VIDEOFIELEN

Toen ik nog een kind was mocht ik in de grote vacantie soms mee met mijn vader in zijn vrachtwagen naar Nederland, Noord-Frankrijk of Wallonie. Voor de rest heb ik als tiener nooit gereisd. Soms vraag ik me af wat ik als vijftienjarige van New York zou hebben gevonden. Vooral als ik hier tienertoeristen ontmoet en door hun jonge ogen naar de stad probeer te kijken. Gisteren nog hoorde ik een Antwerpse jongen van vijftien op het einde van de eerste dag van zijn verblijf concluderen dat New York "oud en vuil" is. "Ik had een supermoderne stad verwacht", zei hij ontgoocheld, "vol blinkend glas en heel netjes". En dat terwijl veel New Yorkers klagen dat hun stad te netjes en steriel is geworden. Tijdens de kerstvacantie hoorde ik een andere jongen van vijftien, dit keer uit West-Vlaanderen, met een diepe zucht tegen zijn ouders zeggen: "Ik vind het zo onnozel dat we naar al die dingen moeten gaan kijken die we thuis al honderd keren op tv hebben gezien." Zijn moeder, gelaten tegen mij: "Als we hem zouden laten doen, zou hij de hele dag op de hotelkamer tv kijken en op de computer spelen." "Dat is niet waar”, protesteerde hij, “ik vond het vanmorgen heel leuk bij Apple en Abercrombie & Fitch."

Ze zijn niet allemaal zo blasé. Een Limburgs meisje van bijna zestien straalde toen ik haar op de laatste avond van haar bezoek vroeg of ze zich geamuseerd had. "Het was fantastisch", zei ze, "helemaal zoals ik verwacht had. Ik kom hier wonen.” "Ze zegt dat al van in de lagere school”, zei haar vader, ook een New York-freak, met een tevreden glimlach. Ook deze tiener had New York al honderden keren op tv gezien maar dat maakte haar juist nog nieuwsgieriger.

Minder nieuwsgierig waren de kinderen van een rijke Belgische papa die vorige zomer met zijn gezin de mooiste natuurparken van Amerika had bezocht. "We kregen hen amper de auto uit”, vertelde de man, "ze wilden de hele tijd in de wagen met de airco aan naar dvd’s kijken.” Die tieners kregen een prachtige luxereis in de schoot geworpen die hun vader een slordig miljoen Belgische frank kostte. Ze kwamen op adembenemende plekken die het kleine schermpje dat hen zo fascineerde belachelijk deden lijken. Had koning Video hen in vadsige prinsjes veranderd? Of waren ze gewoon nog te jong en zullen ze later als volwassenen op dezelfde plaatsen terugkomen en verzuchten: "Het lijkt wel alsof ik dit voor de eerste keer zie"?

Een krantenkop doet me aan die kinderen terugdenken. "Is television hurting nature?" staat er boven een artikel over een studie die werd uitgevoerd door de National Academy of Science. Berokkent televisie schade aan de natuur? Volgens die studie wel. Want hoe meer tijd mensen doorbrengen voor hun tv’s en computers, hoe minder ze buitenkomen. Hoe minder contact ze met de natuur hebben, hoe minder liefde ze ervoor ontwikkelen en dus hoe minder interesse ze tonen in natuurbehoud. Uit het onderzoek bleek dat het percentage van de Amerikanen dat kampeert, wandelt, vist of van andere vrijetijdsactiviteiten in de natuur geniet, in de halve eeuw na WO II gestadig is gestegen maar sinds 1987 gemiddeld een percent per jaar kleiner wordt. 23 procent minder Amerikanen bezoeken nu de natuurparken, 25 procent minder vist. De onderzoekers wijten dit aan de groeiende “videofilie” (sinds de late jaren 1980 werden videospelen razend populair) die volgens hen dus niet alleen de fysieke en mentale gezondheid van de jeugd ondermijnt maar haar ook onverschillig maakt voor de gevaren die de natuur bedreigen. Is dat zo? Voorlopig heb ik niet de indruk dat jongeren minder bekommerd worden over het milieu, integendeel. In Amerika is men er rap bij om de schuld voor alles wat scheef gaat op de media te schuiven. Als het aantal tienerzwangerschappen stijgt, komt dat door te veel seks op tv. Daalt het weer, al is er intussen nog meer seks op tv, dan geeft niemand toe zich te hebben vergist. Als er weer eens een schooljongen om onduidelijke redenen zijn klas overhoop schiet, komt er steevast een expert op tv die beweert dat “gewelddadige videospelen” de oorzaak waren. Of de duizenden moorden die de jongen in de loop van zijn leven op tv heeft gezien. Maar als geweldpropaganda hem tot moorden dreef is er hoop voor de natuur, want het aanbod van natuurshows op tv is nog nooit zo groot geweest.

Misschien zijn er nog andere oorzaken dan ‘videofilie’ die uitleggen waarom Amerikanen minder in de natuur vertoeven. Tijdsgebrek bijvoorbeeld. Al nemen machines steeds meer menselijke taken over, toch werken Amerikanen nu langer en harder dan toen het bezoek aan de parken nog steeg. Uit de studie bleek overigens dat het percentage ‘day hikers’ –wandelaars die niet overnachten- wel nog stijgt, wat misschien aangeeft dat Amerikanen meer in de natuur zouden zijn, als ze meer vrije tijd zouden hebben.

Toch is het zo dat de nieuwe media een dubbeltje met twee kanten zijn. Ze verbinden ons met de rest van de wereld maar snijden ons ook af van de plaats waar we fysiek aanwezig zijn. Dat viel me op toen ik onlangs een groep bouwvakkers passeerde tijdens hun lunchpauze. Ze zaten met twintig op een laag muurtje voor een hoog kantoorgebouw. De meesten waren in gesprek maar niet met elkaar. Verschillende mannen zaten zwijgend tussen twee telefoneerders. Voor de gsm zag zo’n scene er heel anders uit. De bouwvakkers zouden druk aan het babbelen geweest zijn en commentaar geven op elk meisje dat passeerde, lachen, joelen en fluiten...ik beweer niet dat die commentaar altijd te smaken was maar ze zagen er meer samen uit.

9 februari 2008