"De zomer is voorbij. Ik ben er niet rouwig om", schrijft een Belgische vriend die niet kan beschuldigd worden van een overdreven rooskleurige kijk op het leven. Zelf vind ik het altijd jammer als de zomer op zijn einde loopt. Gelukkig doet de New Yorkse zon vaak nog haar zomerse best tot eind oktober. Vandaag is het Labor Day. Amerika's feest van de arbeid wordt op de eerste maandag van september gevierd. Voor de bijna 1200 New Yorkse redders die sinds eind juni elke dag waakten over de 53 gratis openluchtzwembaden en 22 km officiele badstranden zit hun zomerjob er weer op. Ze hebben het superdruk gehad. Het aantal bezoekers van New Yorkse stranden van begin juni tot eind augustus werd op 17,2 miljoen geschat. In Coney Island alleen al kwamen er 12,8 miljoen mensen afkoeling zoeken. De zomerhitte heeft dan ook alle records gebroken, toch sinds men die dingen is beginnen noteren. Op de eerste dag van de US Open consumeerde het publiek 40 ton ijsblokjes, twee keer zoveel als gewoonlijk. De spelers druipten van het zweet in 35 graden plus. Intussen draaiden de centrales van het New Yorkse electriciteitsbedrijf Con Ed op volle toeren. Het hardst van al op 7 juli, toen New York 12,963 megawatt verbruikte, meer dan heel het bloedhete Irak. In Bagdad waar de mensen al blij mogen zijn met enkele uren electriciteit per dag ook als de temperatuur helt naar de 50 graden, moet dat wel obsceen lijken. En dat is het ook. Con Ed schat dat er in de regio die ze van stroom voorziet (de stad en de noordelijke suburbs) 6,6 miljoen airco's in gebruik zijn, een cijfer dat elk jaar stijgt met ruim 170.000. De onze gebruiken we zelden. We redden ons met tropisch aandoende plafondventilators, de middagzon buitenhouden en de avondbries laten binnenwaaien. Airco is natuurlijk best nuttig. In de zomer van 1966 die tot dit jaar de warmste was, stierven 1.100 NewYorkers door de hitte. Dat kun je niemand toewensen. Het zijn de excessen van al die artificiele koude lucht die me kwaad maken. Zo zag ik deze zomer nog steeds winkels die hun deuren wagewijd openzetten terwijl binnen de airco volle bak draaide, ook al wordt deze spilzieke praktijk sinds enkele jaren beboet. Een kennis die in een honderd jaar oud flatgebouw woont waar verwarming, warm water en electriciteit in de huur zijn inbegrepen, vertelde dat sommige medebewoners hun airco heel de zomer dag en nacht aanlaten, of ze thuis zijn of niet. Het kost hen geen cent extra. De flats hebben geen individuele verbruiksmeter; er is slechts één ouderwetse "master meter" voor het hele gebouw. Volgens Con Ed zijn er nog 250.000 flats in New York zonder eigen meters, de sociale huisvesting niet inbegrepen. Daar is het verbruik 14 tot 30 procent hoger dan in de 1,75 miljoen flats die wel individuele meters hebben. Door alle bewoners verantwoordelijk te maken voor hun eigen energieverbruik zou de vervuiling, veroorzaakt door residentiele gebouwen -goed voor 39 procent van New Yorks CO2-uitstoot - aanzienlijk kunnen dalen. Eigenaars krijgen subsidies van de stad om individuele meters te installeren maar stuiten soms op weerstand van hun huurders. Toen de nieuwe eigenaars van Stuyvesant Town-Peter Cooper Village, het grootste appartementcomplex van Manhattan, drie jaar geleden individuele meters wilden installeren in hun 11.250 flats, organiseerden bewoners een protestcampagne. Het plan werd ingetrokken. De eigenaars die het complex in 2006, op het hoogtepunt van de vastgoedbubbel, voor een duizelingwekkende 5,4 miljard dollar kochten, hebben het nu afgestaan aan schuldeisers, om bankroet te vermijden. En de airco's doen de bakstenen torens nog steeds zoemen als bijenkorven.
Wat dat betreft zal ik ook niet rouwig zijn dat de zomer voorbij is. Eens de herfst volop bezig is, zal ik me op zijn minst niet meer ergeren aan de airco-excessen. En voor ik het weet is het weer winter en erger ik me aan een andere grandioze energieverspilling: de vele oudere flatgebouwen zonder individuele thermostaten waar zo hard wordt gestookt dat de bewoners om niet te smelten de ramen moeten openzetten.
8 september 2010