprek mogelijk maakt. Of kijk naar mij. Ik ga elk jaar voor enkele weken naar Belgie. Sinds drie jaar loop ik daar ook rond met een gsm die er intussen al zo antiek uitziet dat hij binnenkort ongetwijfeld weer hip wordt. Ik geef toe dat het ding me goed van pas komt, gezien het nomadenleven dat ik leid als ik in Belgie ben. Ik ben niet tegen gsm’s. Ik las net dat het aantal abonnees in Afrika in de laatste vijf jaar van 7,5 miljoen naar 76,8 miljoen is gesprongen. Ik gun dat kontinent die piepkleine luxe. Het is een troostprijsje in vergelijking met wat de meesten in Amerika of Belgie bezitten. Dit gezegd zijnde vertrek ik nu voor een weekje natuur zonder telefoon, radio, laptop of televisie. Hipper kan het niet.
1 september 2005