Vorige dinsdag kregen tweeduizend mensen, waarvan de overgrote meerderheid vrouwen, te horen dat ze uren voor niets in de rij hadden gestaan aan Radio City Music Hall. Hun via het internet gekochte tickets voor de Amerikaanse premiere van "Sex and the City" bleken vals. Twee Canadese meisjes, Jen en Devon, hadden er 1.500 dollar voor betaald. De totale kost van hun reisje: 4.500 dollar, het geld dat ze aan kleren en schoenen hadden opgedaan op Fifth Avenue niet inbegrepen. Hun droevige snoetjes prijkten de volgende dag op de voorpagina van de New York Post, andere drama’s naar de binnenpagina’s verdrijvend. Zoals het feit dat er in de nacht daarvoor in Harlem alleen al op minder dan anderhalf uur elf schietpartijen waren geweest. Dat was het orgelpunt van een bloedig feestweekend. Het feest was Memorial Day, de dag waarop Amerikanen hun oorlogsdoden herdenken. In New York deden ze dat door en nog enkele bij te maken. De balans van die drie dagen: 11 doden en 27 gewonden. Van zo’n cijfer schrokken we pakweg 15 jaar geleden niet maar sindsdien wordt New York toch geacht om veel veiliger te zijn. De schrik voor een nieuwe geweldgolf sloeg velen om het hart. Sommige buurten hebben veel te verliezen. Het nieuwe Harlem bijvoorbeeld waar volop gerestaureerd wordt sinds het zijn ongure reputatie stilaan verloor. Sommigen vrezen al een nieuwe exodus. Het geweld dat er zich afspeelde in het Memorial Day-weekend gebeurde niet enkel in obscure zijstraatjes. Een vuurgevecht greep plaats vlakbij Starbucks en H&M.
De politiecommissaris en de burgemeester werkten zich uit de naad om het publiek gerust te stellen. "Ze willen de realiteit niet onder ogen zien", kloeg een Harlemse buurt-activist op de radio, "de gangs in New York zijn zich volop aan het reorganiseren. Ze zijn op weg om evenveel invloed te krijgen als de maffia indertijd”. Moeders betoogden tegen zinloos geweld. Zij waren niet de enigen die op straat kwamen. Ouders en onderwijzend personeel manifesteerden tegen een bezuiniging in het stadsonderwijs van meer dan 400 miljoen dollar. Bewoners van sociale woonwijken betoogden tegen de huurverhoging die volgens hen op komst is door een stadsbezuiniging van 195 miljoen dollar. "Sex and the City" rijfde op één weekend al meer dan een vierde van dat bedrag binnen.
Vrijdag, op de ochtend van de dag waarop de film in de Amerikaanse bioscopen begon te lopen, gebeurde er iets waar veel New Yorkers voor vrezen als ze op straat naar omhoog kijken. Er tuimelde een bouwkraan van 23 verdiepingen hoog naar beneden. Er vielen twee doden en acht omliggende flatgebouwen moesten ontruimd worden. Het was het tweede ongeluk met een bouwkraan op twee maanden tijd. Bij het vorige vielen zes doden. Dit jaar verongelukten er al 15 bouwvakkers. Burgemeester Bloomberg kreeg het vuur aan zijn schenen gelegd op zijn persconferenties. Sommige mensen vonden dat hij persoonlijk verantwoordelijk was voor de ongelukken. Mede door zijn beleid heerst er de laatste jaren een record-brekende bouwwoede in New York. Op dit ogenblik maneuvreren meer dan 250 kranen door de lucht. Dit jaar alleen al zullen er voor 30 miljard dollar aan bouwwerken worden uitgevoerd. De grote bouwmaatschappijen zeggen dat ze voor jaren volgeboekt zijn. Natuurlijk worden er binnenwegen genomen om de winstmarge te beschermen. De veiligheidsinspectie van de stad moet beletten dat daar ongelukken van komen en dat is dus niet gebeurd. Dat kon Bloomberg niet wegpraten. Alles wat hij kon doen om de sfeer te verlichten was verklappen dat hij een bijrolletje had gespeeld in 'Sex and the City'. "Maar mijn scene werd er jammer genoeg uitgeknipt. Ze wilden blijkbaar meer sex en minder city", grapte hij.
Een anecdote over ‘Sex and the City’! Had u dat meteen verteld, dan hadden we het op de voorpagina gezet.The show must go on. Tussen al die schietpartijen, neerstortende kranen en boze betogingen was de premiere van 'Sex and the City' slechts een detail, maar wel een dat na een uitgesponnen campagne van opgeklopt enthousiasme werd voorgesteld als de gebeurtenis van het jaar, zo niet de eeuw. De critici kraakten de film af tot op het bot maar dat leek de fans niet te deren. Des te beter voor the City, of toch voor de winkeliers van Fifth Avenue. In de Sunday Styles-sectie van The New York Times stond een stuk dat de schaamteloze product placement van dure merken van kleren, schoenen en tassen in de film catalogiseerde. Daaronder stond een reclame van Gucci waarin een 1.890 dollar kostende roze leren tas met frulletjes werd aangeprezen. Het hoofdartikel van het katern ging over de problemen van rijke mensen die het laatste jaar veel geld hebben verloren door de crisis in de huizen- en kredietmarkten. Ze verdikken van de stress zeggen hun personal trainers. Ze verkopen heimelijk hun kunstcollecties volgens galerijhouders. Een advocate vertelde over een klient die zijn fortuin zag wegsmelten van meer dan 20 miljoen dollar naar 8 miljoen. Hij is bang dat zijn vrouw hem in de steek zal laten. Hij heeft haar niets verteld over zijn problemen en heeft een lening aangegaan om haar extravagante kleren en vacanties te kunnen blijven betalen. The show must go on.
5 juni 2008