‘Nul-Tolerantie’

In New York praten ze er liever niet meer over

In De Morgen van 2 februari worden Brussel en de Bronx drie keren in één adem vernoemd. Dit naar aanleiding van de invoering van de 'nultolerantie' in Anderlecht. "Brussel is echt de Bronx niet", zegt de Brusselse burgemeester. "... het lijkt plots of Laken op een week tijd de Bronx van Brussel geworden is", beweert iemand anders. "Kuregem is niet de Bronx", dixit een andere expert.

Ik hou van de Bronx. Alle Belgen die er op mijn aanraden een kijkje gingen nemen, zijn heelhuids en gecharmeerd teruggekeerd. Het stadsdeel heeft 1,4 miljoen inwoners, meer dus dan heel het Brussels gewest. Het omvat groene villawijken zoals Riverdale, idyllische enclaves zoals Silver Beach, Belmont, het Little Italy van de Bronx en verder de uitgestrekte South Bronx. Het is die laatste buurt waar mensen aan denken als ze Brussel met de Bronx vergelijken.

Mijn eerste bezoek aan de South Bronx was in 1981. Ik was geschokt door het verval, de verwaarlozing, de leegstand, de ruines, het vuil alom. De ravage begon op het einde van jaren ’60 en duurde tot het begin van de jaren ’90. Andere New Yorkse wijken waren toen ook in verval maar de South Bronx was de beruchtste en volgens politiestatistieken de gevaarlijkste. Toch ook een van de meest levende: hip hop en grafitti-kunst werden uit haar chaos geboren. Intussen is de South Bronx recht gekrabbeld. Sinds 2002 zijn er 50.000 nieuwe woningen gebouwd, waarvan vele op plaatsen waar uitgebrande ruines stonden. De Yankees hebben er een nieuw baseball-stadium gebouwd. Afgelopen zomer werd er een grote moderne shopping mall geopend. Het hoofdpostgebouw en het gemeentehuis van de Bronx, twee Art Deco-juwelen in het hart van de South Bronx, werden gerestaureerd.

De South Bronx is nog steeds een van de armste stadswijken van Amerika maar ze heeft nu duizenden nieuwe bewoners die geen persoonlijke herinnering hebben aan het verval van nog niet zo lang geleden. Ik kom er nog vaak. In november maakte ik er een avondwandeling met vrienden langs de vele gerestaureerde gebouwen. In december bezocht ik met andere vrienden het Bronx Museum of the Arts en een serie kunstgalerijen die één keer in de maand tot ’s avonds laat open blijven. Beide avonden eindigden in het Bruckner Cafe, een pleisterplaats voor locale kunstenaars. Tijdens onze wandelingen liep er nog overal volk op straat. Begrijp me niet verkeerd. De South Bronx heeft nog steeds veel problemen die door de crisis weer erger worden. Maar de scherpe daling van de misdaad in de laatste 20 jaar heeft ook daar een merkbaar effect gehad.

Wat me terugbrengt bij de "zero tolerance" waarvan sommigen denken dat het de oplossing is voor Brusselse toestanden. De term, die vooral met burgemeester Giuliani wordt geassocieerd, is al een tijd in onbruik geraakt in New York. En niet alleen de term. Politie en rechters kloegen dat ze geen enkele flexibiliteit hadden in het beoordelen van verdachten. De straatrazzia’s riepen steeds meer publieke weerstand op. Enkele spectaculaire gevallen van onschuldigen die door politiekogels doorzeefd werden deden de woede overkoken en dwongen een herziening van de politie-taktieken af. Het accent verschoof naar, 'community policing', beter contact met de bewoners en buurtpatrouilles. Sommige criminologen zeggen dat het uiteindelijk allemaal weinig verschil maakt. De voornaamste redenen dat de misdaad zo opvallend daalde zijn volgens hen de daling van de werkloosheid, een demografische verschuiving en het uitbranden van de crack-epidemie.

Het New Yorks en Brussels stadsbeleid vergelijken is delicaat. New York heeft één burgemeester voor 8,3 miljoen inwoners en één politiechef met bevoegdheid over 76 politiedistricten. In het Brussels Gewest heb je met 19 burgemeesters en 6 korpschefs al gauw een bus vol. Hier is mijn voorstel aan het gezelschap: kom eens samen naar New York. Ik neem u dan een dagje mee naar de South Bronx, niet met de bus maar per fiets, en met genoeg tijd om aan gewone mensen te vragen wat zij denken over 'nul-tolerantie'.

9 februari 2010